Jaap Bijlsma (98) volbracht vijf Elfstedentochten op de schaats: “Het moeilijke van oud worden is dat je zóveel mensen moet missen”
Jaap Bijlsma reed zes keer de Elfstedentocht op de schaats, reed hem vijf keer echt uit (alleen in 1963 stapte hij van het ijs), beheerde twintig jaar de Sneker sporthal en kende generaties sporters. Op 98-jarige leeftijd woont hij nog altijd zelfstandig. Jaap was ruim zestig jaar getrouwd met Ria Meinders, geboren in 1931 en in 2015 overleden. Wij spreken Jaap Bijlsma thuis in Sneek over ouder worden, sport als levenshouding en waarom hij zich na al die jaren vooral Sneker voelt.
Het is begin januari, wanneer we bij Jaap Bijlsma op bezoek gaan. Het is winter in Sneek. Aan de Almastraat, bijna recht tegenover de sporthal waar hij twintig jaar lang beheerder was, zit hij aan tafel in z’n woonkamer. Voor hem liggen plakboeken vol vergeelde krantenknipsels, foto’s, namen en jaartallen die voor veel Snekers vertrouwd klinken. Hij slaat er één open en blijft even hangen bij een pagina. “Dit….,” zegt hij, terwijl hij met zijn vinger een naam volgt, “vergeet je niet meer.”

Een begrip in Sneek
Jaap Bijlsma is geboren in Leeuwarden op 9 oktober 1927, maar voelt zich onmiskenbaar Sneker. “Mijn leven heeft zich híér afgespeeld”, zegt hij. “Mijn werk, mijn vrienden, mijn herinneringen. Dan bén je op een gegeven moment gewoon van Sneek.” Hij woont nog altijd zelfstandig, leest elke ochtend om half zeven de krant en volgt het sportnieuws alsof hij morgen zelf weer langs de lijn moet staan. Vooral in de winter is zijn hoofd vaak bij maar één ding: de Elfstedentocht. “Die tochten,” zegt hij, “die rijd ik soms ’s nachts nog. Gewoon, in mijn bed.”
In Sneek is Jaap Bijlsma een begrip. Wie hier sportte, kwam hem tegen. Als oud-sporthalbeheerder kende hij generaties sporters: Van handbalsters tot volleyballers. Maar dit gesprek gaat niet over regels in de sport of schema’s. Het gaat over ouder worden. Over herinneringen die blijven. Over mensen die verdwijnen. En over de kinderen en vrienden die steeds belangrijker worden.
Mijn leven heeft zich híér afgespeeld. Mijn werk, mijn vrienden, mijn herinneringen. Dan bén je op een gegeven moment gewoon van Sneek.
Over ouder worden
Hij hoeft niet lang na te denken als we vragen wanneer hij merkte dat hij ouder werd. “Toen mijn kinderen zeiden: ‘Pa, je mag de trap niet meer op, je gaat onder slapen.’ Dat was zo’n moment. Dan merk je ineens: ik word oud. En dan weet je: ik moet luisteren.” Zijn drie kinderen - Hans (1957), Annette (1959) en Wilma (1960) - spelen een steeds grotere rol in zijn leven. Niet door alles over te nemen, maar door aanwezig te zijn, elk op hun eigen manier. Hans (“Hij is drs.!”, zegt Jaap) woont in de stad Groningen. “Die is verder weg, maar hij is er wel. Hij belt veel, komt als het nodig is en houdt een oogje in het zeil.”
Hans Bijlsma is ook heel sportief, net als zijn vader vroeger. Voetbalde in het eerste van vv Sneek en reed ook drie keer de Elfstedentocht op de schaats. Die van 1997 samen met z’n vader. “Moest hij op een gegeven moment even op mij wachten, zei hij tegen mij: ‘Wêr bleven je tòch?’ Zei ik tegen hem: ‘Hoe oud bisto en hoe oud bin ik, je?!’” Als sporter begrijpt Hans zijn vader, volgens Bijlsma senior, misschien wel het best. “Hans weet hoe ik ben”, zegt hij met een vette knipoog. Trouwens, Annette en Wilma waren ook sportief. “Ze handbalden bij de Sneker Handbal Club, die er nu niet meer is.” Annette woont dichterbij en is praktisch ingesteld. “Annette denkt vooruit. Die vraagt: ‘Gaat dit nog wel, pa?’ En meestal heeft ze gelijk.” Annette is degene die regelt en knopen doorhakt als het nodig is. Wilma woont eveneens in de buurt en is volgens haar vader de stille kracht. “Wilma is zorgzaam. Die komt gewoon even langs. Zonder gedoe. Dat is fijn.”
