Iris Dijs schippert tussen Noordzee en Zwarte Zee: “Regelmaat en ritme zijn niets voor mij”
SNEEK - Acht uur op, acht uur af schippert Iris Dijs (38) uit Sneek op combinaties met een lengte van 186 meter, tussen Noordzee en Zwarte Zee en vervoert ze alles wat niet vloeibaar is. Stoer? Dat zeker. En alleenstaande op-en-top vrouw Iris is ook nog eens moeder van drie kinderen. Over ballen hooghouden gesproken. “Op mijn schip heb ik het gevoel van vrijheid. Ik vaar heel veel omdat ik dat superleuk vind. Ik zie me varen tot ik een oud omaatje ben, lekker met mijn kinderen. Mijn dochter vindt het echt superleuk en mijn oudste zoon kan ook een aardig stukje sturen.”

Iris Dijs en haar collega wisselen elkaar af en sturen om beurten. In totaal heeft een schip zes bemanningsleden. “Vanuit Rotterdam naar Constanta in Roemenië is de langste reis die ik heb gemaakt. Dan ben je twee weken aan het varen. Dat hebben we vorig jaar gedaan en was de mooiste tijd van mijn leven. Prachtig was ook toen we in Moldavië met vijftien Nederlandse schepen bij elkaar lagen. Wat een feest was dat. Dan ben je aan het werk, hoor je pffft en komt er een dolfijntje boven. Fantastisch, dat vonden de kinderen ook. We lagen drie weken voor anker. We konden niet inklaren dus je kon niet aan de wal en dan hoor je achter je die luchtalarmen. Best een spannende tijd.”
Viraal
Voor de gein, zoals ze dat zelf zegt, is ze filmpjes gaan maken van wat ze zoal doet en die deelt ze op social media. “Een beetje laten zien wat we doen, waar we zitten. Mensen houden dat ook in de gaten, vinden dat leuk.” Een understatement, want al snel gingen de video’s viraal. Aardige bijkomstigheid is dat ze met haar video’s en foto’s zorgt voor een ander imago van haar beroep. Niks wollen sokken, dito trui met opgestroopte mouwen en versleten broek, maar op-en-top vrouw. Stoer, dat wel. “Ik krijg berichten van dames die het varen erg leuk lijkt en dat ook willen gaan doen. Dan vind ik het toch wel hartstikke leuk, dat ik dat daarmee bereik. Wij schippers zijn soms af en toe ook echt mensen”, lacht ze.
“Apart leventje”
“Het is wel een apart leventje. Je leeft op je eigen eiland, maar het is wel iets waar je tegen moet kunnen. Je weet eigenlijk nooit wat de planning is. Mensen vragen me wel eens: ‘Waar moet je heen volgende week?‘ ‘Geen idee’, zeg ik dan. Er is niet tegenaan te plannen. Dat is soms verdrietig, zoals onlangs toen we niet naar een bruiloft konden, maar soms heb je ook een gelukje. De een houdt van regelmaat en ritme. Op een passagierschip weet je een jaar van tevoren al waar je bent, maar regelmaat en ritme, dat is niets voor mij.”
Koers verlegd
Iris is geboren en getogen in Sneek en daar woont ze nog steeds. Dat wil zeggen, ze is er een paar dagen per maand. Het plan was om na de RSG de opleiding tot dierenarts te volgen. De koers werd verlegd toen ze op haar veertiende een jongeman leerde kennen met wie ze uiteindelijk ruim tien jaar een relatie had. “Hij voer op een binnenvaartschip. Ik ben in de herfstvakantie een week met hem mee geweest. Volle bak meegewerkt en gedacht: ‘Dit wil ik’. Ik heb de RSG afgemaakt en ben meteen gaan varen. Op de Moezel op een heel klein 86 meter scheepje. Dat was een superleuke tijd. We hadden helemaal geen luxe op dat ding, geen airco en echt een superkleine voorwoning. Ik had een kat en een cavia. Als het warm was namen we ze mee, bedjes mee en dan sliepen we op het roefdak. Dat had wel wat”, lacht ze. “Uiteindelijk kwamen we op een 110-er, een nieuwbouw schip, en zo hebben we veel schepen samen gedaan. Ook koppelverbanden, daar ben ik in blijven hangen.” Even voor de duidelijkheid: met een lengte van 183 tot 186 meter vallen die in de categorie langste konvooien.
Schipbreuk
Helaas leed de relatie met haar jeugdliefde na ruim tien jaar schipbreuk. “Ik moest weer op eigen benen staan. Ik heb al die jaren veel op hem geleund. Hij deed al het manoeuvreerwerk: alle sluizen, alle kanalen, hij voer alle moeilijke stukken. Ik moest werken, want ik had een koopwoning. Dus ik ging solliciteren met het idee: ‘Ik kan wel varen, maar ik kan niet manoeuvreren. Maar ik moet wel dit verdienen, anders word ik mijn huis uitgezet’. Supermoeilijk, natuurlijk. Ik ben eerst op een passagiersschip beland, maar dat was niet mijn ding. Ik ben meer een werker en houd er niet van dat je je eigen kamer niet schoon mag maken en ik wilde ook graag met de jongens aan dek werken. Dat mocht niet, het was erg statisch. Ik ben ook niet van ‘kapiteintje spelen’’. Ik ben niets zonder de jongens aan dek en zij zijn niets zonder mij. Natuurlijk ben ik degene die het schip stuurt en vaart, maar ik voel me niet meer dan zij. We zijn een team.”
“Ik wil niet naar huis, ik wil aan boord”
Van het passagiersschip, ging ze naar een tanker en vandaar ging ze weer terug naar de vertrouwde koppelverbanden. “Dat is het allerleukste om te doen.” Met de overstappen ontmoette ze ook haar inmiddels ex-man, vader van haar drie kinderen. Daar is ze twaalf jaar samen en een jaar mee getrouwd geweest. “De kinderen zijn zoveel mogelijk hier aan boord. In de meivakantie nog. Ze vinden het prachtig. Ik heb allemaal filmpjes van ze dat ze nog maar net kunnen praten en zeggen: ‘Ik wil niet naar huis, ik wil aan boord’.
Ik ben net een kameleon, pas me gemakkelijk aan
“Vorig jaar zomer waren ze twee weken aan boord in Zwitserland, daarna gingen ze twee weken met hun vader naar Ibiza en de laatste twee weken waren ze bij mij en waren we met het schip in Hongarije. Die hadden echt een fantastische zomervakantie met zes weken alleen maar zon. Je koopt een zwembandje voor een paar tientjes en dan hoor en zie je ze niet meer. Ze zijn negen, zes en vier. Als ik nachtdienst heb, zijn ze oud genoeg om zelf uit bed te gaan.”
Niets nodig
“Ik ben net een kameleon, pas me gemakkelijk aan. Je komt op verschillende plekken, wordt elke dag ergens anders wakker. Ik houd van het verrassingselement. Dat je ergens stil ligt en iets leuks kan gaan doen. Gewoon met je kinderen naar een speeltuintje, hoe ze genieten. Dat zijn de kersjes op de taart. Ik word blij van simpele dingen. Als het mooi weer is, bijvoorbeeld. Dat geef ik de kinderen ook mee. Het mooie is ook dat ze aan boord niets nodig hebben en dat geldt eigenlijk ook voor mij.”
Tekst Richard de Jonge
![]()












