Algemeen

Vertaling nieuwjaarstoespraak burgemeester Jannewietske de Vries

dwest-Fryslân: volop in beweging

Afbeelding
Sneek- Vandaag staat de vertaling van de Friestalige nieuwjaarstoespraak van burgemeester Jannewietske de Vries online op de site van de gemeente Súdwest-Fryslân. Hierbij:

Nieuwjaarstoespraak 2020 Workum, 6 januari

Beste mensen, allemaal van harte welkom bij onze nieuwjaarsreceptie. Deze keer dus niet in Sneek, het bestuurlijk centrum van onze gemeente, maar in Workum, de derde stad van Súdwest-Fryslân.

Dat wij hier in De Rolpeal te gast zijn, is niet zo maar. In mijn toespraak van vorig jaar heb ik gezegd dat het me mooi leek om deze receptie ieder jaar in een andere plaats te houden. Daarnaast is deze nagelnieuwe accommodatie een prachtig voorbeeld van wat een vitale gemeenschap kan klaarspelen.

Vitaal betekent hier in de eerste plaats: sportief. Wij staan er hier middenin, met recreatiezwemmers aan de ene kant en recreatie-volleyballers aan de andere. Heel belangrijk om in beweging te zijn en te blijven, en dan het net anders dat er in onze gemeente ook kampioenen en medaillewinnaars wonen. Zeilers, kaatsers en polsstokverspringers, uiteraard, maar ook een groot aantal andere sporters.

Het is ‘gevaarlijk’ om met namen te komen, want waarom de ene wel noemen en de andere niet?

Toch wil ik hier een aantal prestaties benoemen, omdat het prestaties zijn die ook ver buiten onze landsgrenzen waardering hebben gekregen.

Zoals Nyck de Vries uit Uitwellingerga, wereldkampioen Formule-2, en dit jaar overgestapt naar de Formule E, de eerste volledig elektrische raceklasse in de wereld. Een prachtige sportman, die verder denkt.

Of een dorpsgenote van Nyck, Beitske Visser, die het afgelopen jaar ook bijna wereldkampioen werd – ze werd tweede – in de W Series, zeg maar de Formule-1 voor vrouwen.  Ze is een inspirerend voorbeeld voor vrouwen die ook graag de binnenbocht nemen.

En dan waren er de geweldige prestaties van onze voetbalsters, onder wie Sherida Spitse uit Sneek en Loes Geurts uit Hichtum. Zij werden in Frankrijk net niet wereldkampioen, maar in de zomer leefde het hele land met de Oranje Leeuwinnen mee, en ik dus ook. Deze vrouwen staan de komende zomer opnieuw in de schijnwerpers, op de Olympische Spelen in Tokio, Japan.

Wie daar ook zal zijn, maar dan een paar weken later, op de Paralympische Spelen, is zwemster Liesette Bruinsma uit Wommels. Ze won al twee keer goud in 2016, in Rio de Janeiro, en in 2019 werd ze wereldkampioen op liefst drie afstanden. Ik ben erg benieuwd hoe ze in Tokio presteert.

Deze sportieve prestaties zijn slechts voorbeelden dat we in een vitale gemeente wonen. Een gemeente met een vitale gemeenschap, een vitale economie en een vitale omgeving.

Samen zetten wij ons in voor de gemeenschap. En ik zeg dat niet zo maar. Het afgelopen jaar ben ik op bezoek geweest in alle dorpen, steden en wijken. Uiteraard heeft bijna ieder dorp of wijk wel iets te wensen, dat kan ook moeilijk anders. Maar wat mij vooral weer duidelijk is geworden, is het enthousiasme van de mensen waarmee ze zich inzetten voor de plek waar ze wonen, de eigen gemeenschap, het goede doel. En zoals Johan Cruijff eens zei: “Het goede doel, is niet het eigen doel”.

Dit enthousiasme sluit mooi aan bij mijn motto ‘it takes a village to save a planet’. In goed Nederlands: wij hebben de gemeenschap nodig om onze planeet te redden. Dit betekent dat we met elkaar ‘groot’ denken, mar tegelijkertijd – om ons doel te bereiken – een heleboel kleine stapjes moeten zetten. Op de schaal die we kunnen overzien. Dichtbij. En daar is iedereen voor nodig.

Om in onze mooie gemeente met elkaar vooruitgang te boeken, is het opzetten van coöperaties een geschikt model. Daar hebben wij immers een traditie mee. Deze traditie kunnen wij vernieuwen om ook in de toekomst levend te houden. In een coöperatie zetten de deelnemers zich samen in voor bijvoorbeeld de energietransitie of het landschap. In vitale gemeenschappen is de coöperatie van iedereen. Iedereen deelt mee in de winst.

Zo’n vitale gemeenschap trekt ook weer nieuwe inwoners. In 2019 hebben we er in Súdwest-Fryslân ruim driehonderd mensen bijgekregen en zijn we de grens van 90.000 inwoners gepasseerd – 90.025 om precies te zijn. Nu moet ik nog wel een voorbehoud maken, want nog niet alle mutaties zijn verwerkt. Maar al wel is duidelijk dat het verhuiscijfer hierin belangrijk meetelde.