Jaap Bijlsma vertelt het nuchter, maar de betekenis is duidelijk. “Je denkt altijd dat je alles zelf wel kunt. Maar op een gegeven moment moet je accepteren dat je kinderen het van je overnemen. Dat is wennen. Maar ook een geruststelling.”
Verlies en vriendschap
Ouderdom voelt voor Jaap dubbel. “Het mooie is dat er nog steeds mensen bellen. Vrienden. Kinderen. Dat is rijkdom.” Hij zwijgt even. “Maar het moeilijke… Het moeilijke van oud worden is dat je zóveel mensen moet missen. Dat je steeds meer mensen kwijtraakt.”
Zijn vriendenkring is kleiner geworden, maar nog altijd hecht. Veel van zijn vrienden kent hij uit de sport. “We hebben samen getraind, gewerkt, meegemaakt. Dan hoef je elkaar niet elke dag te zien.” Hij glimlacht. “Maar als het erop aankomt, zijn ze er.” Er komt regelmatig bezoek. “Soms ‘zomaar. Dan drinken we koffie. Praten we over vroeger, over Sneek, over sport.” Hij haalt zijn schouders op. “Meer hoeft het niet te zijn.” Toch zijn er stille momenten. “Soms zit ik hier alleen en dan huil ik. Als ik in mijn plakboeken en fotoalbums blader, dan kom je weer dingen tegen. Herinneringen. Dan denk je: waar zijn ze allemaal gebleven?” Hij wijst naar de tafel. “Mijn hele leven ligt hier.”
Zijn vrouw Ria overleed in 2015. “We waren bijna 62 jaar getrouwd. Dat is niet niks. Zij hield mij soms bij de les. Ik was altijd maar bezig. Sport, werk, trainen. Ria zei dan: ‘Denk erom, Jaap, je moet niet doordraven.’ Letterlijk, maar ook figuurlijk. En daar had ze vaak gelijk in.” Ze leerden elkaar kennen op de atletiekbaan. “Zo ging dat vroeger. Niet zoals nu.” Hij glimlacht. “We hadden jaren verkering zonder dat we het zo noemden.” Samen kregen ze vier kinderen. Eén dochter, Antje, overleed twee weken na de geboorte. “Dat draag je altijd mee”, zegt hij zacht.
![]()
Jaap Bijlsma - Foto: LauraKeizerFotografie
Geen man voor achter de geraniums
Jaap Bijlsma zijn dagen beginnen vroeg. “Half zeven gaat de krant door de bus. Dan wil ik weten hoe het met de sport is gegaan. Volleybal. Atletiek, maar ook het nieuws.” Hij doet zijn eigen kleine wasjes, rommelt wat in huis, blijft bezig. “Ik ben geen man voor achter de geraniums.”
Na Ria’s overlijden bleef Jaap lang alleen. Inmiddels heeft hij weer een vriendin. “Ze was een vriendin van Ria. Ze is 92 , lekker jong”, zegt Jaap met een glimlach. “Ze kwam hier vroeger al. We mogen allebei nog autorijden en dat doen we ook. We gaan regelmatig even naar De Potten om te wandelen, drinken koffie, maken een rondje. Dat is genoeg. Warmte is belangrijk.” Toch weet hij: het leven wordt kwetsbaarder. “Als ik val, dan is het meteen serieus. Dan staan mijn kinderen hier. Dat is ouder worden.”
Atleet in hart en hoofd
Nog vóór het schaatsen was er de atletiek. “Ik bén eigenlijk atleet”, zegt hij. “Dat zit dieper dan mensen denken.” Jaap Bijlsma was een uitstekende hardloper: Fries kampioen, nationaal actief, sterk in veldlopen en steeplechase. Geen man van grote woorden, wel van trainen. “Altijd trainen. In weer en wind. Dat hoorde erbij.” Hij herinnert zich modderige parcoursen, rivalen, de spanning van de start. “Je wist: dit wordt afzien. Maar juist dat vond ik mooi.” Atletiek vormde zijn karakter. “Doorzetten. Niet zeuren. Als het pijn deed, ging je door. Ik heb de Mariniersopleiding gehad. Dat zegt genoeg. Nooit drank, nooit tabak. Dat was de opvoeding. Mijn vader werkte zich kapot, zodat mijn zussen konden sporten. Ik reed eerst op ‘houtjes’, maar toen op een dag kreeg ik echte Ballangrud noren, dat vergeet je niet.” Heeft sport hem ook iets gekost? “Tijd. Energie. Maar ik heb er geen spijt van.”
