Grafzerk-restaurateur Hendrik Heerschop wilde boer worden, maar het lot stak een spaak in het wiel
Vraag honderd verschillende mensen om vijf niet alledaagse beroepen op te noemen en ik weet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat het volgende beroep er niet tussen zit: dat van ‘ambachtelijk restaurateur van grafzerken en grafmonumenten’. Toch verdient boerenzoon Hendrik Heerschop uit Ysbrechtum er al meer dan veertig jaar zijn brood mee. Een bijzondere man met een bijzonder beroep.
“Eigenlijk was ik voorbestemd om boer te worden, maar het lot had iets anders met mij in gedachten”, begint Hendrik Heerschop zijn verhaal. Hij neemt ons bij de hand door zijn leven en geeft een inkijkje in zijn niet alledaagse stiel.

De familie Heerschop komt van origine uit het ‘kopke’ van Friesland, Overijssel en Drenthe. De Stellingwerven, zeg maar. Daar had de overgrootvader van Hendrik Heerschop drie generaties geleden een boerenbedrijf. Zijn grootvader verruilde de Stellingwerven voor Tjalhuizum, gelegen in het toenmalige Wymbritseradiel.
Een mirakelse moeder
Hendrik vertelt: “Ons gezin bestond uit vader Hendrik, moeder Beeuwkje, vier jongens en een meisje, respectievelijk Geert, Sipke, Barbara, Sikke en ondergetekende. Aangezien mijn vader al op jonge leeftijd kwam te overlijden en mijn moeder vastbesloten was om de boerderij voort te zetten, was het eigenlijk voor iedereen in Huize Heerschop continu ‘alle hens aan dek’. Wij wisten niet beter dan dat dat we meteen uit school moesten bijspringen en vonden dat heel normaal. Daar hebben we allemaal een ‘niet lullen maar poetsen-mentaliteit’ aan over gehouden. Mijn moeder was een oersterke vrouw. Ze zag niet alleen kans om in haar eentje vier jongens en een meisje op te voeden, maar was ook erg sociaal en betrokken bij de gemeenschap en wist als een volleerde manager het bedrijf draaiende te houden.
Aanvankelijk werd er een ‘boerenknecht’ ingehuurd voor het zware werk, maar naarmate broer Sipke ouder en sterker werd nam hij steeds meer verantwoordelijkheden en taken over. Omdat de inkomsten uit de boerderij alleen niet voldoende waren, deed moeder ook nog de boekhouding van een apotheker en werd ze later apothekersassistente. Op 5 maart van dit jaar is zij op 98-jarige leeftijd overleden.”
Omhangen bij het ‘pep-huuske’
Ondanks het werk op de boerderij hadden de ‘Heerschopjes’ volgens Hendrik een prachtige jeugd. Er woonden de nodige kinderrijke boerenfamilies in de buurt, dus aan kameraden geen gebrek. De traditionele kwajongensstreken en -avonturen, zoals vlotten maken, een boomhut bouwen, fierljeppen en kievitseieren zoeken passeerden de revue en ’s avonds was het PEB-huisje (uitgesproken als het ‘pep-huuske’) traditiegetrouw de verzamelplek voor ongein en sterke verhalen.
Hendrik: “Als het aan ons had gelegen, hadden we nu in een prachtige avontuurlijke wereld geleefd. School, daar had ik een broertje dood aan. Stilzitten in zo’n hard bankje, terwijl de zon scheen en je buiten de vogels hoorde fluiten. In gedachten was ik dan mijlenver weg. Boer zou ik worden; samen met mijn broer Sipke het ouderlijk bedrijf voortzetten en zo leek mijn leven zich ook te ontwikkelen. Omdat de boerderij te klein was voor twee volledige banen werd ik daarnaast voor een aantal uren per week chauffeur op een tankwagen van de ‘De Melkweg’. Dat was een transportbedrijf in Bolsward dat de rauwe melk van de zuivelboeren naar de fabriek bracht.”
