Algemeen

INTERVIEW | Claudia Bottinga, koningin van de Camino: “In de Camino loopt iedereen zijn eigen pad”

Door: Riemie van Dijk

SNEEK - In het najaar van 2021 liep Claudia Bottinga uit Sneek het laatste -Spaanse- deel van het Jacobspad, de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella, waar zich volgens de overlevering het graf zou bevinden van de apostel Jacobus de Meerdere. Claudia legde de 804 kilometer lange route, de ‘Camino Francés’, af in 34 dagen, te beginnen in Saint-Jean-Pied-de-Port, gelegen aan de voet van de Franse Pyreneeën, om uiteindelijk aan te komen op het Plaza del Obradoiro in Santiago de Compostella, het plein voor de kathedraal met het graf van de apostel. Claudia schreef er afgelopen voorjaar een boek over, ‘De koningin van de Camino’, en organiseert nu Camino-reizen voor wandelaars die hun eigen pad willen (leren) lopen.

Claudia Bottinga
Claudia Bottinga Foto: Laura Keizer Fotografie

We kijken met Claudia Bottinga, die vanuit Sneek ook retraite-weken organiseert in Andalusië en Nepal, terug op haar ervaringen met ‘El Camino’. Claudia ziet twee momenten, waarop het zaadje van de Camino al werd geplant. “In 2015 zou een vriendin voor een van mijn bedrijven komen werken. Zij zag er echter op het laatste moment vanaf. Zij vertelde dat zij trouw wilde blijven aan haar droom; dat was de Camino lopen. ‘Altijd doen; het werk blijft wel’, was mijn antwoord. Ik wilde zelf ook wel, maar vanwege de drukte kwam het er niet van.”

Letterlijk stilstaan
Het tweede ‘zaadje’ kwam in februari 2020, vlak voordat het coronavirus alles platlegde. “Ik vond een briefje in de brievenbus: ‘Wil jij je huis verkopen?’ Het zette aan tot nadenken, ik wilde het avontuur. Ik nodigde de schrijver van het briefje uit, maar het werd ‘m niet; hij wilde voor een dubbeltje op de eerste rang.” Deze gebeurtenis was wél aanleiding voor Claudia haar huis te koop te zetten. Daarna gaf de coronacrisis het laatste zetje. “Mijn bedrijf als Cuba-reisspecialist kwam van het ene op het andere moment op nul te staan. Ik had geen werk meer. Wat ging ik nú doen?”

Tot dan toe had ik de vogels wel gehoord, maar er nooit naar geluisterd

“Ik was aan het trainen voor de marathon van New York, maar ook die ging niet door. Ik ging dingen doen waar ik normaal geen tijd voor had; de natuur in, letterlijk stilstaan. Tot dan toe had ik de vogels wel gehoord, maar er nooit naar geluisterd. Ik heb mijn huis verkocht en ben gaan zwerven. Ik heb een tijdje bij een vriendin gelogeerd; ook heb ik hier en daar eens wat gehuurd. Toen een jaar later COVID-19 nog steeds speelde, dacht ik: ‘Dan is dít het moment’.”

                                     

Een goede slaapplek
Claudia vroeg een pelgrimspaspoort aan, las boeken van ervaringsdeskundigen en boekte een treinticket. “In september 2021 stapte ik op een ochtend om 05.50 uur in Sneek op de trein. Door vertraging miste ik in Amsterdam de aansluiting met de Thalys. Na een reis met andere treinen en een dure taxirit kwam ik later dan gepland aan op mijn eerste overnachtingsplek. Thuis had ik de eerste twee overnachtingen al geboekt. Maar goed ook, anders had ik waarschijnlijk geen slaapplaats gehad. In Camino-land betekent dit een paar kilometer verder lopen tot een volgende slaapplek. De dagen hierna wilde ik ‘s ochtends kijken: hoe voel ik me?; hoever kan ik lopen om daarna een volgend onderkomen te reserveren?”

Nodeloze dingen in de rugzak
“De eerste etappe met een afstand van 26 kilometer ging vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port over de Pyreneeën. De Pyreneeën zijn zó hoog dat je het hoge deel door de wolken loopt. Dan zie je niet veel en dit vraagt een stukje vertrouwen. Je loopt op bordjes met gele pijlen, waarop de route staat aangegeven. Die dag liep ik alleen en ik kwam bijna niemand tegen. Af en toe hoorde ik de bellen van koeien, waardoor ik wist dat ik in de bewoonde wereld zat. Ik hoop niet dat het elke dag zo is, dacht ik toen.”

“De eerste afstand was direct een uitputtingsslag. Mijn rugzak was veel te zwaar, ideaal gesproken is die tien procent van je lichaamsgewicht. Alleen al mijn rugzak met binnenframe was ongeveer drie kilo. Omdat ik onderweg notities wilde maken had ik een tablet geleend; ook dát is weer gewicht. Ook had ik allerlei verbandjes mee, die je ook onderweg wel kunt kopen. Later tijdens de tocht hoorde ik dat het mogelijk is je bagage op te sturen. Veel Spanjaarden doen de tocht zonder bagage. Waarom dan afzien? Misschien speelt ons calvinisme een rol en ben je pas een echte pelgrim als je ‘lijdt’?”

