Cultuur en uitgaan

College van Collectanten Sint Martinuskerk Sneek stopt na 138 jaar: “Je liep niet zomaar door de kerk”

Door: Henk van der Veer

SNEEK - Aan de tafel zitten drie mannen die elkaar niet hoeven te overtuigen. Ze kennen elkaars verhalen, elkaars zwijgen, elkaars aarzelingen. Soms vult de een de ander aan, soms wordt er gelachen om een detail dat alleen zij begrijpen. Fred Baerveldt (96), Frans Middelhoff (91) en Joop Jansen (79) vormen een trio vertegenwoordigers van het College van Collectanten van de Sint Martinus Parochie in Sneek. Frans Middelhoff is president, Joop Jansen is secretatis en Fred Baerveldt is lid van het College.

Het College van Collectanten. Van links naar rechts: Jan Kuipers, Johan Stoop, Kees Poiesz, Frans Middelhoff, George de Vries, Joop Jansen, Fred Baerveldt, Anne Rijpkema. Niet op de foto: Sjaak Bosma, Anton Smit en Bonnie Hanenburg
Het College van Collectanten. Van links naar rechts: Jan Kuipers, Johan Stoop, Kees Poiesz, Frans Middelhoff, George de Vries, Joop Jansen, Fred Baerveldt, Anne Rijpkema. Niet op de foto: Sjaak Bosma, Anton Smit en Bonnie Hanenburg Foto Henk van der Veer

We zijn hier om een bijzondere reden: het College van Collectanten van de kerk stopt ermee, 138 jaar na de oprichting op 13 januari 1888. Daarmee houdt niet alleen een kerkelijke organisatie op te bestaan, maar ook een manier van samenleven die decennialang vanzelfsprekend was in de rooms-katholieke kerk. Het College van Collectanten bestaat naast de hier genoemde mannen nog uit Kees Poiesz, Bonnie Hanenburg, Sjaak Bosma, Jan Kuipers, Anne Rijpkema, Anton Smit en Johan Stoop en penningmeester George de Vries.

“Je werd niet lid, je werd gevraagd”

Fred Baerveldt vertelt het rustig, bijna terloops, maar het raakt wél de kern: “Je kon niet zeggen: ‘Ik wil collectant worden’. Zo werkte dat niet. Je werd gevraagd.” Hij glimlacht even. “En ja, dat voelde als een eer.” Baerveldt is bijna zestig jaar collectant geweest. “Als het College was blijven bestaan, had ik dit jaar officieel mijn zestigjarig jubileum kunnen vieren. Dat was uniek geweest in het bisdom.” Hij haalt zijn schouders op. “Maar goed, zo zijn we niet. Er wordt echt wel bij stilgestaan.” Die vanzelfsprekendheid typeert het College. Het ging nooit om uiterlijk vertoon. Het ging om betrouwbaarheid.

Een gemeenschap binnen de gemeenschap

Voor buitenstaanders was het College van Collectanten vaak een mysterie. Een groep mannen die tijdens de mis door de kerk liep, keurig in pak, zwijgend, met schalen of mandjes. Daarna verdwenen ze weer. Geen toelichting, geen verantwoording. Joop Jansen herinnert zich hoe hij in 2010 toetrad tot het College. “Ik dacht: wat houdt dit eigenlijk in? Dan hoor je: collecteren, een paar keer per jaar. Dat leek me te overzien.” Hij lacht. “Maar al snel merkte ik: dit is meer. Dit is een sociëteit. Een gemeenschap binnen de gemeenschap.”

Als het College was blijven bestaan, had ik dit jaar officieel mijn zestigjarig jubileum kunnen vieren. Dat was uniek geweest in het bisdom.

Het College had een eigen reglement, een eigen contributie, een president in plaats van een voorzitter, maandelijkse bijeenkomsten, boetes voor wie zijn beurt vergat. En vooral: een sterk gevoel van onderlinge verbondenheid. Wat het College uitzonderlijk maakte en dat benadrukken alle drie, was de autonomie. Het College stond los van het parochiebestuur en van de pastoor. Frans Middelhoff legt het precies uit: “Wij bepaalden niet waar het geld naartoe ging. Dat was aan de kerk. Maar hoe we collecteerden, wanneer, en op welke manier, dat bepaalden wij zelf.” Die zelfstandigheid was geen machtsmiddel. “Het was gebaseerd op vertrouwen”, zegt Joop Jansen. “En vertrouwen was er. Er was geen reden om dat ter discussie te stellen.”


