Hens aan dek bij de Sneker Pan: Jacko Visser
Schipperspraat Mijn plek is aan de hals, dat is het gedeelte van het zeil achter de mast, waarmee je als je aan de wind vaart de bolling van de grootschoot regelt. Vooral met licht weer moet je continu spelen met de hals. De ene keer wat meer hol, de andere keer wat meer bol. Komt er een vlaagje wind, dan moet die zo snel mogelijk uit het tuig weg, want anders houdt het skûtsje geen gang. Bij een voordewinds rak help ik mee de fokkeloet (een grote boom) in de fok te steken. In zo’n rak wil je met het aantal vierkante meter tuig dat het skûtsje heeft àlle wind die er is pakken. In schipperspraat heet dat: zorgen dat jij je kante meters kunt maken.

Aan boord gaat de knop om Jacko en zijn Sietske zijn drie weken geleden de trotste ouders geworden van een zoon Hendrik Jitze. “Vannacht en vanochtend heb ik nog een voeding gegeven. Maar op het moment dat ik aan boord stap, gaat de knop om, dan ga ik voor de strijd. Tijdens de wedstrijd maak ik niks van de wereld mee. Ik sta dan in het midden van de boot voor de trim; ik moet zorgen dat het tuig er netjes op staat. Ik hoor wel eens iets roepen vanaf de wal, bijvoorbeeld ‘Hup Sneker Pan’, maar daar doe ik niets mee. Hoogstens even de hand opsteken. Die mensen staan er tenslotte voor ons.”
Gevoelig schip “De Panne is een gevoelig schip. Als er één schakel misgaat, dan loopt het voor geen meter. Als eentje van ons zijn werk niet goed doet, loopt de rest achter de feiten aan. Maar als ik mijn werk goed doe, kunnen de mannen achterop bij het onderlijk en de lier hun ding doen.” Bij de walstart in Earnewâl scheurt Jacko het grootzeil met de hand omhoog. “De lier is op dat moment druk bezet. Dat is even een pittig klusje, dus dan leg ik al het gewicht dat ik heb in de schaal.”
Zonder geluk vaart niemand wel Om resultaten te boeken heb je ook een portie geluk nodig. “Geef mij maar ruim water en ruime wind. Dan hoef je geen rekening te houden met een wind die continu verandert, vanwege boompjes aan de kant of uitgezeilde wind van een ander skûtsje. Op klein water is het echt een gribus boel. Iedereen wil om de eerste ton heen, maar die ruimte is er niet. Je kunt er niet in batsen.” Gister zag het publiek inderdaad hoe het skûtsje van Grou een emmer buitenboord gooide. “Dat is om vaart te remmen; je kunt m niet tegelijk aansnijden”.
Tonronding komt nu beter uit de verf “In het voorseizoen hebben we heel veel getraind op tonronding; zowel voor- als halve- als aan de wind. Dat komt nu beter uit de verf. Iedereen weet beter wat hij moet doen om de ton zodanig te ronden dat je mooi hoog weer kunt wegvaren en gang kunt houden. We hebben ook veel getraind op varen in zwaar weer, zoals zaterdag op Grou. Het skutsje hoeft niet te scheef; het gaat er om dat je de meeste waterlijn en de meeste snelheid hebt.”
Klik hier als je meer wilt weten over alle onderdelen (waaronder de hals) van een skûtsje?
Tekst: Riemie van Dijk
Foto’s: Wiep Wierda & Richard de Jong









