SNEEK - Ze is geboren en getogen in Sneek, telt 22 lentes, en verraste op 20 oktober van dit jaar tijdens de Marathon van Amsterdam vriend en vijand door in haar marathon-debuut als tweede Nederlandse dame te finishen in een tijd van 2.39,33, goed voor een Nederlands record onder de 23 jaar. Het leven van Vera de Vries draait, eigenlijk al sinds haar zesde jaar, om hardlopen. Een portret van deze jonge, maar o zo ambitieuze Sneekse.
Vera de Vries, een rank meisje met een glimlach van oor tot oor, verwelkomt ons hartelijk en relativeert meteen de lofzang over haar marathondebuut. “Ik eindigde in mijn eerste marathon weliswaar als tweede Nederlandse en daar ben ik hartstikke trots op, maar vergeet niet te vermelden dat er twaalf Afrikaanse loopsters en een Nederlandse vóór mij finishten. Daar ligt dus nog een forse uitdaging, want iedere atleet die topsport bedrijft wil de beste zijn; ik ook.”
Hoe is het allemaal begonnen?
Vera: “Op de lagere school, de Johannes Postschool in de Noorderhoek, werd ik door mijn ouders op atletiek gedaan. Het was mij al snel duidelijk dat speerwerpen, kogelstoten en verspringen niet echt mijn ding waren, maar het lopen vond ik erg leuk en dat ging mij ook relatief gemakkelijk af, met een voorkeur voor de 800 en 1000 meter. Toen ik een jaar of tien was mocht ik aansluiten bij MILA, een loopgroep van Atletiekvereniging Horror, gericht op de middel- en lange afstanden. Dat was een leuke periode. We hadden toen Harry Jorritsma, Roel de Jong en Pieter Baljet als trainers. Met het verstrijken van de jaren gingen steeds meer mensen hun eigen weg, zodat de onderlinge band wat verwaterde.”
Controlfreak
“De middelbare school en mijn liefde voor het lopen kon ik goed combineren omdat ik heel gestructureerd ben; een beetje een controlfreak. Wat dat betreft het tegenovergestelde van mijn twee jaar jongere zus, die aan de TU in Delft bouwkunde studeert. Die heeft een breed palet aan interesses. Ze zingt in een band, danst, loopt hard en begint binnenkort met roeien. Ik wil één ding perfect doen en focus me daar op. Wat ik goed kan is anticiperen op veranderingen; dan gooi ik mijn planning om en heb ik alles weer in de hand. Iedereen ligt wel eens een paar dagen in de lappenmand; dan doe ik een belletje naar mijn coach en veranderen we samen het trainingsschema. Ik vind het daarbij heel belangrijk om goed naar je lichaam te luisteren en niet koste wat kost door te gaan. Dan verlies je het plezier in de sport.”
Papendal
“Tijdens gesprekken over trainen en trainers viel regelmatig de naam van succescoach Honoré Hoedt, die veel nationale en internationale talenten onder zijn hoede had, waaronder Sifan Hassan. Voor mij stond al vast dat ik na de havo naar Papendal in Arnhem wilde en door hém getraind wilde worden. Na het behalen van mijn havodiploma ben ik dus naar Oosterbeek verhuisd. Daar zat ik met twee jongens in huis. Ik wilde een plekje voor mijzelf, zodat ik na een jaar ben verkast naar Arnhem, waar ik een jaar heb gewoond. Op Papendal studeerde ik sportkunde. Het eerste jaar viel samen met de corona-uitbraak, zodat alle lessen online plaatsvonden. Twee keer per dag trainen op de atletiekbaan en tussendoor de online lessen volgen. Dat ging best goed.”
Geestelijk en lichamelijk ‘uitgewoond’
Na het behalen van haar propedeuse werden de beperkende coronamaatregelen opgeheven en begon voor Vera de drukte van het studentenleven naast de vele trainingsuren. Dat betekende ’s morgen vroeg eerst ontbijten, trainen, daarna een tweede ontbijt, spullen inpakken, op de fiets naar Papendal, samen met de andere sporters in de ‘Topsportklas’ colleges volgen, training van twee uur afwerken, op de fiets naar huis, zelf koken, boodschappen doen, het huishouden, studeren.
Vera: “Na twee maanden was ik geestelijk en lichamelijk ‘uitgewoond’. Ik verloor het plezier in zowel het lopen als de studie. Het lopen werd volledig overschaduwd door de studie en het hele gedoe er omheen. In overleg met mijn vader heb ik toen een punt achter mijn studie gezet en me de rest van dat jaar helemaal gericht op het lopen.”
