Face to Face met sportjournalist Peter van der Meeren: “Je moet de lezer vasthouden, niet bedelven”
JUTRIJP - Aan de keukentafel van zijn huis in Jutrijp vertelt Peter van der Meeren over 40 jaar sportjournalistiek, koffie en het leven ná de krant. De blik van de in Sneek geboren kruidenierszoon van het Kleinzand is scherp en de verhalen stromen nog altijd even soepel. “Of nou ja,” glimlacht hij, “stilzitten kan ik nog steeds niet goed.” Een portret van een leven vol deadlines, sportvelden en verhalen...

“Eigenlijk zijn het 45 jaren,” zegt Peter van der Meeren lachend, “want de vijf jaren bij het Sneeker Nieuwsblad waren m’n opleiding. Een betere leerschool kon je niet hebben.” In 1985 stapte hij over naar de Leeuwarder Courant, waar hij uitgroeide tot vaste sportstem van Friesland. “Wat me het meest bijblijft? Dat ik altijd op het goede moment op de goede plek ben geweest. Ik wilde graag sc Heerenveen volgen, toen dat nog een anonieme club in de Eerste Divisie was. En ineens stond je in Europese stadions, met Riemer van der Velde en Foppe de Haan aan de knoppen. Dat was een ongelofelijke tijd.”
Het verhaal van David
Hij lacht als hij terugdenkt aan de eerste jaren, toen er nog geen internet was. “Ik heb ooit in Wit-Rusland gezeten met een laptopje waarop je vier regels tekst kon zien. Met postelastieken hield ik de telefoonhoorn vast om m’n verslag door te bellen. En als dat niet lukte, las je gewoon je hele stuk aan een typiste voor. Nu mopperen ze als de wifi hapert!”
De verhalen die hem het meest raakten, waren niet altijd die over kampioenschappen of overwinningen. “Er was eens een talentvolle jongen van vijftien, David...”, vertelt Peter, zichtbaar aangedaan. “Hij was op kamp met zijn karateclub en is daar overleden, waarschijnlijk door de ammoniakdampen van mest uit een naastgelegen weiland. Ik kwam later bij z’n ouders thuis de kamer in, waar zijn foto stond, en een tante had een prachtige portrettekening van hem gemaakt. Zijn zus vertelde dat ze David, die weken in coma lag, vijftien jaar hebben laten worden, iets wat hij heel graag wilde. Vlak na middernacht is op de IC de stekker uit het beademingsapparaat gehaald. Ik heb dat verhaal geschreven met tranen in mijn ogen. Toen de ouders me later bedankten voor hoe waardig hun zoon in een verhaal was neergezet… Ja, dat vergeet je nooit meer. Dát is waarom ik journalist ben geworden.”
“Ieder mens heeft een verhaal”
“Ieder mens heeft een verhaal”, zegt Peter beslist. “Dat is altijd mijn stelregel geweest. En het was mijn drijfveer om het op te schrijven, niet voor mezelf, maar voor die ander.” Hij noemt het schrijven “iets creatiefs, bijna schilderen met woorden.”
“Je verheugt je op een gesprek, werkt het uit tot iets moois en dan komen de reacties. Dat maakt het rond. Ik heb er nooit aan kunnen wennen dat sommige collega’s het vak losjes namen. Een tekst moet schoon, klaar, zorgvuldig aangeleverd worden. Dat ben je verplicht aan je lezer én aan de mensen over wie je schrijft.”
De mens achter de journalist
Over zijn eigen pad zegt hij met een bescheiden glimlach: “Het is me allemaal overkomen. Ik had geen rijbewijs, geen ervaring en kon niet typen, en ben er toch ingerold. Dat kwam door een weddenschap met mijn vader.”
Een tekst moet schoon, klaar, zorgvuldig aangeleverd worden. Dat ben je verplicht aan je lezer én aan de mensen over wie je schrijft.
Zijn vader, Piet van der Meeren, woog destijds 135 kilo. Hij kondigde op een dag aan dat hij de Elfstedentocht op de fiets ging rijden. “Wij kinderen kwamen niet meer bij van het lachen. En toen zei hij: ‘Wedden dat ik het doe?’ Waarop ik riep: ‘Dan kruip ik van hier tot IJlst!’ En ja, hij volbracht de tocht, dus ik moest eraan geloven. Zeven kilometer op handen en knieën! Het Sneeker Nieuwsblad pikte het verhaal op, compleet met foto. Een tijdje later, bij mijn sollicitatie bij die krant, vroeg hoofdredacteur Foeke Arema: ‘Ben jij die gek die zeven kilometer gekropen heeft?’ Toen ik bevestigend antwoordde en dacht dat deze sollicitatie daarom niks zou worden, hebben de ‘Doevedaansen’ en Arema me zeven weken de kans gegeven. Zo is het allemaal begonnen.”
Peter glimlacht: “Dat typeert me wel. Gek genoeg om te beginnen en koppig genoeg om het vol te houden.”
Van krant naar boek
Na 45 jaar werken op tempo geniet Peter van der Meeren nu van het schrijven in eigen ritme. “Structuur, dat is het toverwoord. En koffie, véél koffie, soms wel twaalf bakken op een dag”, grijnst hij. “Ik heb altijd geleerd: begin gewoon. Niet alles tegelijk willen doen en vooral discipline houden. Bij ‘21 man’ (het indrukwekkende boek over de razziawedstrijd in Sneek op 21 mei 1944, waarbij 21 jonge mannen door de Duitsers werden opgepakt - red.) deed ik het naast mijn werk; nu kan ik er echt induiken.”
