Algemeen

Face to face met Nelson Varela: Van straatschoffie tot sportschooleigenaar, een verhaal over vallen en weer opstaan

Door: Wim Walda

Sinds tweeënhalf jaar is Sneek een boks- en kickboksschool rijker, NeRo’s Gym. Niet een normale kickboksschool volgens eigenaar Nelson Varela, die de ‘gym’ samen met zijn twee zonen Romano en Jairo bestiert, maar een veilige plek voor (jonge) sporters, waar een sportieve ‘mindset’ en conditie weliswaar hoog in het vaandel staan, maar waar aspecten als een luisterend oor, advies en goede raad van ‘grote broer’ kickboksleraar en ex-jeugdzorg begeleider Nelson Varela minstens net zo belangrijk zijn. We kijken samen met hem terug op zijn turbulente leven dat hem uiteindelijk in Sneek bracht.

Nelson Varela
Nelson Varela Foto: Laura Keizer Fotografie

Sinds tweeënhalf jaar is Sneek een boks- en kickboksschool rijker, NeRo’s Gym. Niet een normale kickboksschool volgens eigenaar Nelson Varela, die de ‘gym’ samen met zijn twee zonen Romano en Jairo bestiert, maar een veilige plek voor (jonge) sporters, waar een sportieve mindset en conditie hoog in het vaandel staan, maar waar aspecten als een luisterend oor, advies en goede raad van kickboksleraar en ex-jeugdzorg begeleider Nelson Varela minstens net zo belangrijk zijn. We kijken samen met hem terug op zijn turbulente leven dat hem uiteindelijk in Sneek bracht.

Dat leven begon 51 jaar geleden in Rotterdam, als zoon van Kaapverdische ouders. Zijn vader had, na vele jaren op zee, een baan gekregen aan de wal bij Van Nelle in Rotterdam en daar begon ‘de teller’ voor Nelson te lopen. De sfeer in het gezin Varela was onveilig. Nelsons vader dronk regelmatig te veel en liet zijn handjes dan ruimhartig wapperen, waarbij zijn gezin het moest ontgelden.

Het recht van de sterkste

Nelson kwam op zijn dertiende dan ook op een internaat terecht, waar overigens weinig toezicht was, zodat hij zich ontwikkelde tot een regelrecht Rotterdams straatschoffie, dat vaak in aanraking kwam met de politie. Contact met zijn ouders had hij niet meer. “Het recht van de sterkste was daar wet”, reageert Nelson Varela. “Het was hard slaan of hard lopen, afhankelijk van wie je tegenover je had. Ik kon best goed leren en zat ook op mijn 13e als talentje op kickboksles, maar door het chaotische straatleven bleven die beide aspecten zwaar onderbelicht. Toch ben ik achteraf niet rouwig om die turbulente jeugd omdat ik er later in mijn leven als ervaringsdeskundige mijn voordeel mee heb kunnen doen. Ik had in ieder geval zelf ervaren hoe het niet moest”.

Het was hard slaan of hard lopen, afhankelijk van wie je tegenover je had

Rijkshotel

De situatie op straat liep uiteindelijk uit de hand en Nelson mocht een tijdje doorbrengen in het ‘Rijkshotel’. Nelson: “Toen ik vrij kwam begon eigenlijk mijn straf pas echt. Je bent een bajesklant, hebt een strafblad, geen diploma’s, dus geen vooruitzichten. Ik kwam terecht bij Exodus in Utrecht, een instelling die opvang en begeleiding biedt aan ex-gedetineerden. Zodat die niet ‘cold-turkey’ de maatschappij weer in worden gestuurd, maar er een geleidelijke overgang plaats vindt.

Inmiddels was ik Annemiek tegengekomen, waar ik als een blok voor viel en we kregen een relatie, met als gevolg een prachtige zoon, Romano. ‘Neen’ was in die periode het steevaste antwoord dat ik op al mijn sollicitaties kreeg. Wat volgde waren uitzichtloze baantjes via uitzendbureaus, maar niets waar je verder op kon bouwen. Ik had wel altijd veel contact met jongeren. Bezig om ze op het rechte pad te krijgen en te houden, maar zelf zat ik in de shit. Ik had schijt aan de wereld omdat ik toch niet werd geaccepteerd. Romano was in die duistere periode mijn redding, want dankzij dat mooie blije gozertje had ik wat om door te gaan om een toekomst op te bouwen”.

Toeslagenaffaire: een schuld van twintig jaar...

Toen Romano een jaar of vijf was kreeg het gezin Varela, net als vele duizenden andere gezinnen in Nederland, te maken met de toeslagenaffaire. Volgens de belastingdienst hadden ze een vermogen aan toeslagen onterecht ontvangen, maar ‘dat mochten ze in twintig jaar terugbetalen’.

“Toch waren er ook lichtpuntjes”, meent Nelson. “In die periode had ik vrij veel contact met een buurjongen die in de jeugdzorg werkte. Die vertelde verhalen over wat hij meemaakte. Ik gaf hem dan vanuit mijn eigen ervaring op straat tips, waarop hij mij regelmatig aanspoorde om zelf in de jeugdzorg aan de slag te gaan. Alhoewel ik mijn kansen niet al te hoog inschatte, heb ik mij in Arnhem toch aangemeld bij de opleiding sociaal pedagogisch werk en werd tot mijn verrassing aangenomen. Ik sprong een gat in de lucht toen ik stage mocht lopen bij Exodus, waar ik als ex-gedetineerde al mee in aanraking was gekomen. Na die stage en het succesvol afronden van mijn opleiding kon ik in Arnhem aan de bak als straatcoach, een project om overlast gevende en moeilijk te hanteren jongeren als een soort ‘grote broer’ op het rechte pad te krijgen en te houden”.

