Algemeen

Vrijwilligers houden de KWS drijvend: “Er is geen dag hetzelfde, dat maakt het erg leuk om te doen”

Door: Richard de Jonge

Het vinden van mensen met een enorm clubhart die zich elk weekend met ziel en zaligheid inzetten voor hún vereniging, wordt steeds lastiger. Ook de KWS, de Koninklijke Watersportvereniging Sneek, met ruim negenhonderd leden, heeft hiermee te maken. Nog niet zo lang geleden kon een evenement zelfs geen doorgang vinden omdat er geen vrijwilligers waren. Dit tot grote ontsteltenis van vrijwilligers Esmé, Marieke, Harmen en Germen die samen met vele andere enthousiastelingen de KWS drijvende houden.

Afbeelding
Foto: Richard de Jonge

Esmé Engelgeer

Esmé Engelgeer is ruim tien jaar vrijwilliger bij de KWS. Ze zit bij de stand-by. Dit zijn mensen die op het water in rubberboten waken over de veiligheid van de zeilers en reddend optreden als dat noodzakelijk is. “De zeilers komen ons tegen als er iets is en zijn dus blij en niet blij als ze ons zien”, grapt ze. “Een vriend wees me op de stand-by. Ik kom uit de reddingswereld, ben een keertje mee geweest en niet meer weggegaan. Voor we kinderen kregen was ik daar zo’n twintig weekenden mee bezig. Nu zijn dat er tien”, zegt de moeder van twee. “Dankzij de KWS, want ik heb mijn partner ontmoet bij de KWS. Hij zat in de banenboot en ik in de stand-by, zo kom je elkaar tegen en na een Sneekweek was het raak.

Alle hens aan dek

Als het hard waait is het leuk dat je een heleboel te doen hebt. Dan is het ook aanpoten, en vooral ook duimen dat iedereen gezond naar de wal komt. Met harde wind is het alle hens aan dek en dan is het fijn om te zien hoe er wordt samengewerkt. Het onderdeel zijn van het goed verlopen van die wedstrijden, dat maakt het zo mooi.”


Esmé Engelgeer - Foto: Richard de Jonge

Harmen Bouwstra

Senior Harmen Bouwstra zeilde in zijn jonge leven actief in de Zestienkwadraat. Hoewel zijn roots ergens anders lagen, is hij al een kleine veertig jaar lid van de KWS en sinds 2012 vrijwilliger. “Ik ben altijd op Sneek gericht geweest en op het wedstrijdzeilen, hier. We hadden een chalet op De Potten en zo zag ik Tonny Postma die bezig was met het takelen van boten. We maakten een praatje. Hij liet weten dat hij niet lang meer te leven had en of ik zijn werk over wilde nemen.” Voor de goede orde: boten met een midzwaard, zoals de meeste, gaan via de hellingbaan te water; boten met een kiel gaan met de kraan in en uit het water. Tijdens de Sneekweek zijn dat er ongeveer honderd.

Turbotakelen

Harmen ‘kraant’ niet alleen; hij krijgt hulp van (ex)wedstrijdzeilers Yska Minks, Lieuwe van der Pol en Jappie Hettinga. “We hebben het hartstikke leuk met elkaar. We zijn autonoom, regelen alles zelf. Tijdens de Sneekweek gaan op donderdag en vrijdag de meeste boten erin. En aan het eind van de Sneekweek willen ze er allemaal tegelijk weer uit. Door dingen steeds meer aan te passen en te verbeteren, kunnen we er nu dertig per uur doen. Twee mensen bij de kraan, iemand die zorgt voor de doorstroming op het parkeerterrein. Dat gaat als een tierelier; ‘turbotakelen’ noemen we dat.” Voor mensen met minder haast is er op vrijdag service-takelen. Terwijl de boot in de kraan hangt, kun je hem schoonmaken. “Veel zeilers komen van ver en wij zijn dan de eersten die ze zien. Ik denk dat het voor hen leuk is dat ze gekraand worden door mensen tegen wie ze gezeild hebben. Het is altijd ontzettend gezellig.”


Marieke Guichart - Foto: Richard de Jonge

Marieke Guichard

Marieke Guichard heeft het traject gevolgd dat typerend is voor de KWS. Begonnen in de Flits zeilde ze in de Vaurien, een blauwe maandag in de Dertigkwadraat en als laatste lange tijd in de Pampus. Zo’n dertien jaar geleden trad ze toe tot het vrijwilligersteam van de KWS. “Ik deed de inschrijvingen voor de sectie wedstrijdzeilen. Dan heb je via de mail contact met de zeilers, help je ze op weg, en persoonlijk contact aan het loket. Mensen hebben vragen en kunnen daarna weer verder. De blije gezichten, dat is de lol. En omdat het daar wel goed bij past, was ik ook coördinator van het wedstrijdcentrum. Na elf jaar was vond ik het tijd voor een frisse wind.

Lange dagen

Met de inschrijvingen en coördinator richt je je natuurlijk op de zeiler, maar het leek me leuk om iets voor de vrijwilligers te kunnen betekenen. Tegenwoordig zit ik in de kledingcommissie en houd ik me bezig met de clubroom (kantine - red,). Ik zorg er door het jaar heen voor dat de spullen aanwezig zijn en dat de wedstrijdvrijwilligers hun natje en droogje krijgen. Vergis je niet, vrijwilligers maken tijdens deze evenementen langere dagen dan je normaal voor je baas werkt. Dan is het mooi dat er iemand is die ervoor zorgt dat je een lekker bakje koffie, een goede lunch en aan het eind van de dag een lekker drankje krijgt.”


Germ Geertsma - Foto: Richard de Jonge

Germen Geertsma

Germen Geertsma komt uit een echte KWS-familie. Pake Germ bijvoorbeeld zat jarenlang in het wedstrijdcomité en werd door zijn inzet onderscheiden met de benoeming tot ‘Schipper in de Orde van de Sneker Pan’. Oom Jan viel dezelfde onderscheiding ten deel en ook zijn moeder was zeer bij de KWS betrokken. Niet zo gek dus dat Germen van jongs af iets met bootjes heeft - hij is al jaren zeeman van beroep - en met de KWS in het bijzonder. “Ik ben er langzaam ingegroeid. Ik ben begonnen in de stand-by met Steven Ruiter. Daarnaast ging ik ook wel mee op het startschip. Met mijn pake of oom mee, op het vlaggenkastje zitten. Kijken naar hoe zij hun werk deden. Later ben ik zelf ook comitéwerk gaan doen, in het contrastartschip of in de banenboot.” 

Afwisselend

Uiteindelijk is Germen overal inzetbaar, is hij zelf ook schipper van het startschip, net als zijn pake in het verleden, en zijn oom, en is hij inmiddels ook wedstrijdleider. “Het zijn de mensen om je heen, de sfeer, de gezelligheid, het zeilen, het water. Het hele meer vol met bootjes blijft prachtig om te zien, dat verveelt nooit. En er gebeurt altijd wel iets. Juist ook omdat ik de ene keer het startschip vaar, de andere keer wedstrijdleider ben of in een bootje van de stand-by zit, maakt het afwisselend. Er is geen dag hetzelfde, dat maakt het erg leuk om te doen.”

Tekst en foto’s Richard de Jonge