Face to Face met Stien Visser: ‘Recht uit het hart!’
SNEEK - Stien Visser, verbonden aan twee skûtsjefamilies, zoekt de schijnwerpers niet. Toch verdient zij een podium vanwege haar werk in het Antonius Ziekenhuis en voor haar bijdrage aan een weekend vol zeilen en plezier maken voor kinderen met een aangeboren hartaandoening. In deze Face to Face laten we Stien Visser aan het woord over cardiologie, de stichting Hart en Zeil en (skûtsje)vrouwen.

Hoe belangrijk is je werk voor je?
“Mijn werk is heel belangrijk in mijn leven. Sinds 2023 ben ik PA, physician assistant, op de afdeling cardiologie van het Antonius Ziekenhuis. Daarvóór was ik verpleegkundige op de afdeling hartbewaking. Dat ik affiniteit heb met het hart heb ik ontdekt tijdens de opleiding als verpleegkundige die ik destijds, tussen 1999 en 2004, in Leeuwarden heb gevolgd. Doordat je stage kunt lopen op verschillende plekken, leer je de verschillende vakgebieden kennen. Als je van korte en snelle zorg houdt, dan past orthopedie bij je. Vind je het leuk om na te denken over een diversiteit aan ziekten, dan ga je naar interne geneeskunde. Ik kwam erachter dat het werken met hartpatiënten bij me paste. Vooral het werken met de voornamelijk mannelijke patiënten.”
Hoe sta je tegenover specifieke aandacht voor vrouwen en hartproblemen?
“Daar houd ik me zeker mee bezig, al ben ik geen expert. Het hart van een vrouw en een man is eenzelfde spier met evenveel kleppen. Alleen vertonen vrouwen een ander klachtenpatroon, dan medici tijdens de opleiding hebben geleerd. Druk op de borst, pijn in de arm, klachten bij inspanning zijn klachten die typisch bij mannen voorkomen. De presentatie van klachten van vrouwen is anders. Wat meespeelt is dat vrouwen anders over hun hartklachten communiceren dan mannen. Vrouwen hebben de neiging hele verhalen te vertellen als ze het over hun klachten hebben: ‘Ik was daar en daar en moest op mijn kleinkind passen en toen kreeg ik last van...’ Dan is het lastiger te achterhalen wat er speelt. Bovendien is veel onderzoek naar medicijnen altijd op mannen getest. Reden daarvoor is dat bij vrouwen sprake is van hormonale wisselingen; wat er van binnen met hen gebeurt is niet altijd hetzelfde en is daarom moeilijk met elkaar én met mannen te vergelijken. Dat vooral onderzoek gedaan is bij mannen beïnvloedt de zorg nog steeds.”
Wat is en doet een physician assistant eigenlijk?
“Dit beroep bestaat nu zo’n 25 jaar en is over komen waaien uit Amerika. Eigenlijk is het een taakverschuiving om het tekort aan artsen op te vangen. In 2020 kreeg ik de kans deze nieuwe tweeëneenhalfjarige masteropleiding te volgen. Ik werkte toen al twintig jaar in de zorg. Als verpleegkundige had ik alles al gezien en beleefd. Ik wilde wel eens wat meer. Op mijn leeftijd nog een opleiding tot arts volgen ging me te ver, en als PA ben je de schakel tussen de verpleegkundige en de medicus. Ik ben geen arts, maar verricht wél medische handelingen, schrijf medicijnen voor en voer gesprekken met patiënt en familie. Ik beoordeel en beslis of de patiënt naar huis kan. Ik maak de afweging of een kwetsbare patiënt wel of niet geopereerd wordt. De cardioloog is achter de hand, maar als er iets mis gaat, ben ik tuchtrechtelijk verantwoordelijk.”
Hoe bevalt je overstap?
“In het begin moest ik erg wennen. Hiervoor had ik onregelmatige diensten. Ik genoot van de heel andere sfeer die ‘s avonds en ‘s nachts in het ziekenhuis heerst. Maar ik was vaak moe, kon altijd wel slapen. Nu werk ik van maandag tot en met vrijdag en op vaste tijden; het werk is beter voor mijn lijf. Voorheen had ik nooit een volle sociale agenda; nu kan ik meer sporten. Ik heb voor het eerst thuis kerst kunnen vieren. Anders werkte ik met kerst en was ik met oud en nieuw vrij. Alles is anders, maar ik vind het prachtig dat ik zo van betekenis kan zijn voor mensen, en met mijn kennis en vaardigheden als PA de mensen door een ingrijpende gebeurtenis of ziekte heen kan loodsen.”
Hoe is Hart en Zeil op je pad gekomen?
“Hart en Zeil is een initiatief, bedacht door kinderarts Rudy van Eijck en Gerlof van der Werf. De stichting organiseert sinds 1992 een weekend vol zeilen en plezier voor kinderen met een aangeboren hartaandoening. Vanaf het begin zijn daar artsen en verpleegkundigen van het Antonius Ziekenhuis en vrijwilligers van de KWS, de Koninklijke Watersport Vereniging, bij betrokken.
