Algemeen

Klaas Oedzes maakt schilderijen in achthonderd hartslagen: “Ik schilder volgens het idomawa-principe”

Door: Richard de Jonge

Sommige mensen hebben één beroep, één hobby en één levensverhaal. Klaas Oedzes (68) uit Sneek behoort nadrukkelijk niet tot die categorie. Zijn levensloop leest eerder als een boekenkast, waarvan de planken onder het gewicht van alle interesses doorbuigen. Bibliothecaris, onderwijsvernieuwer, P&O-adviseur, Arbodeskundige, softwareontwikkelaar, schrijver, dichter, magnetiseur en kunstschilder. Vooral dat laatste heeft tegenwoordig zijn hart gestolen. Of beter gezegd: één van zijn harten, want Klaas lijkt er minstens drie te hebben.

Klaas Oedzes
Klaas Oedzes Foto: Richard de Jonge

Als je zijn woning binnenstapt, zie je direct dat stilzitten nooit zijn grootste talent is geweest. Overal staan schilderijen. Tegen muren in zijn atelier, in slaapkamers. Een deel hangt inmiddels bij vrienden, kennissen en familieleden. Verkopen doet hij nauwelijks en in het geval hij dat wel doet, dan tegen kostprijs. Weggeven vindt hij veel leuker.

Particuliere kunstuitleen

“Eigenlijk ben ik een particuliere kunstuitleen”, zegt hij lachend. Dat is nauwelijks overdreven. Wie een schilderij van Klaas krijgt, mag hem na een tijd best omruilen voor een andere. Opvallend in zijn atelier is dat het niet vol schildersezels staat. Hij schildert namelijk horizontaal vlak. Op een bureau en als het een groot werk is, op de vloer. “Ik ben zelf de ezel”, vliegt er een grap door de ruimte. Het zal niet de laatste zijn.

Schilderen is zijn grote passie, maar dat begon vrij onverwacht. Tijdens een bezoek aan een winkel in Sneek zag hij een afbeelding van een Japanse kersentak met een prijskaartje waar hij van schrok. “Ik keek ernaar en dacht: dat kan ik ook.” Waar de meeste mensen zo’n gedachte snel vergeten, besloot Klaas het uit te proberen. Hij kocht verf, een doek en ging aan de slag. Tot zijn eigen verrassing bleek hij gelijk te hebben. Inmiddels heeft hij honderden schilderijen gemaakt. Hoeveel precies weet hij niet meer. “Ik maak er soms drie in de week.”

Geen vaste stijl

Wat hij schildert? Eigenlijk alles wat hem op dat moment boeit. Landschappen, bloemstukken, dorpsgezichten, abstract werk, sterrenstelsels en kleurcomposities wisselen elkaar moeiteloos af. Een vaste stijl heeft hij niet. Die vrijheid vindt hij belangrijk. “Ik schilder niet om in een hokje te passen. Ik schilder omdat ik het leuk vind.” Juist die nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat geen enkel doek hetzelfde wordt.

Zijn favoriete gereedschap is tegenwoordig het paletmes. Daarmee brengt hij verf direct en energiek aan. Het resultaat heeft vaak iets impressionistisch: losse vormen, veel beweging en vooral sfeer. “Je hebt mensen die drie jaar over een schilderij doen. Dat is niet mijn hobby. Voor een penseeltje ben ik veel te ongeduldig. Met een paletmes kun je lekker werken.” Regels over hoe een schilderij moet worden opgebouwd, laat hij graag aan anderen over. “Dan hoor je dat je eerst de lucht moet schilderen en daarna de grond. Waarom eigenlijk? Wie heeft dat bedacht? Ik schilder niet volgens de gulden snede zoals het vroeger moest. Voor mij ontstaat een schilderij tijdens het maken. Het doek vertelt vanzelf welke kant het op wil. Balans is daarbij belangrijk.”

Anton Heijboer

Daar hoort ook zijn beroemde theorie bij. “Het maken van een schilderij mag niet langer duren dan achthonderd hartslagen”, lacht hij. Hij geniet zichtbaar van de verbaasde blikken die die uitspraak oproept. “Dat betekent gewoon dat je niet eindeloos moet blijven verbeteren. Maar ik maak ook wel schilderijen waar ik een uur mee bezig ben.”

