Ruud Holterman (71) is motorfanaat in hart en nieren: “Als je een half uurtje hebt gereden, ben je weer helemaal jezelf”
Het zou zomaar kunnen dat we in Friesland de meeste kaatsers van Nederland hebben en wellicht geldt dat ook voor fierljeppers en schaatsers, maar procentueel gezien de meeste motorliefhebbers lijkt toch niet zo voor de hand liggend. Toch hebben vorig jaar maar liefst vierduizend mensen in deze provincie hun motorrijbewijs gehaald. En de twee grootste Friese motorclubs hebben gezamenlijk een kleine negenduizend leden. Een van die motorliefhebbers is Ruud Holterman.

Ruud Holterman (71) uit Bolsward is motorfanaat in hart en nieren. De geboren Gelderlander vindt het helemaal niet gek dat motorrijden hier in Friesland zo populair is. “Friesland is open, hier heb je de ruimte. De A7 interesseert me eigenlijk helemaal niets. Binnendoor moet je zijn. Naar Harlingen, naar Balk, door Gaasterland, langs het IJsselmeer. Dáár ontdek je Friesland pas echt.”
Friesland
Volgens Ruud Holterman schuilt de schoonheid van Friesland juist in de afwisseling van het landschap. Het weidse uitzicht, de boerderijen, de stille dijken en de onverwachte dorpen maken elke rit anders. “Je rijdt hier door gebieden waar je met de auto vaak nooit komt”, vertelt hij. “Mensen pakken meestal de snelste route, maar met een motor wil je juist verdwalen. Dan rijd je ineens een dorpje binnen, waarvan je denkt: hoe kan het dat ik hier nog nooit ben geweest?” Hij noemt plaatsen als Laaksum, Morra en de omgeving van het Woudagemaal bij Lemmer. “Daar kom je met de motor veel bewuster binnen. Je ruikt het water, voelt de wind, ziet de luchten veranderen. Dat maakt motorrijden zo bijzonder.”
Overeenkomsten met Schotland
Zijn mooiste ritten maakte Holterman in Schotland, een land waar Friesland hem geregeld aan doet denken. “Dat weidse landschap, die rust, die leegte; daar lijken Friesland en Schotland echt op elkaar. Maar Schotland heeft natuurlijk ook de heuvels, de verrassende bochten en het gevoel dat je steeds opnieuw een ansichtkaart binnenrijdt.” Juist het onverwachte maakt motorrijden volgens hem verslavend. “Na elke bocht zie je weer iets nieuws. Dat heb je op een motor veel sterker dan in een auto. Op de motor beleef je het landschap echt.”
Tegelijkertijd beleeft hij datzelfde gevoel ook terug in Friesland. “Als je binnendoor rijdt, door Zuidwest-Friesland of langs het IJsselmeer, krijg je ook voortdurend nieuwe beelden voorgeschoteld. Dat maakt het rijden hier zo aantrekkelijk.”
Echte motorprovincie
Dat Friesland een echte motorprovincie is, verbaast Holterman dan ook niets. “Er zijn hier ontzettend veel motorrijders”, zegt hij. “Je merkt het aan alles. Aan de clubs, de evenementen, de toertochten, de motorzaken.” Hij wijst erop dat een van de beste motoropleiders van Nederland gewoon in Sneek zit. “Die scoort al jaren ontzettend hoge slagingspercentages bij het CBR. Mensen komen van heinde en verre naar Sneek om daar les te krijgen.” Ook in Heerenveen zit volgens hem een bijzonder bedrijf: Baboon, de grootste aanbieder van gebruikte motoronderdelen van Europa. “Mensen denken vaak dat zoiets in Duitsland of Italië zit, maar gewoon hier langs de A7 in Friesland vind je een gigantisch motorbedrijf dat in heel Europa bekend is.”
