Ex-gevechtspiloot Bald de Boer (69) uit IJlst is nu instructeur modelvliegtuigen en hij kan er geen genoeg van krijgen

Door: Richard de Jonge 2 mrt 2024, 19:15 Algemeen
Foto: Richard de Jonge
Afbeelding

IJLST - Het vliegen zit hem in zijn aderen, in zijn bloed. In zijn actieve leven was Bald de Boer helikopterpiloot bij Defensie, was hij instructeur en maakte hij duizenden vluchten. Ook in gebieden waar het op zijn zachtst gezegd nogal spannend was. Ondanks dat hij al een kleine twintig jaar met pensioen is, bepaalt het vliegen nog steeds zijn leven. Nu echter met modelvliegtuigen. We zochten hem op in IJlst waar hij met zijn vrouw Gonnie de rust heeft gevonden. Relatieve rust, want de 69-jarige Bald de Boer is geen stilzitter. 

Als we eerder die week telefonisch voor begin van de middag een afspraak maken zegt hij: “Dan kan ik ’s morgens nog mooi even vliegen en hoe lang heb je werk, want ik heb rond vieren nog een cursist.” Want hij heeft een modelvliegtuigschool. Bald maakt vanuit ‘vliegveld IJlst’ meerdere vluchten per dag. Vanaf het land van een boer achter zijn woning waar korte verharde paden in zes (wind)richtingen dienen als start- en landingsbanen. “Afhankelijk van de wind. Het is hier net Schiphol”, grapt hij. 

Cockpit op zolder
Dat vliegen is niet opstijgen, een paar rondjes en weer dalen. Er worden figuren gevlogen, zien we, als we - enthousiast geworden - naast hem in het veld staan. Vierkanten, dubbele loopings, recht omhoog, een glijvlucht, rolls, een ‘vrille’. Een tolvlucht in goed Nederlands, waarbij een vliegtuig in overtrokken toestand verkeert en bewegingen uitvoert om alle drie zijn assen. Het komt allemaal voorbij. Wie denkt dat een modelvliegtuig kinderspeelgoed is, heeft het behoorlijk mis. Wel kun je er als een kind zo blij van worden, zo blijkt als we Bald zo bezig zien.

Eerder die middag werden we hartelijk door hem ontvangen. Dat Bald voorafgaand onderzoek had gedaan naar zijn bezoek, merken we als hij zegt: “Jij bent ook fotograaf hé? Ik heb de fotovakschool gedaan.” Hij wijst hij op een vitrinekast vol camera’s en naar de vele foto’s in de trapopgang. In de woonkamer waar zijn Gonnie op een enorme plaat een puzzel van 3.000 stukjes in elkaar zet, begint hij zijn verhaal. “Ik wist op vierjarige leeftijd al dat ik piloot wilde worden. Mijn vader nam me op een nacht mee naar buiten. En daar zag ik de Spoetnik. Dat was in 1957, een lichtpuntje langs de hemel. Een paar jaar later gingen de eerste Amerikaanse raketten de lucht in en toen dacht ik al gauw: ‘Dat wil ik ook’. Maar ruimtevaart was toen ik opgroeide natuurlijk voor Nederlanders behoorlijk onbereikbaar dus toen heb ik dat maar veranderd in piloot. Op zesjarige leeftijd had ik op zolder een cockpit gemaakt van een straaljager, had ik een helmpje en een zuurstofmaskertje en maakte ik in mijn fantasie hele vluchten.” 

Ik wist op vierjarige leeftijd al dat ik piloot wilde worden

Achter in een Piper Cub
Na de basisschool volgde het voortzegt onderwijs. Dat was niet zo’n succes. Toen hij voor de tweede keer bleef zitten, moest Bald van zijn vader van school. Hij kwam te werk bij de foto-ontwikkelcentrale van Agfa-Gevaert nabij zijn toenmalige woonplaats Arnhem. Daar zat hij niet helemaal op zijn plek. Via weer naar school, waar hij met succes de havo afrondde, moest hij op zijn twintigste in dienst. “En daar ben ik dertig jaar gebleven”, zegt hij nuchter. Hij stapte daarmee in de voetsporen van zijn vader, want die zat ook in het leger. “Bij de keuring vroegen ze bij welk onderdeel ik wilde dienen. Bij de Luchtmacht, natuurlijk. Maar ik wist dat je als dienstplichtige geen piloot kon worden. Wel kon je in vliegtuigen van de Landmacht luchtwaarnemer worden. Dan moest je achter in een Piper Cub navigeren, kaartlezen en luchtfotografie doen.

