Algemeen

Column havenmeesteres Corine van de Linde: Lammetjes en eendjes

Door: Isa Wessels

Een frisse lentedag, ik fiets naar mijn haventjes. In de wei zie ik de eerste lammetjes dartelen, daar word ik altijd blij van; wat een ongecoördineerd enthousiasme. Door naar de kom; een paar bootjes. Maar wat zie ik daar, ik hoor een hoop gespetter en gefladder: twee eenden zijn bezig met gedoe. Geen romantiek , geen aarzelende toenadering, maar een en al chaos. De woeste woerd duwt het ‘verleidende’ vrouwtje kopje onder. Lang duurt het niet, maar toch. De lente heeft veel gezichten, soms aandoenlijk en een andere keer een tikje ongemakkelijk, maar allemaal even levendig en hoopvol. 

Afbeelding
Foto: aangeleverd

De dinsdag na Pasen fiets ik de steiger op. Een Vlaming heeft nog niet betaald, we starten een geanimeerd gesprek. Ik hou zo van Belgen, zo zacht en vrolijk en geïnteresseerd. Van de week had ik zelf nog gasten van onze zuiderburen in ons huisje, het klikt vrijwel altijd. Ik opper dat de Vlamingen bij Nederland moeten horen en de Walen bij Frankrijk, dan heeft onze leeuw ook weer poten ( de vorm van Nederland). Hij gaat akkoord. En 90 procent van het Vlaamse volk vind dat ook, zeker en vast. We praten er nog over door, er kleven geen nadelen aan volgens hem, beide volken houden van bier. ‘Al hebben wij wel straffere bierkes’ zegt hij. De treinen rijden verder door, een groter land, bourgondisch verenigt met stroopwafels, wat kan een mens hier tegen hebben? Hij gaat na zijn vakantie onze burgemeester bellen, dat is alvast een eerste stap. Ik wens hem veel succes.

Op een winderige, maar zonnige donderdagmiddag fiets ik de L-steiger op. Er liggen een paar boten, ik ga naar de achterste. Net vaart er een grote kruiser langs en de boten aan de steiger schommelen flink. Ik open het gesprek met een welkom. Ze komen uit Noord-Holland en klagen dat er veel zwervers op het Alkmaardermeer waren, maar die zijn allemaal naar Friesland vertrokken en de Marekrite plaatsen liggen er nu vol mee. Dat vinden ze jammer. Ik zeg ze dat we het in de peiling hebben, het heeft onze aandacht maar die mensen moeten ook ergens heen nietwaar? Het gesprek kabbelt voort en opeens zegt de man; ‘Wat fijn is dat om een echt mens te spreken, al die codes en zelfscanners!’ ‘Ja de technologie gaat hard’, zeg ik, ‘maar denkt u dat ik een echt mens ben, ik ben ook een robot. Met een fiets die niet elektrisch is, dat hadden jullie niet gedacht he?’. We schaterlachen en ik wens ze een fijne dag.

Tot gauw, lieve lezers”, -  Corine van de Linde