Wij wonen – met andere woorden – in een aantrekkelijke gemeente. Door de ligging, de natuur, de rust en de ruimte, maar ook door de manier waarop wij ons met elkaar inzetten voor de grote uitdagingen waarvoor wij staan.

Wij zijn een gemeente mét en ín een vitale omgeving. De Commissaris van de koning zei het al: wij maken deel uit van een Europese regio, in verbinding met andere provincies en andere regio’s in Europa. Als tweede gemeente van Friesland en vierde gemeente van Noord-Nederland hebben wij een belangrijke rol in deze regio. Dit blijkt ook uit de meest recente cijfers over de economie. Onze regio heeft de grootste groeipotentie van Noord-Nederland (vergelijkbaar met Amsterdam, eindhove en Utrecht).

Als gemeente met tegen de 100.000 inwoners – dat mogen we nu toch zeggen – kunnen wij een verschil maken in verschillende zaken. Wij kunnen meepraten en positie innemen in gesprekken met (inter)nationale partners. En die rol pakken wij ook. Het mooie van onze schaalgrootte is dat wij zaken integraal kunnen behandelen. Wij zijn in staat win-winsituaties te creëren door de uitdagingen – bijvoorbeeld op het gebied van landbouw, energie en mobiliteit – in samenhang met elkaar aan te pakken.

De grote (Europese) vraagstukken vragen ons dat we verder vooruit kijken dan vier jaar. Het vraagt van ons een visie op 2030 en op de jaren erna.

Een visie op vraagstukken zoals klimaat en energie, waarmee wethouder Faber (die als zeiler weer wat tegenwind en laveren is) voortdurend mee bezig is. Het is een vraagstuk dat de gemeenschap op allerlei manieren fronten in beweging moet krijgen. En met dat coöperatiemodel, waarover ik zojuist sprak, hebben wij er in onze gemeente een mooie basis voor.

Zo zou een volledig dorp – ook de bewoners van sociale huurwoningen – lid zijn en profijt hebben van een energiecoöperatie. Want de winst gaat naar maatschappelijke doelen die door de leden zelf worden bepaald. Dat is democratische vernieuwing op lokaal niveau. Het vergroot de acceptatie voor verandering in de omgeving.

En het vraagt visie op nieuwe manieren van mobiliteit. Nieuwe concepten moeten ervoor zorgen dat wij niet alleen ‘klimaatneutraal’ kunnen reizen, maar dat wij ook de aansluiting tussen stad en platteland en de aansluiting van onze gemeente op de Randstad goed regelen. Wethouder De Man zet zich hier (‘strak’ getraind in de sportschool) vol energie voor in.

En wethouder Offinga (onze ‘duursporter’) is druk met de uitdagingen op het gebied van de landbouw. De landbouwsector is van oudsher een drager van onze economie. Maar het moet anders. Dat realiseren wij ons allemaal. Met andere regionale, nationale en Europese partijen moeten wij zoeken naar nieuwe concepten waarin de balans tussen landbouw en natuur teruggebracht kan worden. Súdwest-Fryslân kan hierin een voorbeeld zijn.

Wethouder Wielinga (onze multi-sporter) is bezig met de integrale omgevingsvisie; de visie op hoe wij in Súdwest-Fryslân willen wonen, werken en bewegen. En ze zal zich ook dit jaar inzetten voor een gezond sportklimaat.

Vitaliteit betekent, tot slot, ook veerkracht. Wij kijken terug op een jaar met hoogte- en dieptepunten. Het vertrek van wethouder Van Gent was een dieptepunt voor college en raad. In de gemeenteraad heb ik in november gesproken over het begrip ‘vertrouwen’. Ik heb toen gezegd dat politiek niet alleen gaat om feiten, standpunten en meningen, maar vooral over mensen. En daar hoort vertrouwen bij. Dat is de basis van de democratie. Niet alleen het vertrouwen van de gemeenschap in de politiek, maar ook van de politiek in de kracht van de gemeenschap. Dat inwoners in staat zijn om zelf oplossingen te vinden en zaken mogelijk te maken.

Daar ligt een grote taak voor de politiek, het onderwijs en de media: het vertrouwen in de gemeenschap vergroten. Daarvoor is het nodig dat de (sociale) kennis wordt vergroot. Want als je niets van iemand weet, vertrouw je hem of haar minder snel. Vertrouwen komt als je informatie hebt over en van een ander. Dat zien we ook in onze dorpen en wijken. Dat herkennen we ook bij de boerenprotesten. Wij moeten blijven zoeken naar kennis, verhalen en de goede wil van de ander.

Een open gemeenschap zin – en een open lokale democratie zijn; waar de meerderheid rekening houdt met de noden en wensen van de minderheid.

He zal niet altijd gemakkelijk zijn. Minder frame, blame en shame, maar op zoek naar het echte verhaal. Het écht met elkaar doen. Samenwerken, coöperatie. Met als winnaar: onze inwoners, ons landschap, onze democratie, onze wereld.

Als college zien wij met vertrouwen naar het nieuwe jaar. Wij zijn veerkrachtig, hebben ambitie en conditie om in 2020 een heleboel meters te maken.

Beste mensen, ik wens jullie allen een gelukkig en vitaal 2020. Proost, op het nieuwe jaar.

Foto Henk van der Veer

Afbeelding