Klaas Ferbeek, van oorlogskind tot mensenhelper: “Wat ik als kind meemaakte, wilde ik omzetten in iets goeds”
SNEEK - Klaas Ferbeek (88) zet zich al 45 jaar in voor mensen die het moeilijk hebben en een flinke steun in de rug kunnen gebruiken. De laatste jaren biedt hij hulp aan de inwoners van Oekraïne, via de organisatie ‘Friese Rijders’ uit Haulerwijk. “Zij sturen vrachtwagens met hulpgoederen naar oorlogsgebieden. Ik ondersteun ze, maak acties, verkoop spullen. Wat ik verdien met Friese vlaggetjes, tegeltjes of snijplanken, gaat naar de stichting.” Ferbeek vertelt hoe hij dorpskranten, bedrijven en scholen benadert met de vraag of ze aandacht willen besteden aan de actie. “Alles wat helpt om geld op te halen.” De oorlog in Oekraïne raakt hem diep. “Als ik beelden zie van kinderen daar… dan schiet ik vol. Het is net alsof ik weer dat jongetje ben in Oudega, dat zag hoe mensen werden weggevoerd. Die pijn komt terug.”

In het Friese dorp Oudega (SWF) was het voorjaar van 1943 niet zoals andere lentes. De zesjarige Klaas Ferbeek liep op het paadje achter de huizen, toen hij iets zag wat zijn leven zou tekenen. “Ik kwam de hoek om en zag twee Duitsers bij onze buurvrouw staan, met een geweer. Het was op haar gericht. Ze hadden haar man gezocht, maar die was weg. Ze hebben haar meegenomen naar Sneek. Hij ging haar achterna en is nooit meer teruggekomen.”
Kind van de oorlog
“Het beeld van die dag,” zegt hij, “is nooit vervaagd. Je ziet het, je hoort het, en dat blijft in je hoofd zitten.” Ook andere momenten uit de oorlog heeft hij helder voor de geest. Een verzetsstrijder die op straat werd doodgeschoten. De angst in het dorp. En het verdriet van mensen die ineens hun man of kind kwijt waren. “Dat neem je als kind mee”, zegt hij zacht. “Dat vormt je.”
![]()
De foto die hem altijd bij zal blijven. De maker er van zei: “Voor God zijn alle mensen en kinderen gelijk,
maar sommigen hebben extra aandacht nodig. En die mogen wij geven.”
Klaas Ferbeek werd geboren op 26 mei 1937, als oudste van acht kinderen. “We hadden het niet breed, maar wel goed. Lieve ouders, dat vooral. Mijn moeder zei nooit letterlijk dat ik anderen moest helpen, maar ze deed het gewoon. Als iemand ziek was, bracht ze soep. Dat heb ik onthouden.” De oorlog liep als een donkerrode draad door zijn jeugd. Na de bevrijding kwam het leven langzaam weer op gang. Klaas leerde een vak, werkte als monteur bij garage De Vries en bij Rinnert de Jager in Sneek, en later als acquisiteur bij uitgeverij Hoekstra in Emmeloord. Toch bleef dat ene gevoel: dat hij iets wilde terugdoen. “Wat ik als kind meemaakte, wilde ik omzetten in iets goeds. Anderen helpen. Dat werd een soort opdracht.”
Drang om te helpen
Die opdracht kreeg vorm in de jaren negentig. Na de val van het IJzeren Gordijn zag Klaas op televisie de armoede in Oost-Europa. Hij besloot niet aan de zijlijn te blijven staan. “Toen Roemenië bevrijd werd van Ceausescu, ben ik er met hulpgoederen naartoe gegaan. Met de Oost-Europa Express. Eerst om voedsel te brengen, later om iets blijvends op te bouwen.”
Dat ik iets kan doen, dat ik betekenis heb gehad. Misschien is dat wel wat ieder mens zoekt.
In 1996 ontmoette hij in Roemenië een man met een gehandicapt kind, die met een groep ouders een opvanghuis wilde bouwen. “Ik voelde meteen: dit klopt. Dit is wat ik moet doen.” Maar toen Klaas twee jaar later terugkeerde, was het gebouw afgebrand. “Ze stonden daar met lege handen. Ze vroegen: ‘Kun je ons helpen?’ Ik zei: ‘I try, but I not promise’.” Terug in Nederland klopte Klaas aan bij het Kinderpostzegelfonds. Dat geloofde in het project. “Vanaf toen ging het lopen. Er kwam een nieuw gebouw, twee verdiepingen. Nu komen daar iedere dag honderd kinderen, die anders nergens heen kunnen. Dat is toch prachtig?”
Van Polen tot Nepal
Roemenië was pas het begin. In Polen hielp hij een weduwe met drie zieke kinderen en een bijna stervende koe. “We gaven haar een nieuwe koe. Zij wilde het geld later terugbetalen, maar ik zei: ‘Die koe blijft van ons, jij mag haar gebruiken’. Zo kon ze haar gezin onderhouden.” Daarna volgden Nepal, Irak, Syrië en Beiroet. Overal probeerde Klaas Ferbeek, samen met anderen, iets te betekenen. Soms met vrachtwagens vol spullen, soms met geld, maar altijd met betrokkenheid. “Het gaat niet om grootse dingen. Het gaat erom dat je wat doet.”
Een leven met betekenis
Hoewel zijn gezondheid hem soms in de steek laat zoals een longontsteking eerder dit jaar, blijft hij actief. “Zolang het lukt, ga ik door. Ik voel dat dit mij gegeven is. Uit mijn geloof, maar ook uit dankbaarheid dat ik dit nog mag doen.” Hij pakt een foto van zichzelf in Roemenië, kwast in de hand en aan weerszijden een gehandicapt kind. “Die foto maakte de vader van een gehandicapt kind. Hij zei iets dat ik nooit vergeten ben: ‘Voor God zijn alle mensen en kinderen gelijk, maar sommigen hebben extra aandacht nodig. En die mogen wij geven.’ Dat vat alles samen.”
Wat het hem gebracht heeft? “Voldoening,” zegt hij na een korte stilte. “En dankbaarheid. Dat ik iets kan doen, dat ik betekenis heb gehad. Misschien is dat wel wat ieder mens zoekt.”
Friese rijders voor Oekraïne.
Klaas Ferbeek is coördinator voor de Friese rijders voor Oekraïne in de regio Súdwest-Fryslân. In december willen de Friese Rijders in SWF met een konvooi van 24 vrachtwagens met hulppakketten afreizen naar Oekraïne. Wil je meehelpen dit voor elkaar te krijgen, dan kun je de Friese rijders financieel ondersteunen door middel van de QR-code.
Tekst: Richard de Jonge
Foto’s: Richard de Jonge / aangeleverd
![]()