Oprichtings regelement College Collectanten te Sneek Anno Domini, 
13 januari 1888 - Foto Henk van der Veer

Dat betekende ook dat er ruimte was voor verschil. Als een collectant moeite had met een extra collecte, dan deed hij die niet. Geen conflict, geen druk. “Dat was de sfeer” zegt Middelhoff. “Je zette elkaar niet voor schut.”

Mannenwereld

Het College was lange tijd een mannenwereld. Vrouwen waren uitgesloten, zelfs van het jaarfeest. Dat veranderde pas laat. “Je moet dat wel eerlijk benoemen”, zegt Middelhoff. “Het was een product van zijn tijd.” Die tijd kende ook duidelijke sociale lagen. Veel collectanten waren ondernemers, winkeliers, aannemers, fabrikanten. Mensen met een positie in Sneek. “Ja,” zegt Joop Jansen, “het had naar buiten toe iets elitairs. Dat kun je niet ontkennen.” Tegelijkertijd nuanceert hij dat beeld. “Zo heb ik het nooit gevoeld. Ik deed het niet voor status. Ik deed het voor de kerk, voor de gemeenschap en vooral voor de mensen met wie ik het deed.”

Ritueel

Het collecteren zelf was jarenlang een ritueel. Tijdens de offerande liepen de collectanten door de kerk. De schalen gingen van hand tot hand. Het geld werd bij het altaar neergelegd. “Je liep niet zomaar door de kerk,” zegt Frans Middelhoff. “Dat had betekenis.”


De rieten collectemandjes - Foto Henk van der Veer

Corona maakte daar abrupt een einde aan. Afstand houden, geen lopen meer, schalen achter in de kerk. Het werkte. Misschien zelfs beter dan voorheen. Joop Jansen: “Achterin bij de deur ging het ook. En eerlijk gezegd: het bracht meer op. Toen zeiden we: ‘Waarom zouden we nog door de kerk lopen?’” Maar met die praktische winst verdween ook iets anders. “Een ceremonie”, zegt Baerveldt. “Een gezamenlijk moment.” Niet iedereen miste het evenveel. De verschillen werden geaccepteerd. Zoals alles binnen het College.

Vriendschap als lijm

Wat het College bij elkaar hield, was niet de taak, maar de vriendschap. Dat zeggen ze alle drie. “We kozen onze leden zorgvuldig”, vertelt Middelhoff. “Niet iedereen paste erbij. Dat klinkt misschien hard, maar het zorgde ervoor dat het klopte.”

De kerk is veranderd, de samenleving ook.

Joop Jansen herinnert zich zijn eerste bijeenkomsten. “Je kwam binnen en je werd meteen bij je voornaam aangesproken. Je hoorde erbij. Dat gevoel is nooit verdwenen.” Die vriendschap uitte zich in jaarfeesten, boottochten, diners, humoristische uitnodigingen, tekeningen en anekdotes. “Er zat creativiteit in”, zegt Jansen. “Maar daar moet je energie voor hebben. En die energie verdwijnt met de jaren.”

Waarom het nu stopt

De beslissing om te stoppen kwam niet plotseling. Het is al vaker besproken in de geschiedenis van het College. Maar nu was het onvermijdelijk. “Er is geen opvolging” legt Joop Jansen uit. “Het laatste lid, Johan Stoop, trad toe in 2017. Daarna niemand meer. En op een gegeven moment denk je: ‘Straks sta ik daar alleen.” Daar komt bij dat de vorm niet meer vanzelfsprekend past in deze tijd. “De kerk is veranderd”, meent Middelhoff. “De samenleving ook.” Er is geen boosheid, geen rancune. Alleen realisme.

Het College van Collectanten verdwijnt. De mannen blijven elkaar zien. Niet meer als collectanten, maar als vrienden. Hoe willen ze herinnerd worden? Fred Baerveldt hoeft daar niet lang over na te denken. “Met aardigheid. Dat mensen zeggen: ‘Die mannen deden hun werk trouw en met plezier.” President Frans Middelhoff vat het samen in één zin: “Je deed het niet voor het geld. Je deed het voor elkaar.” Na 138 jaar is dat misschien wel de meest waardevolle opbrengst van een stille traditie.

Tekst en foto’s Henk van der Veer