Ik gaf hem dan vanuit mijn eigen ervaring op straat tips, waarop hij mij regelmatig aanspoorde om zelf in de jeugdzorg aan de slag te gaan.

Niet langer alleen maar zwart en wit…

Tegelijkertijd besloot Nelson het contact met zijn ouders aan te halen. “Die waren door de fusie van Van Nelle in Rotterdam met Douwe Egberts in Joure naar Sneek verhuisd. Als je jong bent bestaat alleen maar zwart en wit, gelijk of ongelijk, en ben je snoeihard in je oordeel. Maar als je zelf kinderen krijgt en leert dat er tussen zwart en wit ook grijstinten bestaan, word je wat zachter in je oordeel en begin je te begrijpen waarom de situatie vroeger was zoals die was. Met als gevolg dat ik mondjesmaat mijn ouders weer opzocht.

Mede daardoor begon ik na te denken over de toekomst van ons gezin, want de drugsproblematiek in Arnhem was heftig. Als ik Romano naar school bracht was het elke morgen vaste prik dat ik eerst de naalden en drugswikkels in het trappenhuis moest opruimen. Ik wilde niet dat hij zo opgroeide, dus hebben we uiteindelijk vijftien jaar geleden besloten om te verhuizen naar een rustiger omgeving. Dat werd Sneek, waar ik jaarlijks tijdens de Sneekweek mijn ouders bezocht. Ik kon aan het werk als woonbegeleider bij Tjallingahiem, dat later Alliade werd. Helaas werden na de fusie alle tijdelijke contracten opgezegd zodat ik weer op zoek moest naar werk”.

Mede door de toeslagenaffaire, keihard werken, maar thuiskomen en daar een lege koelkast aantreffen, raakte Nelson mentaal op een hellend vlak. Zijn vrouw Annemiek werd het allemaal te veel en het paar besloot er in goed overleg een punt achter hun relatie te zetten, maar de kinderen daar niet de dupe van te laten worden. Vandaar dat er nog steeds een heel goed contact is en dat Annemiek de administratie van NeRo’s Gym voor haar rekening neemt.

Boos op de wereld

Nelson was boos op de wereld, heel boos. De druppel die uiteindelijk de emmer liet overlopen was de zelfmoord van zijn neef in 2015. Nelson, zichtbaar geëmotioneerd: “Toen hing er een gitzwarte wolk boven mijn hoofd. Het kon me allemaal niets meer schelen. Ik was weer dat straatjochie van 13 jaar, voor wie de wereld een doedelzak was. Ik liet mij door ‘verkeerde vrienden’ verleiden tot de wereld van het ‘snelle geld’, een wanhoopsdaad die helemaal niet bij mij paste. Ik dealde, werd gepakt, veroordeeld en mocht gedurende anderhalf jaar opnieuw gebruik maken van de voorzieningen van de Nederlandse staat in Veenhuizen”.

Het kon me allemaal niets meer schelen. Ik was weer dat straatjochie van 13 jaar, voor wie de wereld een doedelzak was.

Eigen hart volgen

Toen hij midden in de coronaperiode vrij kwam, kon hij aan de slag bij Terwille verslavingszorg in Groningen. Maar na een jaar besloot hij om zijn hart te volgen en samen met zijn kinderen iets op te zetten. Nelson valt enthousiast in: “Ik ben het kickboksen mijn hele leven actief blijven beoefenen en zette het als leraar ook in als instrument om een luisterend oor bij jonge delinquenten en herrieschoppers te krijgen. De veiligheid die ik in mijn jeugdjaren voelde op de sportschool en de adviezen van mijn toenmalige kickboks-trainer zijn mij altijd bijgebleven”.

NeRo’s Gym werd de naam van de boks- en kickboksschool in Sneek. Het moest een veilige en respectvolle omgeving worden, waar boksen en kickboksen, een sportieve mindset en conditie net zo hoog in het vaandel staan als het maatschappelijk belang. NeRo’s werkt daartoe actief samen met de Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur, zodat ook sporters uit minder bedeelde gezinnen de kans krijgen om te sporten. En dat blijkt, gezien het aantal aanmeldingen van sporters en dankbare reacties van ouders, te werken.

Maatschappelijk instituut

“We begonnen in een pand aan de Professor Zernikestraat, een opslag van het aanpalende Franky’s Motorcycles. Samen met mijn vriendin Lonneke, bij wie ik sinds een jaar of drie de liefde en rust heb gevonden, mijn kinderen, vrienden en leden hebben we daar een mooie trainings- en lesfaciliteit neergezet. Vanaf het begin liep dat als een tierelier en elke keer als er in het pand een ruimte vrijkwam huurden we dat er bij. Met als gevolg dat we nu al om ons heen moeten kijken naar een ruimer bemeten locatie.

Daarnaast heeft mijn oudste zoon Romano in ons pand een klein muziekstudiootje gebouwd waar hij zich met jongeren bezighoudt met muziek, omdat muziek nou eenmaal een universele taal is waarin mensen, die zich met woorden en emoties wat minder kunnen uiten, toch een spreekbuis vinden. En vaak via de muziek zelfvertrouwen opbouwen en drempels overwinnen.

Samenvattend zijn we meer dan een boks- en kickboksschool. Ik beschouw ons meer als een maatschappelijk georiënteerd instituut, waar jongeren zich veilig moeten voelen en door boksen, kickboksen en muziek maken, in samenhang met een luisterend oor, gesprekken, tips en adviezen meer zelfvertrouwen ontwikkelen en hun sterke kanten ontdekken.”

Samenvattend zijn we meer dan een boks- en kickboksschool. Ik beschouw ons meer als een maatschappelijk georiënteerd instituut.