We woonden in Arnhem, tweehoog, sanitair delen met de buren, maar ik was luitenant, had een goed baantje zonder vuile handen. Ik was dan geen piloot, maar ik vloog achterin een Piper Cub en voorin in een helikopter als bemanning en had als hobby parachutespringen. Ik had een vast contract, maar wel met een einddatum. En toen ben ik de fotovakschool gaan doen om toch iets te hebben voor het geval ik niet in dienst kon blijven.” 

Jongensdroom
Toch was het meevliegen niet helemaal zijn doel. Hij wilde zelf vliegen. Op zijn 24ste solliciteerde Bald de Boer bij de Luchtmacht en werd hij aangenomen. Niet helemaal zonder slag of stoot, maar toch. “Ik had geen zin om straaljagerpiloot te worden. Van de Starfighters vielen in die periode elk jaar wel enkele uit de lucht en ík wilde oud worden. Toen ben ik helikoptervlieger geworden. Zeven maanden opleiding in Amerika, Gonnie mee, prachtig, een jongensdroom. Ik heb dertig jaar gevlogen en ben dertig jaar luchtziek geweest. Ik ben in het begin kotsend door de opleiding gegaan zonder dat ze het merkten”, lacht hij.

Een Apache helikopter is als een F16 met de aandrijving op het dak

Koffiedrinken met Willem-Alexander
We maken een sprongetje in het leven van Bald. “Aan het eind van mijn loopbaan ben ik vliegveiligheidsofficier geworden en vloog ik ook op Apache helikopters. Prachtig. Dat is gewoon als een F16 met de aandrijving op het dak. De snelheid ligt dan wel niet zo hoog, maar omdat wij zo laag vlogen is de indruk van snelheid wel net zo groot. Ik heb een rondje Mont Blanc gevlogen, heb Loch Ness gezien, Silverstone tijdens een Grand Prix, heb met Prins Andrew gevlogen, koffie gedronken met toen nog kroonprins Willem-Alexander. Ik heb mooie dingen meegemaakt.”

Gratis modelvliegschool met goede doelen
Op fietsvakantie in Friesland werden Bald en Gonnie verliefd op deze provincie en vonden ze in IJlst een woning. “Op een reünie van oud-vliegers zag ik iemand met een Alouette 3 helikopter op schaal met een rotordoorsnee van 2,5 meter. Ik dacht: ‘Zoiets wil ik ook’. Dus ben ik uiteindelijk in Kampen beland en heb daar een modelstraaljager gekocht. Die heb ik nog steeds.”

Sinds tien jaar heeft Bald de Boer onder de naam EMVO (Elektro Model Vliegtuig Opleiding) Phoenix een eigen modelvliegschool in IJlst, ondergebracht bij Stichting Nationaal Modelvliegcentrum Romeo. Cursisten krijgen gratis les; de vliegschool is idealistisch en draait op giften. Met die giften worden goede doelen gesteund, zoals Stichting Weeshuis Sri Lanka en Hulp voor Helden: hulphonden voor mentaal beschadigde veteranen, denk daarbij aan PTSS. Bald: “Ik heb een prachtige jongensdroom gehad, op kosten van de belastingbetaler en dit is mijn manier om iets terug te doen voor de maatschappij.”

“Modelvliegen is volwassen luchtvaart in het klein, waarbij je níét luchtziek wordt”, legt Bald uit. “Als je een goede instructeur wilt zijn, moet je zelf fanatiek vliegen. Je moet waarmaken wat je zegt.” Hij heeft zelf al modelvlieger dan ondertussen ook al 22.450 vluchten gemaakt van minstens tien minuten. Om het modelvliegen onder de knie te krijgen, begin je bij Bald met vliegen in een simulator op een pc. Dat gebeurt op afstand, want de simulatorlessen zijn online. De praktijklessen en de eventuele examens zijn op ‘vliegveld IJlst’. De modelvliegschool heeft klanten uit Nederland en daarbuiten. Intussen heeft Bald vierhonderd mensen opgeleid van wie er honderdvijftig hun brevet hebben gehaald. 


Foto: Richard de Jonge
Tekst: Richard de Jonge