columns

Column havenmeesteres Corine van de Linde: Droom Boreas

Door: Ynte Dragt

Sommige boten weten precies waar ze heen willen. Andere lijken nog even te aarzelen en het lot te tarten. De boot ‘de Droom’ behoort tot die categorie.

Afbeelding

Al geruime tijd draait hij keurige rondjes door de Kom. Langzaam, bedachtzaam, alsof er elk moment een ligplaats uit de lucht kan vallen. Een rondje linksom, nog maar eens langs de brug, hoop doet varen nietwaar?

Aan boord blijft de blik strak op de steigers gericht. ‘Misschien gaat daar iemand weg’. Maar niemand vertrekt. Iedereen zit tevreden op zijn eigen plek, met een kop koffie of een glaasje wijn.

Aan de wal staat de eigenaar van de Boreas, hij is zo fier op zijn schip, net tweedehands aangeschaft, het is zijn trots, dat zie je aan alles. Echter, bij iedere nieuwe manoeuvre van de Droom kleurt hij een tint groener en daarna nog geler. “Hij is er weer “mompelt hij. Alsof de Droom persoonlijk om zijn boot cirkelt.

Als havenmeester weet je dat geduld op het water een deugd is en dat ergernis zich vroeg of laat aandient. Uiteindelijk kwam er natuurlijk een plek vrij. De Droom meerde aan alsof het precies zo bedoeld was. De eigenaar van de Boreas haalde diep adem, de rust keerde terug in de Kom.

Tot de volgende boot dacht - misschien is daar nog een plekje...

Als havenmeester heb je er niet echt invloed op, voor de ene boot heb je net zoveel sympathie als voor de andere boot, niet helemaal maar ik laat het wel zo lijken. Je zegt tegen de een dat het niet te lang moet duren en tegen de ander dat hij zich niet zo moet ergeren, veel meer kun je niet doen in mijn functie.

En van de verharding in de maatschappij maak ik in Woudsend niet veel mee. Op een woensdagochtend in juli kom ik bij een platbodem aan de Eewal aan...ze zijn nog niet wakker, maar daar gaat het deurtje open en kom er een lieftallig meisje naar boven. ‘Oh, goedemorgen, we dachten dat je hier kon liggen tot 11 uur, dat werd ons gisteren verteld.’ Ik leg uit hoe het hier werkt. Ze betaalt gedwee en biedt excuses aan dat ze nog niet wakker was, geeft niks, schattig gewoon. Ik zeg nog wel dat ze de schuld van het betaalde geld moet delen met haar vriendinnen.

En gisteren riep een man zijn hond; ‘Kip!’ Ik vraag hem of de hond echt Kip heet, ‘Ja, mijn vis heet Pokon’. En waar je pannenkoeken kan eten in het dorp.

Onschuldiger wordt het niet vandaag!

Tot over twee weekjes lieve mensen! Groet, Corine