Organisatie Stepelfstedentocht verwacht vijfhonderd deelnemers: “Bij ons start iedereen tegelijk, midden in de nacht. Dat maakt het bijzonder”
BOLSWARD - De Stepelfstedentocht groeit gestaag en krijgt steeds meer deelnemers aan de start. Waar het evenement ooit begon met een handjevol enthousiastelingen, rekent de organisatie dit jaar op zo’n vijfhonderd steppers. Voorzitter Rein Swart uit Warns ziet de belangstelling toenemen, maar benadrukt dat het karakter van de tocht nog altijd uniek is. “Het is een heel andere beleving dan de Fietselfstedentocht”, zegt hij. “Bij ons start iedereen tegelijk, midden in de nacht. Dat maakt het bijzonder.”

Die massale start vindt plaats in de nacht van zaterdag op zondag om klokslag twaalf uur. Een auto rijdt voorop en bepaalt het tempo: ongeveer 17 à 18 kilometer per uur. De grote groep blijft in colonne bij elkaar totdat het peloton Dokkum bereikt. “Daar laten we het los”, legt Swart uit. “Vanaf dat moment is het ieder voor zich.” Volgens hem reguleert de volgorde zich vanzelf. Ervaren steppers bevinden zich meestal voorin, terwijl beginners vaker achteraan starten. Anders dan bij de fietstocht is er geen sprake van startgroepen of loting.
Rustpunt
Onder leiding van het nieuwe bestuur heeft de organisatie de tocht verder geprofessionaliseerd. Een belangrijke toevoeging is het rustpunt bij de manege in Harich. Daar kunnen deelnemers niet alleen eten en drinken, maar ook gebruikmaken van massages en genieten van muziek van een dj. “We willen dat mensen even kunnen opladen. Het is een zwaar traject, dus zo’n plek maakt echt verschil.” De vernieuwingen laten zien hoe de tocht meegroeit met het aantal deelnemers, zonder de gemoedelijke sfeer te verliezen.
Intensiever
Swart zelf raakte betrokken bij de Stepelfstedentocht door zijn vrouw Marieke en zoon Allard, die de tocht respectievelijk tien en zes keer reden. Inmiddels staat hij aan het roer van een organisatie die steeds meer vraagt. “Het is intensiever geworden. We moeten vaker vergaderen en er komt meer regelgeving bij kijken”, vertelt hij. Vooral het vinden van vrijwilligers en bestuursleden is een uitdaging. Toch zou hij het niet anders willen. “Ik heb een boerenbedrijf. Ik ben eigenlijk zeven dagen in de week aan het werk. Ik vind het gewoon een stukje ontspanning wat ik er dan bij doe. Het is ook wel heel intensief, maar het is iets anders dan wat je normaal doet. Dat maakt het juist een mooie uitdaging.”