![]()
Hendrik Heerschop - Laura Keizer Fotografie
Gevloerd door een ‘hele vette’ hernia
Helaas voor Hendrik Heerschop had het lot anders met hem voor. Toen hij na een welverdiend bakje leut overeind kwam, sloeg de pijn als een bliksemschicht in zijn rug. Volledig onmachtig door de brandende pijn lag hij op de grond. Tot overmaat van ramp was broer Sipke op wintersportvakantie, zodat de volledige verantwoordelijkheid voor de boerderij op Hendriks schouders rustte. “Gelukkig kon ik naar de telefoon scharrelen,” vertelt hij, “en kon de buurman bijspringen zodat de koeien gemolken werden en ik naar de huisarts kon. Die zette een ‘spuit’ in het pijnlijke deel, waarop ik mij meteen een stuk beter voelde. ‘Zo, ik ben er weer’, zei ik. ‘Als je dat maar uit je hoofd laat’, was het commentaar van de huisarts. ‘Rustig aan, naar de specialist en dan verder kijken’. Maar dat advies was tegen dovemansoren gericht. Ik vond dat ik na een paar dagen al weer heel wat mans was. Dat bleek anders uit te pakken. Even in een verkeerde houding, te veel kracht zetten… en ‘pats boem’, daar lag ik weer met een gillende pijn. Het eind van het liedje was dat ik in het ziekenhuis geopereerd moest worden aan een ‘hele vette’ hernia. ‘Boer worden’, zo werd mij verteld, ‘dat kon ik wel vergeten’.”
Gat in de markt
“Bij de pakken neerzitten, zo waren we niet opgevoed, dus begon ik na te denken over wat ik nog wél zou kunnen. Wat mij was opgevallen, dat veel graven op het kerkhof van het kerkje in Ysbrechtum er niet echt florissant bij lagen. Sommige grafstenen waren verzakt, de graven zaten vrijwel zonder uitzondering zwaar onder de algen en vaak waren de opschriften niet meer leesbaar. Ik heb het kerkbestuur toen benaderd met het voorstel om tegen een redelijke vergoeding de graven op het kerkhof te onderhouden. Dat vonden ze een uitstekend idee. Net als twee andere kerken in onze gemeente. Ik had blijkbaar een gat in de markt gevonden en besloot me in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Van alle mooie plannen om een website te maken, folders te laten drukken en dergelijke kwam niets terecht. Daar had ik het vanaf het eerste moment te druk voor.”
Meer pragmaticus dan filosoof
Ergens schuilt in Hendrik een filosoof, zo zou je denken, getuige de naam van zijn bedrijf: DieNieVé, wat staat voor ‘Dienen, Niet Verdienen’. Maar hij blijkt toch meer pragmaticus dan filosoof, getuige zijn commentaar: “Ik wilde eerst een andere naam, maar die was al bezet, dus heb ik er dit van gemaakt. Het ‘Dienen, Niet Verdienen’ moet je overigens met een korreltje zout nemen. Ik probeer ermee aan te geven dat ik mijn opdrachtgevers serieus neem, met veel respect behandel en vakwerk lever zonder de hoofdprijs te vragen.
Maar ik moet ten slotte ook een belegde boterham verdienen. Temeer omdat ik inmiddels ook was getrouwd met Marja, die ik had ontmoet in discotheek ‘De 2 Gemeenten’ in Jirnsum. Het heeft geresulteerd in een al veertig jaar goed lopende en gezonde onderneming. Voor het komende jaar zit mijn orderportefeuille nu al vol.”
![]()
Hendrik Heerschop - Laura Keizer Fotografie
Reparatie met karnemelk
“Dat is natuurlijk niet vanzelf gegaan. Toen ik begon was ik qua kennis ‘lelieblank’, maar met logisch nadenken, een flinke portie ‘ellebogenstoom’, boenders en groene zeep en vooral open staan voor adviezen van ervaren rotten in het vak, creëer je een hele steile leercurve. De eerste keer dat ik een scheur in een natuurstenen grafsteen moest restaureren liep ik tegen een serieus probleem aan. Voor de basisreparatie gebruikte ik een tweecomponenten-materiaal omdat dat fantastisch hecht, een oersterk eindresultaat geeft en een korte droogtijd heeft. Ik vulde de scheur niet helemaal op omdat epoxy een andere structuur heeft dan natuursteen. Veel gladder. Maar ik bracht bovenop de epoxylaag drie millimeter specie aan, zodat het eindresultaat een gerepareerde steen was die niet alleen op een solide manier was gerepareerd, maar bovendien vrijwel onzichtbaar, omdat specie dezelfde structuur heeft als natuursteen.
