INTERVIEW | Passie stuwt de prestaties van Linde Bulthuis (20) naar grote hoogtes
IJLST - Met stellen dat de ruitersport haar stokpaardje is, doe je Linde Bulthuis enorm tekort. Het is haar passie. Van het ochtendkrieken tot laat in de avond is de jonge amazone uit IJlst er mee bezig. Het is alleen maar paard, paard, paard, ze ademt paarden. Vooralsnog heeft het haar gebracht tot twee keer Fries kampioen eerder dit jaar en een derde plaats op het Nederlands kampioenschap.

We hebben afgesproken bij Sjouke de Groot, een paardenfokker in Hinnaard. Daar stond tot voor kort ook haar paard Okardo. Maar die werd eerder deze maand verkocht, zo gaat dat in de wereld van de ruitersport. Het ligt iets genuanceerder, “want”, zegt Linde, “natuurlijk hecht je aan zo’n paard. Je krijgt er een band mee, je bent een team. Doordat hij je vertrouwt presteert hij voor je. En daardoor zijn mensen geïnteresseerd in je paard. Maar ik moet nu een stapje maken als ik er straks van wil gaan leven. Dan kun je niet alles houden. Maar zo’n afscheid doet wel pijn. Ik wil straks twee jonge paarden en die weer gaan opleiden.”
Concentreren op het springen, vaker meerdaagse concoursen rijden, aan belangrijke wedstrijden meedoen en uiteindelijk een trainingsstal is haar doel, met een jaar of tien. Tot die tijd doet ze ervaring op bij De Groot waar ze trainingspaarden opleidt tot een niveau dat ze verhandelbaar zijn. Verder werkt ze twee middagen in de week bij een trainingsstal in Langezwaag en geeft ze drie avonden in de week les Joure, Donkerbroek en Gorredijk.
![]()
Linde met Odanaminka, één van de zes paarden die ze opleidt.
Foto: Richard de Jonge
Geen presenteerblaadje
Al op zesjarige leeftijd reed ze paard op een leasepony op de manege in Sneek. Na een paar jaar zeuren zoals ze dat zelf noemt kreeg ze haar eigen pony, deed ze al snel mee aan wat serieuze wedstrijden en had best succes. Pony werd paard, daarmee groeiden ook haar prestaties en kwam ze uiteindelijk terecht bij Age Flapper en Nella Bijlsma, twee bekende namen in de paardenwereld met ieder een eigen trainingscentrum in Langezwaag en Giekerk. “Ik wilde hoger springen en ben bij hen gaan werken. Eerst stalwerk, paarden rijden en mee op wedstrijd. Want ik kom niet uit een paardenfamilie en was best nog onervaren. Dat heb ik bij hun geleerd.” Ondertussen was er een ander paard, zat ze op de Johan Cruijff Academy in Groningen, begonnen haar dagen om zes uur ’s morgens omdat ze reisde tussen IJlst, Giekerk en Groningen, drie jaar lang. Linde kreeg het bepaald niet op een presenteerblaadje.
Noodlot
Twee jaar geleden liep ze Sjouke de Groot tegen het lijf. Ze wilde graag meedoen aan een clinic maar had geen geschikt paard, Sjouke wel en stelde deze beschikbaar: Odanaminka. De toekomst zag er rooskleurig uit en toen sloeg het noodlot toe. Linde en haar vader kregen een zwaar auto-ongeluk. Half in de kreukels appte ze Sjouke vrijwel meteen dat ze als ze weer hersteld was toch wel graag weer op Odanaminka wilde rijden waaruit eens te meer haar passie blijkt. “Het begon met één paard en ik rijd nu zo’n beetje de halve stal hier”, lacht ze. Aardig om te weten wellicht is dat je aan de eerste letter kunt zien uit welk jaar een paard komt, een soort kenteken dus. De ‘O’ is uit 2019. En de eerste naam wordt dan altijd gevolg door de stalnaam of een afgeleide daarvan.
‘Zoeken naar de juiste knopjes’
“Je moet een band met een paard krijgen om te kunnen presteren. Dit zijn paarden die ik vanaf het begin heb gereden. Je bent op elkaar ingesteld. Dat merk je ook in het parcours. Dat is met een ouder paard dat je niet zelf hebt opgeleid anders, dan moet je zoeken naar de juiste knopjes. Het zit soms in kleine dingen, dan voel ik iets dat ik niet meteen thuis kan brengen. Dan veranderen we iets, in de tuigage bijvoorbeeld, en dan is het klaar. Een paard voelt ook dat jij dat voelt. Het kan zitten in een andere omgeving, een andere hindernis, stress. Daar heb ik zelf ook van geleerd, als ik zelf rustig blijf, zijn de paarden dat ook. Andersom werkt dat ook, als ik fel ben, is het paard dat ook.”
Droom uitgekomen
Ze had één droom: Fries kampioen worden. Die droom is dit jaar twee keer uitgekomen: in- en outdoor. Haar volgende droom is 1,40 meter springen. Dat zit er aan te komen want op een grote wedstrijd kort geleden in Ermelo sprong ze al 1,25 meter. “Maar ik wil eerst realistischer doelen nastreven en dan zien we dan wel verder. 1,30 meter komt eerst”, relativeert ze. “Het gaat nu eigenlijk al erg goed en daar ben ik al heel blij mee.” De weg naar de top is een lang traject. Op Olympisch niveau wordt 1,60 meter gesprongen. “Met paarden die ouder zijn dan acht jaar. Eerder zijn ze niet uitgegroeid en spiersterk”, verduidelijkt ze.
![]()
Linde werd dit jaar twee keer Fries Kampioen en derde op het NK. Foto: aangeleverd
“Met een vijf jaar oud paard mag je geen 1,30 meter springen, daar zijn regels voor. Je moet er ook voor zorgen dat de paarden heel blijven en het leuk blijven vinden. Dan willen ze alles voor je doen, dan willen ze met je mee op parcours.” De opmaat naar het winnen van het Fries kampioenschap was vorig jaar toen ze erg goed reed. “Ik mocht meedoen aan het Fries kampioenschap, maar toen kreeg ik dat auto-ongeluk. Dit jaar was het een revanche, daar was ik wel heel blij mee.” Eind deze maand is er weer een NK, in Ermelo.
Lange neus
Toewijding en passie geven de doorslag dat je verder komt. “In Ermelo was het ook best bijzonder om te zien, al die grote vrachtwagens waar wel acht paarden in kunnen en zo groot dat je er ook in kunt overnachten en tussen al die grote jongens en ik met ons kleine trailertje”, lacht ze. “In het begin vond ik het wel een beetje oneerlijk, dan zie je andere kinderen op goede paarden rijden en dan zit jij op je paard dat het nog niet zo goed kan. Maar ik heb steeds tegen mezelf gezegd, ‘je wilt dit heel graag, dan moet je ook niet zeuren’.” Intussen is het harde werken beloond en trekt ze door de recent behaalde resultaten stiekem mooi een lange neus.
Tekst: Richard de Jonge












