Caroline en de hurdfytsers van Zoutkamp naar Zoutelande: ‘Kop derfoar en gean!’, vijfhonderd kilometer fietsen met een nierziekte
SCHARNEGOUTUM - “Wat een ander kan, kan ik ook”, zegt Caroline de Boer-Schilstra (49) uit Scharnegoutum. Caroline doet - samen met een elfkoppig fietsteam - mee aan de vierde Coast to Coast Challenge op 10 en 11 oktober 2026. Deze ruim vijfhonderd kilometer tellende fietstocht wordt in 24 uren afgelegd, waarvan dertien in het donker, en loopt van Zoutkamp naar Zoutelande.

Het team van Caroline - de hurdfytsers uit Scharnegoutum - fietst voor de Nierstichting. Caroline kampt zelf al jaren met een nierziekte. Hoe bereidt zij zich mentaal en fysiek voor op deze grote sportieve uitdaging, en wat brengt het sporten haar?
Uitgesteld door onweer
De Coast to Coast Challenge 2026 zou eigenlijk al in juni plaatsvinden. Het team uit Scharnegoutum was er klaar voor, maar hitte en onweer gooiden roet in het eten. “Daarna raakten we wel even in een dip”, vertelt Caroline. “We hadden ons zó goed voorbereid en moesten opnieuw opbouwen. En ik dacht door mijn ziekte: nu kan ik het nog, maar misschien volgend jaar niet meer.”
Op 10 en 11 oktober is het eindelijk zover. De hurdfytsers hopen allemaal de volledige vijfhonderd kilometer af te leggen. Alleen bij extreem weer is estafettevorm een optie. “Estafette kan altijd nog”, lacht Caroline.
Zoveel mogelijk uitdagingen
Caroline heeft al jaren IgA-nefropathie, een nierziekte waarbij ontstekingen de nierfilters beschadigen. Sinds 2016 gaat haar nierfunctie rap achteruit. Wanneer zij een donornier nodig heeft is onbekend. Aanbiedingen zijn er wat dat betreft gelukkig genoeg. “Veel mensen hebben al gezegd dat ze een nier willen doneren. Dat vind ik ongelooflijk bijzonder. Maar tot ik op die operatietafel lig, ga ik zoveel mogelijk uitdagingen aan.”
Heeft haar ziekte haar ook veranderd? “Misschien heb ik minder te verliezen. Nu heb ik er schijt aan: wat een ander kan, kan ik ook! Dat zelfvertrouwen had ik vroeger niet.”
Fietsen voor een goed doel
Stilzitten past niet bij haar. Naast racefietsen speelt ze volleybal, schaatst ze en werkt ze op een melkveehouderij. Onlangs volgde ze samen met haar man zelfs een inseminatie cursus.
Een paar jaar geleden zocht Caroline een sport die ze individueel kon beoefenen. Mocht haar gezondheid haar in de steek laten, dan zou ze niemand anders teleurstellen. Ze kocht een racefiets en sloot zich drie jaar geleden aan bij de hurdfytsers uit Scharnegoutum. Caroline: “Destijds waren het alleen maar mannen. En ze fietsten hard! Maar ik kon meekomen. Inmiddels zitten er vier vrouwen bij.” Teamgenoten Sandra en Kor Huitema stelden voor om samen voor een goed doel te fietsen. De keuze viel op de Nierstichting, mede vanwege Caroline.
“We vonden vijfhonderd kilometer wel ver”, vertelt ze droogjes. Toch meldden zich in december 2025 twaalf fietsers aan, verdeeld over drie ploegen.
Alles is ‘een rondje’
Het team traint serieus. Begin september fietsten de hurdfytsers bij Lauwersoog, met windkracht zes. “De windrichting is het verraderlijke van deze tocht. Je rijdt van Zoutkamp richting Zoutelande en kunt dus vrijwel de hele route tegenwind hebben. Gelukkig kunnen we elkaar aan de kop afwisselen. We hebben sterke voorfietsers.”
Ter voorbereiding reed een deel van het team eerder al 340 kilometer door Duitsland. Regen, lekke banden, mooi weer en fietsen in het donker: alles kwam voorbij. “We kennen inmiddels heel Noord-Nederland uit ons hoofd. Alles is ‘een rondje’ voor ons. Maar het zijn wel grote rondjes”, lacht Caroline.