Van de baan naar de weg
“Na dat jaar ben ik terug naar Sneek gegaan en heb ik mijn training in eigen hand gehouden. Maar om serieuze stappen te kunnen maken is een trainer/coach onontbeerlijk. Niet alleen voor het fysieke, maar zeker ook voor het mentale deel. Inmiddels had het plan zich in mijn hoofd genesteld dat ik de Marathon van Amsterdam wilde lopen. Na lang nadenken heb ik Guido Hartensveld benaderd. Guido is coach van Team Distance Runners, waar individuele lopers worden begeleid. Hij was enthousiast over mijn marathonplan en zegde toe mijn voorbereiding online via een speciaal softwareprogramma te monitoren. Met name de laatste acht weken voor de marathon ontstond er op die manier een hechte samenwerking.
Daar ben ik heel blij mee, want ik weet dat ik nog stappen moet zetten. Ik moet sneller worden. Ik loop nu de marathon met zestien kilometer per uur, maar ik wil uiteindelijk bij de Europese top proberen te komen en dat vergt een gemiddelde snelheid van achttien tot negentien kilometer per uur. Het plan is dan ook om het komende jaar niet twee marathons te lopen, maar het accent te leggen op snelheidsverhoging. Dat betekent tot juni 2025 werken aan de snelheid om dat daarna in de voorbereiding van de marathon in oktober mee te nemen.”
Het moment suprême
“De Marathon van Amsterdam ging dankzij de goede voorbereiding eigenlijk van een leien dakje. Natuurlijk kom je niet in de buurt van die Keniaanse en Ethiopische atletes, maar dat ik als tweede Nederlandse achter Marcella Herzog finishte in een tijd van 2.39,33 verraste vriend en vijand. Want 22 jaar is erg jong voor een marathonloopster. Geen man met de hamer, waar ik best een beetje zenuwachtig over was. Geen kramp. Ik liep mijn eigen race en heb geen aandacht aan andere lopers besteed. Toen ik dan ook een halve minuut onder de geplande 2.40 liep was de opluchting groot. Ik moest vreselijk huilen, van blijdschap en opluchting. Vooral toen ik het podium op mocht en omdat mijn tijd ook een Nederlands record onder 23 jaar betekende.”
Waar ligt jouw ambitie?
“Iedere topsporter wil de beste zijn en dat geldt uiteraard ook voor mij. Dat ik sneller kan staat voor mij als een paal boven water. De vraag is alleen hoeveel. Ik kies voor de marathon omdat ik het leuk vind en nieuwsgierig ben hoe ver ik kan komen. Ik ben met mijn 22 jaar ‘piep’ voor de marathon en kan theoretisch nog wel een jaar of vijftien mee. Natuurlijk zou ik het schitterend vinden om op een EK of de Olympische Spelen te staan, maar mocht dat niet lukken, dan beschouw ik dat niet als een mislukte carrière. Als ik niet verder zou komen dan de subtop van Nederland, dan heb ik daar vrede mee in de wetenschap dat ik het in ieder geval echt heb geprobeerd. Ik heb geen dingen half gedaan.”
Hoe sta je in het leven?
“Ik wil elke dag het beste uit mijzelf halen. Ik ben een zorgzaam type en ben vaak in mijn hoofd met anderen bezig. Zeg maar het type dat op een verjaardag mee gaat helpen in de bediening. Daarnaast probeer ik altijd positief te zijn, alhoewel dat niet altijd lukt. Ik ben perfectionist en uiterst gestructureerd. Draai nooit om dingen heen en ben dus rechttoe rechtaan. Ik ben wel een mensenmens, maar kan heel erg goed op mezelf zijn.”
Waar word jij blij van?
“Zoetigheid met een goede bak koffie. Zon, windstil. Creatief bezig en bakken, zoetigheid. En sporten. Een leuke training of wedstrijd kan ik enorm naar uitkijken. Eigenlijk alles wat met bewegen te maken heeft.”
Sociaal?
“In de voorbereiding op een belangrijke wedstrijd of de marathon ben ik allesbehalve sociaal. Veel te bang om ziek te worden. Mijn moeder is docente; dan zie ik in gedachten het spookbeeld van honderden kinderen met loopneuzen voor me. Mijn zus mocht niet thuiskomen in die laatste paar weken en mijn vader was heel voorzichtig. Handen wassen, heel veel handen wassen. Maar meteen na de marathon gaan de teugels los, zoek ik mijn hartsvriendin Rianne weer op, ga naar verjaardagen. Maar op momenten dat ik moet pieken trek ik mij terug in mijn bubbel.”
Toekomst?
“Persoonlijk: we leven momenteel in een rare wereld. Ben enerzijds gek op kinderen, maar weet niet of ik ze zelf in deze wereld zou willen zetten.
Op sportgebied: een stijgende lijn in hardlopen. Ik zie mezelf ook wel op hoog internationaal niveau presteren, anders zou ik het niet doen. Echt grote stappen maken lukt alleen met meer sponsorgeld, want dat betekent uitgebreidere trainingsfaciliteiten, zoals op hoogte trainen om snel progressie boeken te boeken. Dus ik hoop dat er een sponsor is die in mij gelooft en in mij wil investeren.”
Tekst: Wim Walda
Foto: Laura Keizer
![]()