Doorzetten. Niet zeuren. Als het pijn deed, ging je door. Ik heb de Mariniersopleiding gehad. Dat zegt genoeg. Nooit drank, nooit tabak. Dat was de opvoeding.
De Elfstedentocht
Jaap Bijlsma was een prima schaatsenrijder. “Bochten nemen was nooit mijn sterkste punt. Dat zei Jeen van den Berg tenminste altijd tegen mij.” Zes keer reed hij de Elfstedentocht. Vijf keer haalde hij de finish. Alleen in 1963 stapte hij uit. “Dat was geen nederlaag. Dat was een wijs besluit.” Zijn eerste Elfstedentocht reed hij in 1954, hij was 26 jaar. “Ik had briefjes bij me met het telefoonnummer van Ria. Die gaf ik onderweg aan toeschouwers.”
De aankomst maakte diepe indruk. “Bij de Groene Weide in Leeuwarden moest je toen nog afstempelen. Het enthousiasme van de duizenden mensen. Dat gejuich… onvoorstelbaar.” Hij schudt zijn hoofd. “Dat vergeet je nooit meer.” Over 1963 wordt hij ernstiger. “Mijn zus stond in Bolsward. Ze zei: ‘Denk om je kinderen.’ Zoals gezegd, toen ben ik gestopt.” Hij knikt. “Later had ik wel eens spijt. Maar ik weet: het was verstandig.” Naast de Elfstedentocht op de schaats fietste de sportieve Sneker de beroemde tocht ook nog meer dan twintig keer.
![]()
Jaap Bijlsma - Foto: LauraKeizerFotografie
Sneker Sporthal
In 1968 werd hij sporthalbeheerder in Sneek, die toen net geopend was. Hij solliciteerde met meer dan honderd anderen. “En toen mocht ík het doen.” De Sneker Sporthal werd zijn leven. “Zeven dagen per week. Altijd beschikbaar.” Hij stond bekend als streng. “Dat moest ook. Maar ik deed het eerlijk.” Zijn hart lag bij de jeugd. “Dat enthousiasme, dat sprak me aan.” Generaties Snekers kennen hem. “Ik hoorde het vaak: ‘Jaap van de sporthal.’ Dat vond ik mooi.” Eerder had Jaap nog in Leeuwarden en Zwolle gewerkt als magazijnchef bij een fabrikant in landbouwmachines. ‘Zwolle’, vonden Jaap en Ria maar ‘zo zo’; Friesland bleef trekken. En sporthalbeheerder werd dus een schot in de roos.
Een bevoorrecht mens
Is hij trots op zichzelf? “Dat woord gebruik ik niet snel. Maar als ik die plakboeken zie… dan denk ik wel: het was niet voor niks.” Bang voor de dood is hij niet. “Ik heb vastgelegd dat ik niet gereanimeerd wil worden.” Hij kijkt op. “Maar ik ben een gelukkig man. Mijn kinderen doen het goed. Ik heb nog altijd vrienden om mij heen. Wel minder dan vroeger, maar er zijn er nog een aantal.”
Jaap Bijlsma leeft tussen verleden en heden. Tussen Leeuwarden en Sneek. Tussen atletiekbanen en ijs. Tussen plakboeken en kranten. “Het leven,” zegt hij, “heeft me veel gegeven. Ik mag niet klagen.” Hij knikt langzaam. “Ja, jong, ik ben een bevoorrecht mens, fijn datst hier even was’t. Maak der mar wat fan. Dat doën ik ok nòch elke dach.”
Ter afsluiting van het interview gaan we nog even naar ‘boven’ en laat Jaap Bijlsma mij de uitpuilende medaillekasten zien. In de gang van z’n woning hangt keurig ingelijst de onderscheiding die hij kreeg nadat hij vijf Elfstedentochten volbracht had.
Ja, jong, ik ben een bevoorrecht mens, fijn datst hier even was’t. Maak der mar wat fan. Dat doën ik ok nòch elke dach.
Tekst: Henk van der Veer
Foto’s: Laura Keizer Fotografie



















