Bakker Jelte Douma stopt na 43 jaar: “Brood is mijn passie en dat is altijd zo gebleven”
WOMMELS - Op zijn laatste werkdag in de bakkerij van Puur Posthuma staat Jelte Douma nog één keer tussen het meel, het deeg en de warme ovens. Na 43 jaar houdt de 63-jarige broodbakker het voor gezien. Niet omdat de liefde voor het vak verdwenen is, integendeel, maar omdat het lichaam en de tijd hun eigen wetten hebben. Jelte maakt gebruik van de vitaliteitsregeling in de bakkerssector en stopt een paar jaar voor zijn pensioen. “Nu het nog leuk is”, zegt hij nuchter. Toch voelt het moment bijzonder: de bakkerij waar hij zijn hele werkzame leven doorbracht, laat hij nu achter.

Jelte wist al vroeg wat hij wilde worden. “Als kind moest ik wel eens brood halen bij de bakker. Dat rook altijd zo lekker.” Dat was genoeg om een droom te laten ontstaan. Achteraf noemt hij het zonder aarzelen een roeping. “Brood is mijn passie en dat is altijd zo gebleven.” Banket daarentegen liet hij liever aan collega’s over. “Dat is gepriegel”, zegt de inwoner van Wommels met een glimlach.
Er is in die veertig jaar wel wat veranderd. Machines namen zwaar tilwerk over. “Zware platen met brood die je één voor één in de oven moest tillen. Tegenwoordig staan ze op een kar en rij je die in zijn geheel de oven in.” Ook het assortiment is niet meer met zijn beginjaren te vergelijken. “Toen had je een paar soorten brood. Nu zijn het er wel twintig. Roggebrood en reepkoek zijn hetzelfde gebleven.” Puur Posthuma heeft vier filialen en levert verder aan de horeca, zorginstellingen en buurtsupers. Wommels vormt het kloppend hart, hier wordt door vijf broodbakkers en drie banketbakkers alles gemaakt.
Gedeelde liefde
Jeltes loopbaan bij Posthuma begon ruim vier decennia geleden en eindigt nu op dezelfde plek waar hij ook zijn privéleven vormgaf. In de bakkerij ontmoette hij Annemieke, die vooral achter de toonbank werkzaam is. Het stel trouwde, kreeg twee kinderen en inmiddels ook een kleinkind. Samen kennen ze het ritme van de bakkerij als geen ander. Dat ritme begint midden in de nacht. Jarenlang stond Jelte op terwijl de rest van het dorp sliep. Nog steeds wordt hij al rond twee uur wakker. “Dan zit hij beneden in de woonkamer te wachten tot het vijf uur wordt”, zegt Annemieke. “Dat nekt je, dat kan niet meer.” Het lichaam went er nooit helemaal aan, merkte ze.
Hartaanval
De nachturen en het zware werk gingen op den duur hun tol eisen. Een hartaanval vormde een duidelijke waarschuwing. Hoewel Jelte weer herstelde, werd het besef sterker dat het tempo niet eindeloos vol te houden is. De vitaliteitsregeling bood een uitweg: eerder stoppen en ruimte maken voor rust. Ook de veranderende werkcultuur speelde mee in zijn besluit. Hij groeide op in een generatie waarin werk simpel was: beginnen en afmaken. Tegenwoordig merkt hij dat jonge collega’s anders in het werk staan. “Het is niet meer van: niet zeuren en doorgaan”, zegt hij. Hij neemt het hen niet kwalijk, maar merkt wel dat het schuurt.
![]()
Trots
Toch overheerst vooral trots als hij terugkijkt. De bakkerij groeide in al die jaren, het assortiment werd groter en het werk moderner, maar de kern bleef hetzelfde. Brood bakken voor het dorp en de regio. Jelte maakte honderden broden per week en zag generaties klanten langskomen. Sommige mensen aten hun hele leven brood dat door zijn handen ging. Dat idee bevalt hem wel. “Brood is gewoon een mooi product”, zegt hij. “Iedereen eet het.” Het ambachtelijke werk, de geur van vers brood en de vroege stilte van de bakkerij: het zijn dingen die hij straks zal missen.
Nieuw ritme zonder nachtdiensten
Toch kijkt Jelte Douma ook vooruit. De vrijgekomen tijd wil hij besteden aan dingen waar hij eerder nauwelijks aan toekwam. Vissen bijvoorbeeld, of koken, iets dat hij thuis al geregeld deed wanneer hij na een vroege dienst eerder klaar was dan zijn vrouw. Ook in zijn garage zal hij vaker te vinden zijn. Daar repareert hij fietsen, knutselt hij aan oude spullen en maakt hij houten voorwerpen. Het zijn rustige bezigheden die goed passen bij een nieuw ritme zonder nachtdiensten. Nog steeds zal hij vroeg wakker worden, maar dan hoeft hij niet meer te wachten tot het vijf uur wordt.
Tekst en foto’s: Richard de Jonge