Volgens Klaas verdwijnt de spontaniteit zodra kunstenaars alles perfect willen maken. “Op een gegeven moment schilder je alle leven eruit.” Toch kent ook hij momenten van twijfel. “Bij driekwart van een schilderij denk ik regelmatig: ‘Knal het maar in de kliko’.” Gelukkig is daar zijn vrouw Anneke. “Die zegt dan: ‘Niet weggooien. Even laten staan en dan afmaken’. Meestal heeft zij gelijk. Zij heeft dezelfde rol als de drie vrouwen van Anton Heijboer”, kmipoogt hij.

Ruimtegebrek

Zijn productiedrift zorgt inmiddels voor een praktisch probleem: ruimtegebrek. De schilderijen stapelen zich sneller op dan dan dat beschikbare muren zijn. Exposeren doet hij regelmatig zoals in het kerkje van Ysbrechtum en in de openbare bibliotheek, maar commercieel denkt hij nauwelijks. “Als je rijk wilt worden, moet je kikkers schilderen met een permanentje en koeienogen. Dan denken ze: ‘Die man is gek’, en dat verkoopt. Het mooiste is als iemand blij wordt van een schilderij.”

Klas vol clowns

Minstens zoveel plezier beleeft Klaas Oedzes aan de schilderlessen die hij geeft op basisscholen. Daar verschijnt hij niet als een kunstenaar die kinderen vertelt hoe het hoort. Integendeel. Hij neemt dozen mee vol tandenborstels, sponsjes, lapjes stof, propjes papier en andere voorwerpen waarvan niemand verwacht dat je ermee kunt schilderen. “Kinderen vinden dat geweldig.” Binnen de kortste keren verandert het lokaal in een kleurrijke chaos. “Aan het einde van de les heb ik een klas vol clowns en hebben sommige kinderen meer verf op hun gezicht dan op hun papier.” Hij lacht. “Dat vind ik eigenlijk een goed teken.” De lessen geven hem minstens zoveel energie als het schilderen zelf. “Die reacties van kinderen zijn goud waard.”

Nieuwsgierig

Klaas is dan wel autodidact, zijn beide ouders schilderden ook, waarbij moeder Betty mag worden gezien als de verpersoonlijking van de Hindelooper schilderkunst. O, en hadden we al genoemd dat hij ook zingt? Al zo’n 35 jaar. In veel koren en zelfs eens in een musical. Veelgevraagd. ‘’Vooral,” zo relativeert hij zelf, “omdat er weinig mannen zijn die zingen en bassen zijn helemaal schaars.”

Hij noemt zichzelf ‘nieuwsgierig’ en benoemt dat - met een grijns - als “een ‘chronische aandoening’. En dat vind ik leuk.” Wie zijn levensloop bekijkt, begrijpt die nieuwsgierigheid beter. Zodra een functie vertrouwd werd, lonkte alweer een nieuwe uitdaging.

Leuke klapper

Die nieuwsgierigheid leidde ook tot een eigen Arbo-adviesbureau, dat hij dertig jaar runde. Daarnaast ontwikkelde Klaas software, onder andere voor RSI-preventie. Wat begon als een praktisch hulpmiddel groeide onverwacht uit tot een succes, waar hij bekende organisaties als Kluwer en TNO het nakijken gaf. “Op een dag wilde de Rijksuniversiteit Groningen ineens 30.000 licenties hebben. Dat was een leuke klapper.”

”Wat ik kan, kan jij ook”

Ook schreef hij twee boeken, publiceerde een dichtbundel en volgde opleidingen in organisatiekunde, management, personeelsbeleid en arbeidsomstandigheden en wetenschapsfilosofie. Toch komt alles uiteindelijk weer uit bij het schilderen. Daar vallen zijn nieuwsgierigheid, creativiteit en behoefte aan vrijheid samen. “Ik heb helemaal niet de pretentie dat ik een groot kunstenaar ben”, zegt hij. “Wat ik kan, kan jij ook. Ik schilder volgens het ‘idomawa’-principe: ‘ik doe maar wat’. Ik vind het gewoon heerlijk dat er eerst een leeg doek staat en dat er even later iets is wat er daarvoor niet was.”

Misschien is dat wel de beste omschrijving van Klaas Oedzes: een man die nooit ophield met ontdekken en die zijn ideeën liever omzet in verf dan in plannen. Gelukkig maar, want anders waren er een heleboel schilderijen, gedichten, boeken en mooie verhalen nooit ontstaan.