Algemeen

Face to Face met Alice Nagelhout, de 19e ‘Sleepbootschipper van Woudsend’

Door: Ynte Dragt

Eens in de twee jaar vinden in Woudsend de Friese Sleepbootdagen plaats. Dan ook maakt de plaatselijke ondernemersvereniging bekend, welke inwoner die veel doet voor het dorp, in het zonnetje wordt gezet. Deze mag zich twee jaar lang ‘Sleepbootschipper’ noemen en krijgt een prominente rol in activiteiten van het dorp. Dit jaar viel de keuze op Alice Nagelhout, een stille kracht, die eigenlijk liever niet op de voorgrond staat. Een portret van de 19e ‘Sleepbootschipper van Woudsend’.

Alice Nagelhout
Alice Nagelhout Foto: Laura Keizer Fotografie

Woudsend heeft een heel rijk verenigingsleven. Er zijn ongeveer zestig verenigingen en initiatieven, variërend van een huiskamerproject voor alleengaanden in het dorpshuis tot de ondernemersvereniging van Woudsend. Vóór de Sleepbootdagen stuurt de ondernemersvereniging een brief naar de verenigingen. Die kunnen een voordracht doen van een persoon waarvan zij vinden dat het de volgende ‘Sleepbootschipper’ moet zijn. De ondernemersvereniging kijkt naar alle voordrachten en maakt vervolgens een keuze. Dit jaar viel de keuze op de 68-arige Alice Nagelhout-Postma, onder andere penningmeester van de stichting Historische Kring Woudsend. 8 mei jongstleden werd ze tijdens de Sleepbootdagen door wethouder Bauke Dam uitgeroepen tot ‘Sleepbootschipper’, in bijzijn van voorzitter Cees Notenboom van de ondernemersvereniging en vele belangstellenden.

Wie uit je omgeving wisten ervan?

“Onze kinderen zaten in het complot. Mijn dochter had gezegd: ‘We kunnen wel even met de kinderen naar het bungee roeien; roeien aan een groot stuk elastiek in de jachthaven’. Toen ze mij rond zeven uur kwam ophalen, kwam ook mijn zoon binnenwaaien met de kleinkinderen. Ik dacht nog: ‘Wat een vreemd tijdstip’ en zei: ‘Sorry, wij gaan net naar het roeien’. Mijn dochter had wel wat haast, maar daar zocht ik niets achter. Toen wij vertrokken waren, zei zoonlief tegen mijn man Henk die aan het verven was geweest: ‘Je moet je omkleden, er is iets speciaals aan de wal’. Die wilde liever op de bank blijven, dus verklapte onze zoon: ‘Ús mem wurdt Sleepbootschipper’. Vervolgens zijn ze met gang naar de wal gegaan waar de sleepboten lagen en hebben zich daar verdekt opgesteld.”

Wanneer viel het kwartje?

“Iemand van de organisatie heeft een filmpje van het gebeuren gemaakt. Daarop zie je dat ik naar wethouder Bauke Dam sta te luisteren. Toen die vertelde: ‘De nieuwe sleepbootschipper is niet geboren in Woudsend, woont al meer dan veertig jaar in Woudsend en heeft twee kinderen en zes kleinkinderen’, zie je me nóg denken: ‘Wie zou dat zijn?’ Je ziet mijn gezicht betrekken, als hij vervolgt: ‘Ze is sinds kort gepensioneerd, heeft veel gedaan en doet nog steeds veel voor verenigingen, liefst op de achtergrond en meestal als penningmeester.’ Grootste mop was, dat ikzelf een ander persoon in gedachten had. Die zag ik niet in het publiek. Mijn dochter moest echt even de andere kant opkijken, toen ik dat met haar deelde.”

Wat heb je zoal gedaan voor het dorp?

“Ik ben begonnen als penningmeester voor de gymnastiekvereniging en als peuterleidster bij peuterspeelzaal De Beltsjeblom. Daarna ben ik gevraagd als typiste voor Dorpskrant De Driuwpôlle. Vroeger werd kopij geschreven en aangeleverd op een A4’tje. Met z’n tweeën typten we dit uit. Vervolgens vroegen ze me: ‘Zou je niet in het bestuur willen?’ Dat wilde ik wel: het is een hele mooie dorpskrant; de verhalen zijn goed en alle verenigingen kunnen hun ei erin kwijt. Dit penningmeesterschap heb ik lang gedaan. Je weet hoe het gaat in een dorp. Als je ophoudt bij de ene vereniging, denkt de volgende: zou ze niet iets bij ons willen doen?

Dat werd de voetbalvereniging waar mijn zoon voetbalde en ikzelf trainde. Eerst was ik vrijwilliger in de horeca van de kantine; vervolgens deed ik de coördinatie van de kantine erbij en daarna werd ik algemeen bestuurslid. Toen de penningmeester ermee stopte en ze geen andere konden vinden, zei ik: ‘Dan doe ik het wel.’ Een vrouwelijke penningmeester was wel even wennen voor sommigen, maar het is blijkbaar goed bevallen; na mij zijn er nog twee andere vrouwelijke penningmeesters geweest. Na negen jaar vond ik het tijd worden voor nieuw bloed en heb ik een tijdje niets bestuurlijks gedaan. Wel deed ik de boekhouding voor de ondernemersvereniging, het Wâldseiner Wykein en de collecte van de Brandwondenstichting in Woudsend en omstreken.”