Gedragen door het team
Wat als Caroline na 350 kilometer fysiek én mentaal volledig op is? “Dan hoef ik nog maar 150 kilometer. Dan gaat het zeker lukken. Ik ben positief ingesteld, maar ik kan het niet alleen. We hebben elkaar nodig.”
Juist de verschillen binnen het team helpen daarbij, denkt ze. De een trekt vooruit, de ander denkt praktisch. Wie de beren op de weg ziet, wordt door de rest weer uit de put geholpen. “Een gremietig lid krijgen we met een grapje weer aan het lachen. Iedereen heeft zijn eigen rol.’’
Dat onderlinge dragen gaat verder dan aanmoedigingen. Tijdens een trainingsweekend voelde Caroline zich niet fit. Haar man vroeg of fietsen wel verstandig was. “Maar als ik niet ga, voel ik me nog slechter! De anderen wachten op me en helpen me erdoorheen. Soms is het bijna te gezellig.” Ook onderweg is samenwerking essentieel. Er rijden volgauto’s mee met vrienden en familie en ongeveer elke vijftig kilometer is er een stop. “Het belangrijkste is blijven eten en drinken voordat je honger of dorst krijgt. Kleine porties, reepjes met extra koolhydraten en suikers. En iedere honderd kilometer is er een eetstop van de organisatie.”
Sport als medicijn
Veel bewegen werd Caroline nadrukkelijk aangeraden door een arts van het UMCG. “‘Veel sporten en zweten’, zei hij. Zo zweet je het zout uit je lichaam voordat het gefilterd wordt door je nieren. Ik ging ervoor!” Fietsen doet haar daarnaast mentaal goed. “Tijdens het fietsen gaat mijn verstand heerlijk op nul. Mijn hoofd wordt leeg.”
Hoop in plaats van angst
Caroline praat gemakkelijk over haar ziekte. Natuurlijk zijn er moeilijke en angstige momenten. maar tóch staat zij positiever in het leven sinds haar diagnose, doordat zij het leven veel meer waardeert en goed kan omdenken.
Het nummer ‘Geef mij nu je angst’ van Guus Meeuwis kreeg daardoor een bijzondere betekenis voor haar. Caroline is minder angstig omdat zij hoop heeft. Ze weet namelijk dat meerdere mensen bereid zijn haar een nier te geven. “Zelfs een bekende van een bekende zei: ‘Ik heb dezelfde bloedgroep, ik geef jou een nier als het zover is’. Dan denk ik: waaraan heb ik dat verdiend?’ Haar broer heeft zich inmiddels als donor aangemeld. Wanneer een transplantatie nodig is, hangt af van hoe snel haar nierfunctie achteruitgaat. “Het is geen einde verhaal voor mij.”
Maak ziekte bespreekbaar
Caroline wil met haar deelname aan de Coast to Coast Challenge ook aandacht vragen voor nierziekten en orgaandonatie. “Veel mensen praten er niet over, terwijl er zoveel mensen wachten op een donor. Ik bespreek mijn ziekte zelfs met vreemden.” Ze wil vooral voorkomen dat mensen zich door een ziekte terugtrekken en in een negatieve spiraal terechtkomen. “Je netwerk kan kleiner worden doordat je minder kunt en doet. Dan kom je makkelijk in een negatieve spiraal. Daarom zeg ik: jij doet er ook toe. Ik maak het bespreekbaar, dat maakt het verschil.”
De finish is niet het enige doel
“De tocht kunnen we aan. Zeker weten”, zegt Caroline overtuigend. “Kop derfoar en gean!” De finish halen zou geweldig zijn, maar er ligt geen druk op. De hurdfytsers hebben het geld voor de Nierstichting immers al opgehaald. Caroline voelt die druk wel, én zij heeft nog een ander doel naast de eindstreep behalen:
“Ik vind het fantastisch dat ik dit kan, ondanks mijn nierfunctie. Ik wil mensen meegeven om in beweging te blijven en zoveel mogelijk leuke dingen te doen. Ook met een nierziekte.” Haar boodschap is eenduidig en overtuigend: “Gooi de handdoek niet in de ring. Je kunt veel meer dan je denkt.”
En als ze één ding mocht meenemen naar Zoutelande, wat zou dat dan zijn? Caroline hoeft niet lang na te denken: “Ik soe in technikus meinimme, die alle ûnderdielen fan ús fytsen yn syn buske by him hat. Sadat wy as team net ôfheakje kinne troch materiaalpech.”












