Max Dorland (35) over passie, pk’s en puur vakmanschap: Van poetsjongen tot klassiekerkoning
In een ruime showroom aan de Schrijnwerkersstraat 10-12 in Sneek worden dromen op vier wielen werkelijkheid. De geur van olie, leer en nostalgie hangt er als een warme deken. Tussen glimmende Mustangs en imposante Chevrolets loopt een man die helemaal op zijn plek lijkt. Max Dorland is z’n naam. Gekleed in blauwe jeans, donkere polo met in paars de opdruk PedalToTheMetal – Musclecar Performance. Geen poespas, wél toewijding. Zijn ogen lichten op zodra hij begint te praten over zijn levenswerk. “Die klassieke Amerikaanse auto’s... het zijn een beetje mijn kindjes, zo moet je het zien,” zegt hij. “En ze vragen ook veel aandacht.” Welkom in de wereld van de klassieke Amerikaanse auto’s van Max Dorland.

Max Dorland is geen doorsnee ondernemer. De 35-jarige Sneker runt het internationaal gerenommeerde autobedrijf ‘Pedal to the Metal’, gespecialiseerd in klassieke Amerikaanse auto’s. Met name de zogenaamde ‘muscle cars’ uit de jaren zestig en zeventig. Wat begon als een bijbaan in het autobedrijf van zijn vader groeide uit tot een levenswerk waarin ambacht, techniek en passie samenkomen. “Ik zit al sinds mijn achttiende in de auto’s,” vertelt hij. “Ik werkte eerst voor een autobedrijf, nu heb ik er zelf een. Mijn vader was autogek. Ik heb die liefde gewoon meegekregen.”
Auto’s poetsen
Toch leek de jonge Max eerder een heel ander pad op te gaan. Na de RSG in Sneek koos hij voor de Middelbare Hotelschool in Leeuwarden. “Ik was ook horeca liefhebber”, lacht Max. “Ik werkte in de horeca, maar in de weekenden was ik óf in de bediening óf bij het autobedrijf. Ik twijfelde: wil ik nou echt monteur worden? Auto’s vond ik mooi, maar dat sleutelen... Ik wist het niet.”
Tijdens zijn opleiding liep hij stage op Aruba “De mooiste tijd van m’n leven”), maar bij terugkomst in Nederland wist hij één ding zeker: zijn toekomst lag tóch in de autowereld. “Ik ben gewoon begonnen bij Pedal to the Metal, toen nog in Joure. Ik kon niks. Behalve poetsen. Dat deed ik al sinds m’n twaalfde. En ik vond het heerlijk om daar te zijn. De geur van auto’s, de gezelligheid. Ik mocht overal aanzitten van de chef werkplaats, Sido Zeilstra. Hij zei: ‘Ga het maar doen, dan leer je het vanzelf.’ Zo begon het.”
Verhuizing naar Sneek
Inmiddels is Max eigenaar van het bedrijf, samen met diezelfde Sido. “Na drie jaar kon ik me inkopen. Er waren twee eigenaren en ik was het enige personeelslid, lekker overzichtelijk. Tien jaar geleden is ons bedrijf verhuisd naar Sneek. Hier voel ik me thuis. En nu, met mijn vrouw en onze twee kinderen: een zoontje van drie en een dochtertje van zeven jaar. De verhuizing naar Sneek heeft inmiddels praktische voordelen met de alledaagse dingen. Ik kan nu mijn kinderen bijvoorbeeld ook naar school brengen. Alles komt samen.”
Terugbrengen van de ziel in de auto
Wat Max doet, is geen lopendebandwerk. Het restaureren van een klassieke Amerikaanse auto is een minutieus proces van jaren. “Gemiddeld drie jaar, soms wel zes”, legt hij uit. “We beginnen met honderden foto’s van de auto zoals hij binnenkomt, meestal uitgeleefd en incompleet. Alles wordt gedocumenteerd. Dan halen we ‘m helemaal uit elkaar. Elk onderdeel labelen we. Daarna gaat de carrosserie in een zogenaamd zuurbad. Dan komt de kale body terug. En schrik je je vaak rot! Wat je dan aantreft... roest, schade, verstopte gebreken. Pas dan begint het echte werk.”
Het draait bij Max niet alleen om het restaureren, maar om het terugbrengen van de ziel van de auto. “Dat piepen, kraken, ruiken, stinken, juist dát vinden mensen mooi. Die auto’s uit 1965 tot 1973 hebben iets rauws, iets echts. Het zijn herinneringen. Je hebt mensen die zulke auto’s zagen als kind en nu, jaren later, willen ze ‘m bezitten. Als je een autoliefhebber bent, dan voel je iets bij die lijnen, die kleuren, dat geluid.”
