Kleine man, grote bek, heel klein hartje

0

SNEEK – Er hebben wat wijzigingen op de Sneker Pan plaats gevonden in de bemanning. Niets dramatisch, maar toch wel even leuk om zo vlak voordat de competitie gaat beginnen, nog even op een rijtje te zetten. Het betreft een serie van drie artikeltjes die ook in het Sneker Pan Info Bulletin, de nieuwsbrief zijn geplaatst.

“Se binne allemaal gèk” schalt er ’s morgens om negen uur over het parkeerterrein van Van der Pol Boten op het Gès in Sneek, wanneer ik arriveer voor mijn interview met Lieuwe van der Pol voor het Sneker Pan skûtsje-info. Het leidt geen enkele twijfel dat het lijdend voorwerp voor het interview ‘in da house’ is. En nog geen seconde later komt, die dag voor het eerst zonder nekbrace, de nestor van de Sneker Pan bemanning de hoek om draven. Want van normaal lopen is bij de kleine watersportondernemer uit Sneek nooit sprake. Hij heeft altijd haast, zelfs al heeft hij geen haast.

“Hoe het allemaal begonnen is met de Panne?” . Ik sat in die tiid, we prate 1990, met wat huurboatsjes naast Wilja-jachten an de Houkesloat en sach faak het Sneker skûtsje foarbei komme met ploechjes. Dan krijst die ofer-en-weer skreeuwerij: Must niet us met Lieuwe? Dat trok mij natuurlijk wel an, mar an de andere kant was ik ondernimmer en kon ik nyt sumar fut. Als ut even kon ging ik dus met.

“En in 1995 kwam ik foar fast bij Douwe an board en daar hew ik alle vijf de kampioenskappen met maakt”. Het is duidelijk dat het Sneker Skûtsje een belangrijk deel van het leven van Van der Pol uitmaakt. Zodra hij het over ‘de Panne’ heeft, stralen zijn oogjes en lijkt hij over te schakelen naar een ander niveau.

Vijf kampioenschappen

Ja, vijf kampioenskappen en der was der niet één geliek. In 1995 werden wij futendaliks kampioen, ondanks dat we bij Lemmer omgingen. En meteen het jaar er op weer, maar nu sonder rare strapatzen. Toen hewwe we zes jaar wachte mutte, foardat die krans weer ommocht. In 2002, mar dat was geen leuk kampioenskap. Ulbe Zwaga hat toen wat freubelt met sien mast en wurde diskwalifiseert en wij kampioen. Dêrom was het jaar daarop de freugde ekstra groat, want toen werden wij weer kampioen, maar nu op eigen kracht. En in 2007 voeren we als Sneker Pan de moaiste regelmatige serie út it bestaan fan de Sneker Pan. Onaantastbaar naar de hoogste trede.”

Het mooiste vindt Lieuwe het zeilen op het IJsselmeer met veel wind. Want alhoewel heel veel mensen denken dat de Sneker Pan zo’n snel schip is, zijn er minstens drie of vier skûtsjes in het veld die het op pure bootsnelheid winnen. Maar op het IJsselmeer lijkt het Sneker skûtsje erg moeilijk te kloppen, vooral wanneer de wind even doortrekt. En die wedstrijden vormden voor hem dan ook altijd het hoogtepunt. Het dieptepunt daarentegen van zijn carrière als bemanningslid op de Sneker Pan vond ironisch genoeg ook plaats op datzelfde IJsselmeer. In de baai van Lemmer om precies te zijn. De Sneker Pan lag eerste en leek op weg naar, zo niet het kampioenschap, dan toch wel een hele hoge klassering. Maar kwam in een windzak. Tergend langzaam dreef het skûtsje richting finish, terwijl 150 meter hoger een dikke bries stond. Het hele veld voer over de kampioenskandidaat heen en die ambitie konden ze dus wel op hun buik schrijven.

De vonken spatten er bijna af als hij dat verhaal vertelt. De machteloze woede die de bemannning toen beleefd moet hebben wordt weer zichtbaar in de ogen van die kleine man die zich qua emotie laat lezen als een open boek.

Afscheid

“Ja, der is un tiid fan komme en un tiid fan gaan. Fan de ploeg út it jaar 2000 binne allienich Douwe en ik noch ofer. Ik bin 59, Douwe is 5 jaar jonger, dus allebeide stoppen kon ok niet. Douwe het minimaal noch 5 jaar te gaan. Maar foar mij is it tiid om der un punt achter te sette. It gaat met pine in it hart, maar wat hew ik moaie jaren hat.

Nou tabee. Se binne allemaal gek.”

Wim Walda

 

Reageren

X
X

Deel dit met een vriend