Over de overgang van journalist naar schrijver zegt hij: “Een goed journalistiek verhaal moet scherp en compact zijn. Een boek mag meanderen, mag ademhalen. Maar kwantiteit is niet hetzelfde als kwaliteit. Je moet de lezer vasthouden, niet bedelven.”
‘Open kaart’ met Sherida Spitse
Als Peter praat over zijn nieuwe project, lichten zijn ogen op. “Sherida Spitse ken ik al twintig jaar”, zegt hij. “We komen allebei uit Sneek en ik heb haar carrière van dichtbij gevolgd. Ze is recordinternational, moeder, mens. En nu dus onderwerp van mijn volgende boek. De titel wordt ‘Open kaart’. “Dat zegt alles. Sherida wil alles vertellen, zonder opsmuk, zonder verborgen agenda. ‘What you see is what you get’. Ze speelt open kaart over haar sportieve leven, maar ook over haar moederschap en haar privéleven. Dat vertrouwen dat ze mij gunt, dat raakt me.”
De biografie krijgt extra lading nu (letterlijk op het moment dat we Peter interviewen!) bekend is geworden dat Spitse stopt als international. “248 interlands, dat is ongekend. Ze had stiekem gehoopt op 250, maar ze heeft er vrede mee. Wat ik hoop dat lezers voelen? Dat ze ervaren wat voor imposante carrière dit is geweest. Hoeveel kracht en opofferingen het kostte om dat vol te houden, terwijl ze ook moeder was, in co-ouderschap, pendelend tussen Ajax in Amsterdam, haar woonplaats Emmen en de trainingskampen en de reizen met Oranje. Europees recordhoudster, in 42 landen gespeeld, 69 keer onafgebroken in de basis van het Nederlands elftal. Ongekend.’’
Sherida Spitse ken ik al twintig jaar. We komen allebei uit Sneek en ik heb haar carrière van dichtbij gevolgd.
Hoe schrijf je over iemand die je persoonlijk kent? “Door eerlijk te blijven. De eerlijke vraag stellen, ook als het schuurt. Zij bepaalt of ze antwoord geeft. Maar ik hoef haar niet te sparen, dat wil ze ook niet. Sherida is een sterke vrouw.” Het boek verschijnt in februari volgend jaar bij Uitgeverij Sauberhaus.
De liefde voor verhalen blijft
Het afscheid van de krant kwam niet plotseling. “Het besef dat het mooi is geweest, stroomt binnen. Er kwamen steeds meer regeltjes en meer opdrachten en minder ruimte voor verdieping. Dan besluit je: het is goed zo. Maar de liefde voor het vak blijft. De krant heeft me alles gegeven en ik ben altijd loyaal geweest aan de krant. Vergis je niet: in de journalistiek sta je dagelijks ‘aan’. ”
![]()
Over de journalistiek van nu zegt hij eerlijk: “Er is minder aandacht voor het verhaal áchter het nieuws. Iedereen wil roepen in plaats van luisteren. Dat vind ik jammer. Maar de behoefte aan regionale verhalen blijft groot. Mensen willen lezen over wat dichtbij is, over de hardloper uit Opende, de postbode uit Sneek. Dat blijft de kracht van regionale journalistiek.”
Sneek blijft zijn stad, ondanks 35 jaar wonen in Jutrijp. “Ze noemen me geen import meer”, lacht hij. “Ik hoor bij het dorp en we doen er genoeg voor, Petra zeker ook. Toch blijft Sneek trekken. Als ik door de stad loop komt ‘uit m’n jeugd’ boven. Elk steegje waar we voetbalden, de kroegen, de bekenden. Dat gevoel, dat blijf ik koesteren.”
Dienstbaar
Of hij nog plannen heeft ná het boek over Sherida Spitse? “Ik sluit niks uit”, zegt hij nuchter. “Zolang ik kan schrijven, blijf ik dat doen. Misschien nog eens een boek, misschien lezingen. Ik zie wel wat er op m’n pad komt, dat is altijd zo geweest.”
Vergis je niet: in de journalistiek sta je dagelijks ‘aan’.
Hij kijkt even voor zich uit als de volgende vraag is gesteld. “Wat ik hoop dat mensen later over me zeggen? Dat ik een prettig mens was. Dat ik altijd probeerde iets te betekenen voor een ander. Dienstbaar, noem het maar zo. En als iemand daar iets moois aan heeft overgehouden, dan is dat genoeg.”
Aan het eind van ons gesprek is er de vraag wat Sherida aan hem zou vragen als de rollen omgedraaid waren. “Had jij ook een droomcarrière gewild als profvoetballer?” Hij grinnikt. “Ja, die droom had ik bij ‘Wee Zet Es’ (vv WZS - red.). Maar het is anders gelopen. Een verkeerde landing, knie kapot. Maar ik was ook lang niet goed genoeg, hoor.’’ Dan, met die bekende twinkeling in zijn ogen: “Maar eerlijk gezegd… ik heb er een veel mooier verhaal voor teruggekregen.”
Burgerlijke stand Peter van der Meeren
Geboren: 19 mei 1961, Sneek.
Ouders: Piet van der Meeren († 2018) en Martha van der Meeren-Siebelink († 2018).
Gezin: Jeannette, Dimphy, Jos († 2024), Anita, Peter, Bert en Koos.
Partner: Petra van der Meeren-Jaspers.
Kinderen: Ylsa (25) en Karlijn (23).
Woonplaats: Jutrijp, in een verbouwd schoolgebouw.
Tekst: Henk van der Veer
Foto: Laura Keizer












