Algemeen

Column havenmeesteres Corine van de Linde: Onweer

Door: Isa Wessels

“De vrijdagochtend begon akelig vroeg omdat ik moest opdraven voor een ziekenhuisbezoek. Niets ernstigs, maar toch; het kost toch meer energie dan je denkt. In de loop van de ochtend kwam ik thuis en ging ik door met de bezigheden van die dag. Rond 20.00 uur was ik opeens intens moe. Ik kon geen oog meer openhouden.

Afbeelding
Foto: aangeleverd

Ik ging slapen. In deze nacht, die iedereen zich kan heugen, bevind ik me in een comateuze slaap. Buiten spookt het qua weer; stroboscopisch onweer, een donderklap die zijn weerga niet heeft, alsof de hel op aarde neerdaalt. Van dit alles heb ik niks meegekregen.

In de ochtend was ik weer zo fris als een hoentje. Ik stap op mijn fiets en zie wat afgebroken takken op straat liggen. Ik begin mijn praatje altijd met: ‘Goed geslapen?’. Dit keer krijg ik van niemand te horen dat ze een beste nachtrust hadden gehad, wat een verhalen. Eén bootje krijg ik niet wakker, daar hang ik een sticker aan. Of ze willen bellen als ze er zijn om alsnog te betalen.

Omstreeks 11.00 uur belt de man mij op. Hij was 06.00 uur binnengelopen in de haven. Hij had aan een marboei gelegen op het Slotermeer en hij was zichtbaar aangeslagen. Hij had spoken gezien, het ging tekeer; niet normaal, het hele meer was verlicht met bliksems. Er lag nog een andere boot aan een andere boei, dat schip was van staal dus dat liep een groter risico, deze gedachtes gierden door zijn hoofd.

De man belde me niet om te betalen, maar om zijn verhaal kwijt te kunnen. Hij schokschouderde er nog van. Hij was niet bang uitgevallen, maar dit had hij nog nooit meegemaakt. Hij vermoedde wel een onweersbui maar niet het inferno waar hij in terecht kwam, het was werkelijk de hel op aarde. Hij berekende dat hij het dorp Woudsend wel kon halen als het meezat, maar of er plek zou zijn wist hij natuurlijk niet. Op hoop van zegen maakt hij zijn boot los van de boei en maakte vaart naar de haven, hemelsbreed nog geen 900 meter. Al slingerend en deinend vervolgde hij zijn barre tocht, bijgelicht door de vele bliksemschichten. Hij stond doodsangsten uit, uiteindelijk doemde daar de Kom op. Er was nog een plekje, het begon al dag te worden maar hij had het gehaald. Vraag niet hoe. Doodmoe, maar lichtelijk opgelucht, viel hij in slaap, wat een nacht.

Op naar een redelijk kalme zomer lieve lezers, tot over een paar weekjes!” - Corine van de Linde