columns

Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres

Door: Henk van der Veer

Begin augustus zit een man te bellen in de kuip op zijn boot. Ik kom aangefietst. Ik vraag aan de vrouw die naast hem zit of ze een nachtje blijven. De man gebaart dat het oké is maar de vrouw wil eerst weten wat het gaat kosten. Ik zeg; ’twaalf euro’. ‘Oh doe maar’ zegt ze. Ik zeg dat er nog wel toeristenbelasting bij komt. ‘Nee hoor’ zegt ze’ we liggen aan de overkant in een jachthaven en hebben daar al toeristenbelasting betaald’ ‘Ja, maar jullie liggen nu hier en niet daar’. 

Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres
Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres Foto aangeleverd

Haar man interrumpeert en zegt tegen zijn vrouw; ’Jij miezemaust over 2,50 euro maar wat kosten die sigaretten van jou dan wel niet, we moeten er tegenwoordig helemaal voor naar Duitsland karren! De huwelijkscrisis blijft gelukkig uit, ze betalen, inclusief toeristenbelasting! 

De volgende ochtend kan ik met geen mogelijkheid bij mijn kade komen, er wordt aan het riool gewerkt. Ik kan er op geen enkele manier langs. Dan maar een stukje terug fietsen en een steegje induiken maar, daar stuit ik op een stel dat hun honden uitlaat. Het gaat niet vanzelf vanmorgen. Uiteindelijk lukt het me en kan ik starten met mensen wakker maken, het is wat druilerig, maar dat deert me niet. 

Na de Eewal fiets ik naar de Loswal, ondertussen zie ik een enorme rondvaartboot naderen, die blijft hier hangen want de brug draait nog niet. Aan de Loswal ligt een Lemster Aak, de eigenaren liggen nog op een oor. De man van het imposante schip sommeert dat hij aan de Loswal moet liggen. Eerst moet ik de man nog zien te wekken op de Aak. Ik doe mijn best, ik hoor tot mijn vreugde gestommel. Ik roep dat hij moet opschieten. En ja daar gaat het deurtje open, hij kijkt naar rechts en ziet het omvangrijke schip. Hij is er niet echt van onder de indruk. Hij pint bij me en ik zeg dat hij wel even aan de kade bij de ingang van de Kom kan gaan liggen en daar rustig koffie kan gaan drinken. Ook weer opgelost, beter kon het niet gaan, fijn! 

En soms wordt er wat af gesjanst ; in de Kom is niemand is wakker te krijgen, ook niet met kloppen. Bij een bootje hoor ik wat gestommel maar er gebeurt nog niet echt iets. Ik zeg nog maar eens; ‘Goedemorgen, havenmeester hier, bent u bijna wakker, kunt u opstaan?’ ‘Voor jou altijd! ’grapt hij 

Tot over een week of twee, fijne nazomer lezers!