Cultuur en uitgaan

Kostuumnaaister Monique van Gijzen van MUZT breit er een eind aan: “Je ziet kinderen groeien als ze hun kostuum aantrekken”

Door: Richard de Jonge

SNEEK - Monique van Gijzen noemt het zelf lachend “een uit de hand gelopen hobby”, maar vijftien jaar later na het begin blijkt het eerder een halve carrière. Wat begon met haar oudste dochter Jasmijn, en later ook haar tweede dochter Merel, groeide uit tot een onmisbare rol binnen de kostuumploeg van MUZT, de musicalopleiding in Sneek, Nu stopt ze ermee. Niet omdat de liefde over is, integendeel, maar omdat het tijd is. 

Wat Monique het meest gaat missen? Ze hoeft er niet lang over na te denken. “De mensen. De sfeer. De chaos achter de schermen.”
Wat Monique het meest gaat missen? Ze hoeft er niet lang over na te denken. “De mensen. De sfeer. De chaos achter de schermen.” Richard de Jonge

“Ik ga dit zó missen”, zegt Monique Gijzen. “Maar ja, ik heb ook nog een man, twee dochters die ver weg wonen, een jonge golden retriever, 80.000 bijen, en nog duizend creatieve plannen. Op een gegeven moment moet je kiezen.”

De eerste stappen

Die eerste stappen in de theaterkostuumwereld zette ze ooit zonder grootse ambities. “Mijn dochter Jasmijn zat bij het Berne Iepenloftspul en ik dacht: ‘Ik kan wel een beetje naaien’. Tien lessen, meer was het niet. Maar goed, je rolt erin.” Toen Jasmijn vervolgens zelf op het podium stond, onder andere in een dansvoorstelling als Dorothy uit ‘De tovenaar van Oz’, begon Monique echt kostuums te maken. “Ja, dan doe je dat natuurlijk voor je eigen kind. Maar voor je het weet, zit je helemaal in dat wereldje.” Haar eerste grote MUZT-project? “Een gigantische Pumba voor de musical ‘Leeuwen’. Niemand wist hoe dat moest. Ik ook niet, trouwens. Maar ik dacht: ‘We zien wel’. En het lukte.”

Strak georganiseerd proces

Dat ‘we zien wel’ groeide uit tot een strak georganiseerd proces met deadlines waar menig professional zenuwachtig van zou worden. “We maken soms 250 kostuums voor zo’n zeventig leerlingen. En dat in tweeënhalve maand. Dat is eigenlijk niet normaal”, zegt ze nuchter. “Maar het komt altijd goed, dat is mijn motto.” Achter die relativering schuilt een logistieke operatie: patronen maken, stoffen zoeken, pakketten samenstellen voor thuisnaaisters, passen, aanpassen en opnieuw passen. “Mensen denken vaak: leuk, een beetje naaien. Maar het is echt een projectmanagementklus.”

Hectiek achter de schermen

En dan is er nog het werk waar het publiek vrijwel niets van ziet: de hectiek achter de schermen. “Dat is misschien nog wel het leukste”, meent Monique. “Je hebt snelle verkledingen, dan moet iemand in twintig seconden een compleet ander kostuum aan. Dan staan er vier mensen tegelijk te helpen trekken en duwen.” Perfect afgewerkte naden? Niet per se. “Ik zeg altijd: de kijkafstand is twaalf meter. Van buiten moet het er fantastisch uitzien. Van binnen… daar zit soms gewoon klittenband. Dat móet ook, anders red je die wissels niet. Sommige kinderen hebben wel zes kostuums.”

Schaars

Die praktische instelling typeert haar aanpak. Net als haar manier van leidinggeven. “Ik ben blij met iedereen die helpt. Echt iedereen. Of je nou ingewikkelde jurken maakt of alleen knopen aanzet, alles is nodig.” Want goede naaisters zijn schaars geworden. “Dat is echt zo. Vroeger kon bijna iedereen naaien, nu veel minder. En dat is jammer, want het is zo’n mooie vaardigheid.” De drempel probeert ze bewust laag te houden. “Mensen denken soms: dat kan ik niet. Maar je kunt het hier leren. Kom gewoon.”

Magisch

De lol zat voor haar in meerdere dingen tegelijk. “De creativiteit natuurlijk. Dat je iets bedenkt en dat het dan echt op het podium staat.” Maar vooral ook in het samenspel. “Met die ploeg, met de kinderen. Je werkt ergens naartoe met z’n allen. En dan staat het er ineens. Het moment waarop de kostuums tot leven komen, blijft magisch. Je ziet kinderen groeien als ze hun kostuum aantrekken. Dan worden ze echt hun rol. Dat is zó mooi.” En na afloop? “Dan hangen ze huilend om je nek omdat het voorbij is. Nou, dan heb je het goed gedaan.”

Het komt altijd goed

Toch kwam er een moment dat het genoeg was. “Ik deed eerst alles alleen. Dat ging gewoon niet meer. Drie jaar geleden hebben we het anders georganiseerd, met een coördinatiegroep. Dat hielp enorm.” Maar het bleef intensief, zeker naast haar werk en andere bezigheden. “Ik ben ook imker geworden. Dat kost ook tijd. En ik wil nog zoveel andere dingen maken, zoals vilten wandkleden en hoeden. Dus ja, dan moet je keuzes maken.” Dat ook artistiek leidster Iréne Martin stopt gaf het laatste zetje. “Het voelde als een logisch moment.”

Wat ze het meest gaat missen? Ze hoeft er niet lang over na te denken. “De mensen. De sfeer. De chaos achter de schermen.” En misschien ook wel de kleine imperfecties die het werk juist zo echt maken. “Dat het niet allemaal perfect hoeft van binnen, zolang het van buiten maar straalt.” Ze lacht. “En dat doet het altijd. Echt waar. Het komt altijd goed.”

Tekst en foto Richard de Jonge