Maar ‘vrijwel onzichtbaar’ is wat anders dan ‘onzichtbaar’, omdat er kleurverschil was tussen het natuursteen en mijn reparatie. Dat was mijn eer te na. Na veel rondvragen en tientallen goedbedoelde, maar in de praktijk niet bruikbare, adviezen kreeg ik de gouden tip van een oude schilder. Het prototype van een doorgewinterde vakman, met een bevlekte overal en een ‘shagje’ in zijn mondhoek: ‘even een kwast met ‘molke’ - karnemelk - erover en een nacht laten drogen’. In eerste instantie dacht ik dat ik in de maling werd genomen, maar uiteindelijk - baat het niet, schaadt het niet - heb ik toch de ‘karnemelk-kwast’ geprobeerd. En dat bleek het ei van Columbus. Toen ik de volgende dag, met een gezonde dosis scepsis, ging kijken, moest ik zoeken om de gerepareerde scheur te vinden.”
Een luisterend oor biedt vaak al troost
“Een ander heel precies werkje is het herstellen van gefreesde opschriften. Daarvoor moet je meestal met een piepklein steenfreesje de letters een fractie dieper infrezen om vuil, verfresten en aangetaste steen te verwijderen voordat je een nieuwe verflaag aan kunt brengen. Zeg maar ‘nifelwurk op eredivisieniveau’. Dat vergt veel geduld, een vaste hand en goed gereedschap. En als je iets niet weet, vragen, vragen, vragen. Op die manier leerde ik door de jaren heen vrijwel alle voorkomende problemen het hoofd te bieden.
Wat ik in mijn werk altijd belangrijk heb gevonden is respect. Wanneer je bijvoorbeeld aan het werk bent met een opschrift van een gedenksteen, komen mensen vaak even langs uit nieuwsgierigheid. Dan stop ik met mijn werk, biedt ze een kruk aan en een bakje koffie en luister ik naar hun verhaal, dat steevast komt. Alleen al een luisterend oor biedt troost, want die mensen komen tenslotte niet voor hun plezier op een kerkhof.”
“Eigen baas blijven, jongen”
“Zo komt Jan Splinter al veertig jaar door de winter. Ik leerde in hoog tempo veel bij en merkte dat steeds meer mensen vertrouwen stelden in mijn vakmanschap, zorg en eerbied om hun dierbaren voort te laten leven op een waardige gedenkplaats. Een advies van ‘mem Beeuwkje’ heb ik altijd ter harte genomen: ‘Eigen baas blijven, jongen’. Als ik een opdracht krijg die mijn krachten te boven gaat - de gedachte aan die twee hernia’s staat mij nog steeds op mijn netvlies gegrift - huur ik een zzp’er in. Bijvoorbeeld voor het verwijderen van een grafmonument; daar heb je een mini-kraantje voor nodig met chauffeur.”
Herinnering levend houden
Concluderend: De inmiddels 67-jarige grafsteen-restaurateur Hendrik Heerschop had geen geen gewone werkplek, geen gewone onderneming. Een onderneming waarvoor hij nu een opvolger zoekt. Wie serieuze belangstelling heeft, mag hem bellen: 06 - 2679 5045.
Hendrik vult aan: “Met elke restauratie probeerde ik niet alleen het monument te herstellen, maar ook een stukje herinnering levend te houden. Maar nu is het tijd om afscheid te nemen van dit bijzondere werk. Het is tijd is voor een nieuw hoofdstuk, een rustiger hoofdstuk.”
Tekst Wim Walda
Foto’s Laura Keizer







