columns

Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres

Door: Henk van der Veer

Op een zonnige namiddag in juli kom ik aan bij een stel op een jacht wat me al op staat te wachten. Ik vraag of ze al hebben betaald omdat ik nergens een sticker zie. ‘Nee, dat mocht niet van jou’ zegt de man. ‘Hoezo’ zeg ik. Hij: ’Dat zei je vorig jaar, anders had je geen baan meer binnenkort”. Daarop zeg ik tegen zijn vrouw: ‘Luistert uw man ook zo goed naar u mevrouw?’

Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres
Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres Foto aangeleverd

De volgende ochtend liggen er drie oude mooie stalen sleepboten in de haven. De mannen leggen een kaartje op het eerste schip. Ze zijn blij met wat afleiding. Ik heet ze welkom. Een van de stoere binken vraagt me of ze korting krijgen omdat ze varend erfgoed zijn. Ik zeg grappend dat er een toeslag op zit omdat ze zoveel CO2 uitstoten. Een gewiekste gozer aan boord zegt; ’Duurzamer kan het niet mevrouw, de motor zit er al sinds 1939 in’ Daar heeft hij een punt!

Op een ochtend maak ik een tachtigjarige man wakker. Toch heel kwiek steekt hij zijn hoofd buiten de kajuit. Ik vraag uiteraard of hij goed heeft geslapen. Hij zegt: ’Ja, maar mijn haar zit niet’        

Ik zeg: ‘Nou, als dat het enige probleem is?’ Hij antwoordt dat het heel belangrijk is op zijn leeftijd. Schattig…Ik vraag waar de naam van zijn boot vandaan komt, Boltjes Flod staat er op de boeg. Als klein kind, net na de tweede wereldoorlog, was meneer dol op boekjes van Bolke de Beer. Een kinderboek uit zijn jeugd dus. Bolke zijn vriendje heette Boltjes, hij kon nauwelijks schrijven, hij had een vlot maar hij schreef FLOD , hij moest er destijds om lachen en het had veel indruk gemaakt, daarom noemde hij zijn boot zo. Hij kan er smakelijk over verhalen. De volgende ochtend ligt hij er nog en ik roep, terwijl ik zijn boot voorbij fiets, dat zijn haar er puik uit ziet vandaag.

Het is nog wat vroeg wanneer ik aan de Eewal arriveer, ik probeer deze of gene te wekken, na een minuut of twee hoor ik; ‘Bijna wakker, ik kom eraan!’ Er verschijnt een heer in T-shirt en onderbroek. Hij heeft goed geslapen en betaalt me keurig. Ik vervolg mijn weg. Later die ochtend loop ik, sjouwend met een leeg krat bier, de plaatselijke Spar in. De eerder genoemde man staat bij de kassa en roept naar me dat hij nu echt goed wakker is. Ik antwoord dat het nu ook fijn is dat hij wat beschaafder gekleed is, en een broek draagt…. dat beaamt hij.

Lieve lezers, nog een fijne zomer en tot over twee weekjes! Groet, Corine