Column Corine van de Linde: De Havenmeesteres
Met moeite krijg ik deze morgen het eerste bootje wakker, een mooi waar scheepje van hechthout. Het tweede bootje geeft echter geen sjoege. Dan komt er aan de straatkant van de wal een jong stel thuis dat aan de Eewal woont, ze hebben hun zoon net naar school gebracht. Ze krijgen de oude houten voordeur niet open. Ik zeg dat ik wel wat olie voor ze heb, die heb ik thuis.

De man vraagt of hij zal meelopen. Nee dat hoeft niet, ik doe eerst mijn ronde maar dat kan wel even duren want deze boot is nog steeds in diepe rust. Ik ga alvast naar het volgende schip. Dan komt de heer des huizes me vertellen dat er een gordijntje openging bij de vorige boot. Fijn, dan kan ik daar eerst innen en warempel, bij de vrouw floept de voordeur van hun huis ook opeens open. Soms zit het ietwat tegen maar het volgende moment is het klein leed opgelost. Wat een actie op de vroege morgen, heerlijk!
Aan de Eewal ligt een enorme boot, met Zwitserse vlag, een kruiser. Drie verdiepingen hoog. De eigenaar vraagt me hoe warm het wordt en of er ook een hotel met airconditioning in het dorp is. Ook vraagt hij me waarom er geen stroom is. Ik zeg dat hij een stukje terug kan varen, in de dorpskom, waar hij stroom kan afnemen, daar kan hij misschien liggen als er ruimte is voor de enorme bak plastic. Dat laatste zeg ik natuurlijk niet tegen hem…Maar dat wil hij niet, opeens zegt hij dat hij drie dagen wil liggen aan deze wal. Volgens mij kan hij niet goed uit de voeten met dit schip.
In de kom ligt een Midget met een wat ouder doch kwiek echtpaar erop. Ze slapen voor het eerst op de boot, ze varen straks door naar Heeg en brengen daar de volgende nacht door , op een camping. Ze worden wel wat stijf in de ledematen in het kleine bootje van 6 meter. Meneer pint bij me en we vinden het nog steeds ongelooflijk dat betalen in een kwart van een seconde gefikst is. Het contrast met de beide boten kan niet groter: hoe meer bezit hoe meer zorgen en hoe kleiner hoe handzamer!
En aan het eind van de L-steiger ligt een Doerak met een gezette vrouw met permanentje erop.’ Gutemorgen begin ik maar eens, Gutemorgen antwoordt ze. Ik ga verder: Gut geslafen? Und wie lange ist ihre Schif etcetera. We handelen een en ander af en ik ga naar de volgende boot. Daar zitten vrienden op dus begin ik met : Ha die Marianne en Siep! De vrouw van de Doerak hoort het en roept naar mij; Oh u bent gewoon Nederlands, waarom dacht u nu dat ik Duits was?
Nou, haar hele voorkomen eigenlijk maar dat hou ik wijselijk voor me.
Lezers, tot over twee weekjes, pas goed op elkaar, groet, Corine












