Algemeen

Column havenmeesteres Corine van de Linde: Bart

Door: Isa Wessels

“Half mei, een zaterdag, 08.30 uur, de kom; twee enorme plastic bakken, met respect, twee enorme zeekastelen en een gewone kruiser, de grote schepen hebben al betaald, maar het relatief kleine bootje nog niet. Ik klop zachtjes, maar hoor of zie nog niks.

Afbeelding
Foto: Corine van de Linde

Na nog een paar keer kloppen gaat er een raampje op een kier, ik zie een slaperig hoofd. Ik zeg dat ik mijn rondje nog eerst wel verder doe en zo terugkom. Dat vindt hij vriendelijk. Na tien minuten ben ik terug, hij klimt naar boven met slechts een handdoek om zijn lendenen, of ik er bezwaar tegen heb. Nee hoor, ik ben wel wat gewend, hij betaalt; wat heb ik toch een spannend beroep.

Een woensdagochtend: ik nader de kom, er staat een man in zijn boot, de boot heet ‘Grote Vriend’. Dat zeg ik tegen hem; ’Goedemorgen, grote vriend’. Hij lacht en zegt dat hij net aankomt. Hij steekt van wal: ‘Ik heb zo een bezichtiging van een huis dat hier in Woudsend te koop staat. Ik vind het reuze spannend, hij vraagt of het hier leuk wonen is. Nou dat kun je best aan mij vragen. Ik vertel dat het een fijn dorp is om in te wonen, elk dorp heeft een eigen karakter, dat er veel Hollanders wonen, in harmonie met de oorspronkelijke Friezen, er wordt niet veel geroddeld, tenminste, daar merk ik niks van. We hebben net de sleepbootdagen achter de rug en er hielpen allemaal vrijwilligers mee, een groot gebeuren, heel gezellig, dat is ook Woudsend. In het naseizoen is het rustiger, dat is logisch natuurlijk maar van april tot oktober bruist het dorpje.

We keuvelen verder, het klikt. Ik vraag hoe hij heet - Bart -, wat zijn beroep is, en wens hem veel wijsheid bij het kijken straks. Hij is zenuwachtig, hij heeft het helemaal gehad met Alphen aan de Rijn waar hij nu woont. Mensen groeten elkaar niet meer, hufterig gedrag op de weg en in de supermarkt. Hij wil er weg. Ik zeg dat je hier een lamme hand krijgt van het wuiven naar elkaar. En dat hij frank en vrij moet gaan kijken in het huis en vooral niet te gretig lijken. Na de bezichtiging is hij welkom in onze biljartzaal voor een kopje koffie. Ik hoop dat Bart gerust gesteld is, de eerste indruk van ons dorp is vast oké, ik zeg; ’Welkom in ons dorp!’ Lijkt me leuk zegt hij, worden we collega’s, loods en havenmeester.

Tot over twee weekjes lieve mensen” - Corine van de Linde