Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres
Een zaterdagmiddag, ik fiets de L steiger op, daar ligt een frisse Grandbanks met een grijzende man erop. Ik heet hem welkom en we komen in gesprek. Hij is alleen, een weduwnaar, hij klinkt opgeruimd, hij spreekt vrij uit. Soms ben ik een luisterend oor en dat doe ik met veel plezier. Hij vindt het vaak wat stil om hem heen, vooral wanneer hij in het voorjaar de boot uit het vet haalt. Hij komt uit Lelystad. Friesland is zo mooi en dat deelde ik graag met mijn vrouw. Hij rouwt niet meer echt maar deze dagen op het water herinnert hem aan de mooie tijd met zijn eega op de Friese plassen. Hij mijmert, ik zie het. Hij betaalt en ik wens hem een fijne avond.

De volgende (winderige) middag is hij er nog, ik spreek hem aan en vraag wat hij heeft gedaan vandaag. ‘Och, ik heb de boot wat nagelopen en heb, m rondom gepoetst, de machinekamer heeft ook een inspectie gehad, dit deed me goed, later deze middag ben ik een boek gaan lezen.’ Ik prijs hem met zijn boot, meteen houdt hij een verhandeling over de geschiedenis van de Grandbanks, Opgericht in de jaren 50, in Hong Kong, het ontwerp is uniek en in de jaren ‘60 werd het populair voor de pleziervaart, het schip is ook zeewaardig, eerst was het een trawler van hout maar in de jaren ‘70 werd het dik polyester en in de jaren ‘90 wat dunner polyester. De naam Grandbanks komt van het zeegebied voor de kust van New Foundland , een van ’s werelds rijkste visgronden, een ruig gebied en daarom is de naam van het type boot gekozen, onstuimig maar degelijk.
Mijn spanningsboog gaat hangen en dat ziet de weduwnaar, hoe interessant het verhaal ook is, ik moet door. Hij zegt; ’meid, ik zie dat je het koud hebt gekregen, het was me een genoegen’. Ik wens hem een fijne zomer en bedank hem voor het gesprek, bewonderenswaardig, deze man.
En op donderdagmiddag zie ik opeens oude bekenden, een 10 meter lang schip uit Lemmer. Meneer Hoogland en mevrouw Laagland meen ik. Ik begroet ze met voornoemde titels. Ze moeten lachen, meneer heet wel Hoogland maar mevrouw heet Zonderland, dat is nog minder dan Laagland. Het is een hartelijk weerzien, het is een innemend stel, ze komen hier al jaren, wel wordt de jachthaven steeds duurder, maar wat niet eigenlijk. Ik zeg dat het niet meevalt voor ze, ze zijn Zonder land en de haven is ‘peperduur’, het wordt er niet beter op, maar het zonnetje schijnt.
Lieve lezers, tot over twee weekjes, pas op uzelf - Corine van de Linde.