Wereldwijde reputatie
Sommige klanten willen meer dan alleen een restauratie. Dan gaat het om custombouw, volledig naar wens van de koper. “Als iemand zegt: ‘Ik wil brede wielkasten, zo’n motor, deze deurstijl’, dan maken wij dat. Mits het ook bij óns past. Het moet passen bij onze stijl, bij onze naam. Je wil niet iets bouwen dat afdoet aan je reputatie.”
Die reputatie is inmiddels wereldwijd. Pedal to the Metal verkoopt auto’s aan klanten over de hele wereld: van Friesland tot Monaco, van Tsjechië tot de koning van Marokko. “We hebben een auto afgeleverd aan de koning van Bahrein”, vertelt Max met een glimlach. “Dat gaat allemaal via tussenpersonen. Je weet pas later voor wie het is. Dan staan er ineens vrachtwagens met kentekens van het koninklijk paleis op je erf.”
Niet alleen royals zijn klant. “Ook modeontwerpers, verzamelaars, beleggers, liefhebbers. Sommigen kopen een auto als investering, anderen om erin te rijden, en weer anderen gewoon voor de heb. Tijdens corona was het bij ons drukker dan ooit. Mensen verveelden zich en gingen investeren in tastbare dingen. Een klassieke auto is daar perfect voor.”
Halve kunstenaars
Max Dorland is trots op zijn bedrijf, maar blijft nuchter. “We doen hier alles zelf: spuiten, motorbouw, transmissie, interieurs, noem maar op. Dat is zeldzaam. Veel bedrijven doen óf verkoop óf restauratie; wij doen alles. Dat is onze kracht. Maar zonder een goed team ben je nergens. We werken hier met tien man. Geen gewone monteurs, maar liefhebbers. Sommigen zijn halve kunstenaars.”
Klassiekers restaureren is met andere woorden wat anders dan aan auto’s sleutelen... Op de vraag of hij het sleutelen mist, wordt Max even stil. “Jawel,” zegt hij dan, “want sleutelen is ‘uit je hoofd gaan’. Nu zit ik vooral ‘ín m’n hoofd’: projectbegeleiding, verkoop, inkoop. Vroeger kon ik van acht uur ‘s morgens tot vijf uur ‘s middags gewoon lekker met m’n handen bezig zijn. Aan het eind van de dag stond er dan een mooie auto en was m’n hoofd leeg. Dat lukt me nu niet meer.”
Verhalen
Het mooiste aan zijn werk? “De verhalen”, zegt Max zonder aarzeling. “Ik wil weten wie m’n klant is. Daar doe ik het voor. Laatst nog, in Praag. Leverde ik een auto af. Zegt die man: ‘Max, ik heb vier garages, we gaan maar bij eentje kijken.’ En dan staan daar honderd auto’s, miljoenen waard. Dan denk ik: ‘Wow, wat bijzonder dat ik hier mag zijn.’ Dat ik hier iets aflever wat wij in Sneek met de hand hebben gebouwd.
En kortgeleden mochten we nog een bijzondere auto in Monaco afleveren aan een bekende modeontwerpster, zij kocht de auto als een cadeautje voor haar man. Werd die auto op het plein van Monaco, bij het Casino, afgeleverd. Een plek waar je normaal gesproken niet met een trailer mag komen. Onder politie-escorte werd de klassieke bolide daar toch gebracht. Dat vind ik mooi, dat mijn auto daar afgeleverd wordt.
Muscle car
Zijn favoriete auto? Een 1967 Shelby GT500. Als Max daarin rijdt is hij gelukkig; dat geeft hem rust. “Sommige mensen gaan op de motor; ik ga in een muscle car. Dan is het even alleen dat: rijden, ruiken, luisteren.”
Hoewel zijn auto’s de hele wereld over gaan, blijft Sneek voor Max Dorland de basis. “Ik ben Sneker. We wilden het werk naar ons thuis brengen. En dat werkt. We zitten hier nu tien jaar en dat vieren we op zaterdag 5 juli met een Open Dag. Iedereen is welkom aan de Schrijnwerkersstraat 10-12 in Sneek. Er zijn geen drempels. We laten onder andere drie auto’s zien die we zelf gebouwd hebben, waaronder een Ford Mustang Eleanor uit de film ‘Gone in 60 seconds’. En mensen mogen mee de werkplaats in. Dat is normaal gesproken onze heilige keuken, maar op 5 juli staat de deur voor iedereen open.”
Tekst Henk van der Veer
Foto’s Laura Keizer fotografie