Luisteren naar je lichaam
Claudia groeide op in een gezin met een vader die zijn eerste levensjaren doorbracht in een Jappenkamp in Indonesië. “Thuis was het niet altijd makkelijk en ik had geleerd om alles wat mijn lichaam me vertelde, te negeren”, zegt ze over die periode. “Natuurlijk resulteerde dat in een vette burn-out op 38-jarige leeftijd. Na een proces van jaren lessen leren, besloot ik de Camino in te gaan met de intentie te luisteren naar mijn lichaam. Tijdens deze pelgrimstocht heb ik drie dagen niet gelopen en dat is goed geweest. Zo kon mijn lichaam voldoende herstellen. De hele reis lang heb ik geen enkele blaar of andere blessure gehad, dat is de kracht van luisteren naar je lichaam.”

De eerste etappe was gelijk een uitputtingsslag

Dat niet luisteren naar je lichaam consequenties heeft, merkte Claudia bij anderen. “Op een ochtend bij het pakken van de tas ontmoette ik een man uit de Verenigde Staten. De Camino lopen was zijn droom. Hij had jaren gespaard voor een vliegticket. Zijn voet aan de onderkant lag helemaal open. Hij had een bloedblaar opgelopen die hij - niet heel slim - had doorgeprikt. Die blaar was vervolgens dusdanig gaan infecteren, dat hij de Camino niet heeft kunnen afmaken.”

Een grote familie
Van tevoren had Claudia als beeld van de pelgrimstocht: een hele dag in je eentje lopen, aankomen, eten en naar bed gaan. “Dat was een misvatting”, bekent ze. “De Camino is veel socialer dan ik me had voorgesteld. Tijdens de tocht ontmoet je een diversiteit aan mensen; ieder met zijn eigen reden om de Camino te lopen. Mensen zijn oprecht geïnteresseerd in elkaars verhaal. Je bent er voor elkaar, deelt medicijnen, verbandjes en blarenpleisters, of je elkaar nu kent of niet. Je wilt zorgen dat de ander de tocht uit kan lopen.” Vol overtuiging: “Als de wereld zo zou zijn zoals tijdens de Camino, zou er geen oorlog zijn. Tijdens de tocht word je één grote Camino-familie. ‘s Avonds ga je gezellig met elkaar eten onder het genot van een wijntje of biertje. Toen mijn kleinzoon twee weken te vroeg werd geboren, hebben we als familie geproost en ‘een Baby Mason geboortefeestje’ gevierd.”


Foto: Claudia Bottinga

Als Claudia even rust nodig had en alleen wilde zijn, boekte ze een privékamer. Dit leverde haar de bijnaam ‘La Reina’, de koningin op.

Levenslessen
Ontmoetingen met andere wandelaars resulteerden in levenslessen. “Ik ben een aantal keren opgelopen met een groepje Ieren. Eén daarvan was niet heel sympathiek en dronk veel. Ergens tijdens de reis was ie bezig een jonge Amerikaan dronken te voeren. Een deel van de groep distantieerde zich daarvan; een ander deel, waaronder ik, niet. Ik heb er iets van gezegd en werd vervolgens voor van alles uitgemaakt. Achteraf gezien had ik me er niet mee moeten bemoeien. In de Camino loopt iedereen zijn eigen pad. Deze Amerikaan moest zijn eigen weg lopen. Tijdens mijn jaren in de horeca heb ik echter teveel gezien wat alcohol met een mens kan doen. Dat stuk werd nu getriggerd. Bovendien deed hij mij qua leeftijd denken aan mijn zoon en projecteerde ik mijn zorgen op de jonge Amerikaan.”

Ontlading op het plein
Het einde van de pelgrimstocht is de aankomst op het beroemde Plaza del Obradoiro in Santiago de Compostella. “De avond ervoor had ik een kamer voor mezelf geboekt”, herinnert Claudia zich. “Ik wilde even tijd voor mezelf hebben. Het is je laatste afstand en dan is het over. Eigenlijk wil je helemaal niet aankomen, je wilt in die cocon en bubbel blijven, realiseerde ik me. Ik heb toen even een potje zitten janken. De aankomst waarbij je door een poort loopt om aan te komen op het het plein voor de schitterende kathedraal met het graf van de apostel Jacobus is magisch. Daar staan al die pelgrims ‘heppie de peppie’ foto’s te maken: we hebben het gehaald. De emotionele ontlading op dat plein is enorm; dat heeft een bijzondere energie.

Pas bij aankomst op het plein kwamen we erachter dat we elkaar alleen bij de voornaam kenden. In ‘het gewone leven’ vraag je de ander wat ie doet. Bij de Camino is het niet nodig om te weten wat iemand doet. Daar gaat het om wie je bent.”

Knipoog naar bijnaam
Het geleende tablet heeft Claudia niet gebruikt. “Daar had ik geen tijd voor. Wel had ik in steekwoorden zaken opgeschreven.” Dat was de basis van het boek ‘de koningin van de Camino’, wat Claudia zou gaan schrijven, een knipoog naar haar bijnaam ‘La Reina’, die ze tijdens de pelgrimstocht had gekregen.

De hele reis lang heb ik geen enkele blaar of andere blessure gehad, dat is de kracht van luisteren naar je lichaam

“Ik hoop dat een ander er iets aan heeft”, zegt ze over haar boek. “Per dag heb ik beschreven van waar de route ging, wat de afstand was, over de omgeving en mijn belevenissen. Voor mezelf is het een stuk bewustwording en een naslagwerk.” Haar verhaal inspireert anderen. “’Zo’n wandeling, kun je voor ons ook zoiets regelen?’, vroegen vriendinnen me. Ook zij beleefden de unieke Camino-ervaring. Ik heb in juni 2022 mijn eerste korte Camino van 125 kilometer met een groep gelopen. Iedereen was zo enthousiast dat het inmiddels niet meer weg te denken valt uit mijn reisaanbod.”

Tekst Riemie van Dijk
Foto’s Laura Keizer Fotografie