Ik vind het mooi om te zien, dat kinderen met een hartaandoening steeds gezonder zijn, dankzij de medische vooruitgang.
Toen ik in 2011 op de hartbewaking in Sneek kwam werken, was Gerlof van der Werf mijn afdelingshoofd. Hij vroeg of ik in de organisatie van Hart en Zeil wilde komen: ‘Ik blijf dit niet voor altijd doen en dan is er toch iemand van deze afdeling bij betrokken’. Hij liet me wat foto’s zien en stelde voor een jaar mee te doen om te kijken of ik het leuk vond. Eerst had ik geen idee, wat ik me er allemaal bij moest voorstellen. De KWS kende ik niet en het Starteiland kende ik alleen van het skûtsjesilen. Al snel kwam ik tot de conclusie: dit moet altijd doorgaan! De kinderen vinden het zó leuk. Wijzelf hebben geen kinderen, dus ik heb alle tijd naast het werk. Bovendien is het slechts één keer in de twee jaar een weekend, vanwege de drukke agenda van de KWS.”
Hoe gaat Hart en Zeil in zijn werk?
“In de beginjaren stapten kinderen op vrijdagmiddag in Harlingen op een aantal klippers. Vervolgens overnachtten ze in Stavoren. Afhankelijk van het weer voeren ze dan buitenom of binnendoor naar Sneek. Zondagmiddag gingen ze weer naar huis. Ze waren dus twee nachten van huis. Vóór corona merkten we al dat het aantal aanmeldingen terugliep. In de hoogtijdagen meldden zich wel vijftig kinderen aan; de laatste jaren hoogstens dertig, eigenlijk wel het minimum. ‘Hoe komt dat nou?’, vroegen we ons af. Is twee nachten van huis misschien te lang in een seizoen vol schoolreisjes en uitjes? Door corona waren kinderen nóg minder gewend aan langere tijd van huis zijn. Dus besloten we eens te experimenteren met een lichtere versie, waarbij kinderen één nacht in tentjes op het Starteiland zouden slapen. Het aantal aanmeldingen was nog niet zoveel als gehoopt, maar genoeg om door te laten gaan. De kinderen slapen niet veel en ik ook niet, maar voor één nacht is dat prima.”
Hoelang denk je nog door te gaan?
“Komende winter evalueren we hoe dit nieuwe format bevalt. Het werk zelf valt heel erg mee: je kunt varen op het werk van de voorgangers. Ik vind het reuze belangrijk dat Hart en Zeil door gaat. Bij alle organisaties is het vinden van vrijwilligers een groot probleem, dus blijf ik me inzetten in de organisatie. Ik vind het mooi om te zien, dat kinderen met een hartaandoening steeds gezonder zijn, dankzij de medische vooruitgang. Als je foto’s ziet van de beginjaren, dan zie je kinderen in een rolstoel, kinderen aan de zuurstof en kinderen die blauw aanliepen bij inspanning. Anno nu merk je weinig aan de kinderen. Ze hebben het altijd leuk met elkaar. Ze wisselen ervaringen uit, begrijpen elkaar omdat ze deels in hetzelfde schuitje zitten.”
Wat is de link met het skûtsjesilen?
“Zaken als een zwemvest dragen en niet rennen aan boord, heb ik van huis uit meegekregen. Ik weet wat de fok en het grootzeil doet als je op een boot zit. Toen mijn man Teake Klaas (van der Meulen, voormalig schipper van Woudsend - red.) nog in de SKS zeilde, heb ik wel eens vanuit de roef meegevaren. Meer was niet haalbaar vanwege mijn werk. In 2018 heb ik mijn broer Jappie gevraagd: ‘Als jullie toch op zondag trainen met de Sneker Pan, kunnen we dan met een paar kinderen aan boord komen?’ Vervolgens heeft Gerlof geregeld dat er een wedstrijdbaantje in het Sneekermeer kwam te liggen en konden de kinderen meevaren op maar liefst vier deelnemende skûtsjes. Vorig jaar lukte meevaren op de Sneker Pan niet, vanwege de harde wind. Ondanks dat was het een prachtige ervaring om de reacties van kinderen te horen. ‘Sliepen ze vroeger met wel tien man in deze roef? Hoe dan?’ ‘Vaart deze boot zonder motor? Hoe dan?’ Kinderen vertellen over het skûtsje en het leven aan boord was leuk om te doen.
Op dit moment lees ik het boek ‘Schippersvrouwen, verhalen boven water’. Wat heb ik een respect voor de schippersvrouwen van toen, die met grote gezinnen en zonder enige luxe, in de kleine ruimte van een skûtsje verbleven en aan boord hun mannetje stonden. In diezelfde roef deden ze de was, aten en dronken ze, sliepen ze. Als ik om me heen kijk en óns huis met al die ruimte zie... Bijna niet voor te stellen...”
Beeld: Laura Keizer
Tekst: Riemie van Dijk
![]()
Stien Visser