Motorrijden wordt steeds populairder in ons land. Dat blijkt uit cijfers van databedrijf RDC, bekendgemaakt door de RAI Vereniging. Tussen 1 januari en 31 mei van dit jaar werden 11.447 motoren verkocht, tegenover 9.982 in dezelfde periode vorig jaar. Een stijging van bijna 15 procent. “We hebben in Nederland inmiddels achthonderdzestigduizend motorrijders en het worden er steeds meer. Mensen zoeken vrijheid, ontspanning en beleving. Op een motor krijg je dat allemaal tegelijk.”
Therapeutisch
Motorrijden werkt volgens hem bijna therapeutisch. “Als je een half uurtje hebt gereden, ben je weer helemaal jezelf. Op de motor denk je niet aan boodschappen, rekeningen of werk. Je bent alleen bezig met rijden, kijken en voelen.” Dat verklaart volgens hem ook waarom zoveel mensen zich aansluiten bij motorclubs of vaste groepen waarmee ze samen rijden. “Het sociale aspect is enorm belangrijk. Motorrijden is echt een community.”
Enorme verbondenheid
Die enorme verbondenheid merkt Holterman overal waar hij komt. “Als je onderweg stopt, staat er bijna altijd binnen een paar minuten een andere motorrijder naast je. Dan raak je vanzelf aan de praat. Waar kom je vandaan? Welke route rij je? Hoe bevalt die motor?” Volgens hem verschilt die cultuur enorm van de autowereld. “Bij een autogarage kom je omdat je auto gerepareerd moet worden. Bij een motorzaak kom je ook gewoon voor de gezelligheid. Om koffie te drinken, om andere liefhebbers te ontmoeten, om samen ritten af te spreken.” Juist dat ‘kameraadschap’ maakt motorrijden volgens hem bijzonder. “Je bent eigenlijk nooit alleen op een motor.”
‘Luid is uit’
Tegelijkertijd vindt Holterman ook dat motorrijders kritisch naar zichzelf moeten blijven kijken. Vooral op het gebied van geluid verandert de cultuur snel. “Luid is uit”, zegt hij stellig. “Die tijd van enorme knalpijpen en overdreven harde uitlaten loopt echt ten einde.” Volgens hem is dat ook noodzakelijk om het motorrijden acceptabel te houden. “In de Betuwe zijn al idyllische weggetjes afgesloten omdat bewoners gek werden van groepen motoren met veel te veel lawaai. Dat moeten we niet willen.” Ook financieel merken motorrijders volgens hem de verandering. “Als je tegenwoordig een motor inruilt met verkeerde of veel te luide uitlaten, krijg je gewoon minder terug. Dealers weten dat ze die motor lastiger verkopen. Dus harde pijpen leveren letterlijk een lagere inruilwaarde op.”
Meer vrouwen
Daarnaast wordt veiligheid steeds belangrijker binnen de motorwereld. “Motoren worden technisch steeds beter en veiliger. Maar ook kleding ontwikkelt zich enorm.” Hij wijst op de opkomst van airbagvesten, speciale handschoenen en moderne beschermingssystemen. “Er gebeurt ontzettend veel op dat gebied. Motorrijden is allang niet meer zo gevaarlijk als mensen vroeger dachten.” Volgens hem draagt die ontwikkeling er ook aan bij dat steeds meer vrouwen motorrijden. “Je ziet dat de groep steeds diverser wordt. Motorrijden is niet meer alleen iets voor mannen van middelbare leeftijd. Het is veel breder geworden.”
Ruimte, rust, mooie routes en ontmoetingen
Zelf blijft Ruud Holterman - verbonden aan het tweewekelijkse motormagazine MotoPlus - vooral genieten van het simpele gevoel van onderweg zijn. Niet de bestemming is het belangrijkst, maar de weg ernaartoe. “Met de motor ontdek je plekken die je anders nooit zou zien. Dat blijft het mooiste wat er is.” Friesland biedt hem daarbij alles wat hij zoekt: ruimte, rust, mooie routes en ontmoetingen onderweg. “Je hoeft helemaal niet naar de Alpen om geweldig te rijden”, zegt hij. “Hier in Friesland kan het ook. Misschien juist wel omdat het hier zo puur is.”








