Algemeen

Het Sint Antonius Ziekenhuis Sneek tijdens de Tweede Wereldoorlog

Direct werden de instructies in gang gezet: alle patiënten moesten zo snel mogelijk naar huis, alles wat ontplofbaar was moest vernietigd worden wegens brandgevaar, ook de alcohol voor sterilisatie.

Afbeelding
Sneek- Bestuursvoorzitter de heer Casparie had de opdracht gegeven om, als er oorlog zou uitbreken, moeder Overste te waarschuwen met een codewoord. Frits Larmené gaf het codewoord door en moeder Overste wist gelijk wat haar te doen stond.

Aan het begin van de oorlog gebeurde er een ernstig ongeluk met een Duitse vrachtwagen op de Afsluitdijk en de gewonde Duitsers werden opgenomen in het inmiddels vrijgemaakte infectiepaviljoen aan de Sophiastraat. Zr. Assunta had die nacht alleen de wacht in het paviljoen en

’s nachts om 4 uur begon een Duitser lawaai te maken met zendapparatuur. Kordaat pakte zij dit af en zei dat iedereen moest slapen! Zij kreeg later van de Duitsers een fruitmand voor de goede zorgen. Enkele maanden later probeerden de Duitsers het paviljoen in bezit te nemen, waarop de Zusters zeiden dat het besmet was met T.B.C…. De Duitsers waren doodsbang voor besmettelijke ziekten, dus zochten zij hun onderdak elders.

Er werden regelmatig onderduikers in het ziekenhuis verstopt, normaal op de bovengang maar bij een huiszoeking werden ze allemaal in één van de tunnels gestopt die onder het ketelhuis liepen, in de z.g. “kopertunnel”. Ook werden er neergeschoten Engelse piloten, die voedsel en wapendroppings hadden verzorgd in de Zuidwesthoek, verstopt.

Twee Joodse meisjes waren vanaf 1943 tot aan de bevrijding als “patiëntje” opgenomen op de kinderafdeling: Vera Kroon en Georgientje van Voolen. Ook werd een Joodse man “meneer de Bruyn” van kamer 52 verzorgd onder de hoede van Zr. Ifigenia en ook op de kinderafdeling verstopt. Zowel de nonnen, de verpleegsters, de specialisten als de directeur en zijn vrouw hebben er alles aan gedaan om hen uit Duitse handen te houden, wat ook is gelukt. In december 1944, aan het begin van de Hongerwinter, kreeg directeur Disse een noodbrief van de directeur van het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis in Amsterdam, waar voor 1200 mensen geen voedsel meer was. Directeur Disse zorgde in het grootste geheim, geholpen door bestuurslid de heer Egbert de Jong (directeur van Douwe Egberts te Joure) dat de Lemster veerboot met 60 ton(!) aardappelen, vet, meel-en peulvruchten naar Amsterdam kon varen.

Directeur Disse is later door de moeder van Georgientje voorgedragen voor de Yad Vashem- onderscheiding als “Rechtvaardige onder de Volkeren”, welke hij in 1967 heeft ontvangen.

Ook de huisartsen en specialisten Dr. v.d. Meulen, Dr. Roberts en Dr. Ubbink pleegden verzet. Zij moesten de patiënten die “Deutschfeindlich”waren aanmelden, wat ze uiteraard niet deden. Enkelen van de artsen moesten dat bekopen door opgesloten te worden in de gevangenis in Leeuwarden en later in kamp Amersfoort.

Na 6 weken mocht men het kamp verlaten en met kaalgeschoren en geteerde hoofden kwam men terug in Sneek. Ook werden ziekenhuisbedden door de specialisten gebruikt om “patiënten” zoals verzetsstrijders en mensen uit de illegaliteit op te nemen en te beschermen.

Het ziekenhuis moest elke avond geheel verduisterd worden met zwart papier, wat niet altijd even zorgvuldig gebeurde en dat leidde dan weer tot rumoerige controles van de Duitsers.

Het Sint Antonius Ziekenhuis is materieel gezien ongeschonden uit de oorlogsperioden gekomen. Vermeld moet worden dat één van de grote ontdekkingen van de Commissie Historie is geweest dat tussen 1936 en 1938 de gebrandschilderde ramen van de Kapel zijn vervangen omdat de oorspronkelijke ramen vol met swastikasymbolen zaten, het heiligste symbool uit het hindoeïsme en boeddhisme. Blijkbaar heeft het bestuur van het ziekenhuis óf de Congregatie vervanging noodzakelijk gevonden omdat Hitler het zich als nazisymbool had toegeëigend. Hier is echter niets van in de documentatie terug te vinden.

Ondanks het beladen thema hopen wij toch dat u nog even “stil kunt staan” en te denken dat er zoveel moedige mensen in het ziekenhuis hun werk deden, onder enorme druk en met gevaar voor eigen leven. Dat mag nog best wel eens gezegd worden. Op 15 april 1945 werd Sneek door de Canadezen bevrijd.

FOTO: Patienten kijken op de oprit van het ziekenhuis toe naar het binnentrekken van de Canadezen in Sneek. Tweede kindje van links is het Joodse onderduikstertje Georgientje van Voolen en geheel rechts in rolstoel de Joodse meneer de Bruyn.

Tekst: Babs Eliasar

Afbeelding