Alice Nagelhout
Alice Nagelhout (LauraKeizerFotografie)

Penningmeester is je favoriete rol?

“Grappig.: ik heb zevenentwintig en een half jaar als administratieve kracht bij Breehorn gewerkt. Daar deed ik alles wat daar aan papier- en computerwerk voorbijkwam. Maar als ze mij op mijn achttiende hadden verteld dat ik boekhouder zou worden, had ik gezegd: je hebt een gaatje in je hoofd. Toen ik achttien was, zijn we van Enschede naar Woudsend verhuisd. Ik wilde lerares Engels worden, was daarvoor ingeschreven en moest een toelatingsexamen doen, waarvoor je twee vakken moest kiezen. Mijn vader zei: ‘Je kunt wel leuk tekenen’, dus het werd tekenen. Dat klopte, als ik thuis veel tijd aan een tekening kon besteden. Tijdens het examen moest het uit de losse hand en werd het een kleutertekening. Ik werd afgewezen. Jammer, dat er toen niemand zei: doe handvaardigheid of Duits naast het Engels. Mijn moeder schreef me in voor de meao, maar ik vond dat ik daar niets had te zoeken.”

Studeren en werken in de horeca

Via een vakantiebaan in de horeca ben ik een jaar lang in de horeca gebleven. Toen ik vervolgens uitgeloot werd voor het Cios ben ik in een kledingzaak gaan werken. Na het behalen van een typediploma ben ik bij Woudsend Verzekeringen terecht gekomen. In die tijd was het nog zo: als je een kind kreeg moest je óf 100% werken óf 100% stoppen. Ik heb voor het laatste gekozen en in de tussentijd als een spons allerlei opleidingen gedaan: assurantie B, informatica, handelscorrespondentie Nederlands, Engels, Duits, economie, peuterleidster, conversatie Spaans… In die tijd werkte ik ’s avonds veel in de horeca: bruiloften en feestavonden. Dat vond ik geweldig! We hebben hier zelfs De Kast, de Dijk en Herman Brood gehad.”

Dan is er ook nog de Historische Kring

“Waar Woudsend vroeger een bruisend handelsdorp was met scheepvaart, vissers en bedrijven, gerelateerd aan de scheepvaart en handel, is het nu een bruisend dorp met veel toerisme en meer aan recreatieve scheepvaart gerelateerde bedrijven. Een echt ‘scheepvaartdorp’ dus. Er verandert veel in een levend dorp. Gebouwen verdwijnen of krijgen een andere functie. Toen ik in Woudsend kwam wonen was er een weiland waar nu de jachthaven is. De camping is groot geworden en we hebben er twee bungalowdorpen bij gekregen.

De Woudsenders zijn trots op hun dorp; ze willen de kennis die er is over hun verleden behouden. Zo’n twintig jaar geleden is het begonnen met een verzameling ansichtkaarten en een viertal enthousiaste mensen, inmiddels heeft de stichting Historische Kring Woudsend twinig vrijwilligers en zo’n 260 donateurs. De vrijwilligers komen in het winterseizoen elke maandagmiddag in het Dorpshuis bijeen om al het materiaal, dat via mensen die gaan opruimen binnenkomt, te catalogiseren en op te slaan. Mensen die meer van de geschiedenis van Woudsend willen weten, kunnen in het archief duiken via de website www.dorpsarchiefwoudsend.nl of specifieke informatie aanvragen bij de stichting.”

Hoe zou je Woudsend willen omschrijven?

“Toen we van Enschede naar hier verhuisden waardeerde ik de warmte. Dat iemand zegt: ‘Hoe gaat het met je?’ Of: ‘Wat ga je doen?’ Toen mijn ouders op vakantie waren en ik in de horeca werkte, besloot ik aan de bar te gaan zitten in plaats van thuis op de bank te blijven. Binnen een half uur kwamen meiden van mijn leeftijd op me toe: ‘We gaan naar Lemmer; wil je mee?’ De jongens met wie we meereden, meldden zich om 01.00 uur weer: ‘Ga je mee terug?’ Het was een verademing, vergeleken met Enschede. Hier zeg je ‘hoi’ tegen iedereen; hier ben je gekend. Hier zijn jongeren die het Dorpsfeest overnemen van de Oranjevereniging. Het geld voor dat feest komt via donaties van de inwoners binnen. Het is fijn dat een groep iets bedenkt en daar heb je dan ook iets voor over. Laatst vroeg iemand die 80 jaar werd voor zijn verjaardag een bijdrage voor de upgrade van de Woudsender 11 Stegentocht. Zoiets is tekenend voor het dorp.”

De komende twee jaar een rol op de voorgrond?

“Als Sleepbootschipper heb ik een pet en ketting gekregen. Eerst was het even wennen om die te dragen, maar na alle felicitaties begon het te wennen. Onlangs heb ik de Dorpstuin geopend en ook het Wâldseiner Wykein. In september is er de twaalfde reünie voor (oud)dorpsgenoten, waar ik iedereen welkom mag heten. Op de voorgrond staan, daar houd ik niet zo van, maar als ze me ergens voor vragen, dan doe ik het met plezier.”

Alice Nagelhout