INTERVIEW | Het gelukkige leven van Salko Rokic: “Judo leeft hier écht in Sneek!”
SNEEK - Salko Rokic is ex-topjudoka uit het eerdere Joegoslavië, gedreven trainer met een enorme passie voor judo. Op 3 september 2018 richtte hij Judo Club Sato in Sneek op. Drie jaar geleden sprak de redactie van GrootSneek ook al met de sympathieke Salko Rokic. Aanleiding om opnieuw een gesprek met hem aan te gaan is uiteraard hoe het nu met hem en zijn judoclub gaat, maar ook hoe hij het verklaart dat het ledenaantal bij de Judobond Nederland gehalveerd is? En hoe komt het dat de nationale judoploeg tijdens de afgelopen Olympische Spelen via de achterdeur van de dojo in Parijs afdroop?

Gastvrij ontvangst
Als we op de eerste echte herfstdag in september een afspraak met Salko Rokic hebben gemaakt staat hij ons al bij het hek van de gymzaal van de RSG aan de Malta in Sneek op te wachten. Het welkom is allerhartelijkst en wordt er zeker niet minder op wanneer ik Salko vertel dat ik in een ondertussen zeer grijs verleden ook een fanatiek judoka was. “Wauw, wat mooi man. En de blauwe band? Goed, hoor. Als je wilt ben je van harte welkom om nog eens een paar worpen bij ons te doen”, nodigt Salko mij meteen uit. Als we naar een van de kleedkamers lopen om met het interview te beginnen passeren we de judomat waar een twaalftal judoka’s fanatiek bezig is met een balspel, de warming-up voor de woensdagavondtraining. Salko kijkt er met een brede glimlach naar, het plezier spat er vanaf bij de jonge judoka’s.
![]()
Warming-up training Judoclub Sato - Foto Henk van der Veer
Terugblik
Eerst nog even een terugblik naar hoe het allemaal is begonnen voor Salko Rokic. Salko wordt in 1973 geboren in Sarajevo, de hoofdstad van de federatieve republiek Bosnië en Herzegovina, in die jaren deel uitmakend van Joegoslavië. Op dat moment is er nog geen sprake van oorlog in Joegoslavië. Hoe anders is dat, als Salko in 1994 een van de EK judodeelnemers is in Den Haag. Met de val van het communisme tussen 1989 en 1992 in Joegoslavië valt het land uiteen, wat in de periode 1992-1999 gepaard gaat met een serie bloedige burgeroorlogen. Salko besluit niet naar zijn vaderland terug te keren en asiel in Nederland aan te vragen.
“Sneek is mijn thuis”
Ondertussen ligt die periode alweer dertig jaar achter Salko en is hij volledig en ook nog eens succesvol ingeburgerd. “Ik woon met heel veel plezier in Sneek, samen met mijn vrouw Louise,” vertelt hij, “en onze twee kinderen Omar van zeventien en Nadja van veertien. Ik heb een prima baan als productieleider bij Drukkerij De Vries, waar ik 35 mensen mag aansturen. Ik heb bij LSC en WPB gevoetbald. Mijn hele sociale leven speelt zich af in Sneek. Hier voel ik mij gelukkig, Nederland is ook mijn land geworden. Ik heb heel veel, ja echt heel veel aan LSC, WPB en Drukkerij De Vries te danken. Sneek als stad heeft heel veel voor mij betekend en nog altijd. Sarajevo is mijn geboortestad, maar Sneek is nu mijn thuis, waar ik op z’n Nederlands graag een frikadelletje speciaal haal. Onbeschrijfelijk. Ik ben helemaal geïntegreerd, heb hier alles. Via Sportschool Akkermans, die toen nog een judoschool in Sneek had, kwam ik door zoon Omar, die er op judo ging, weer in contact met mijn grote passie. Want dat is judo toch.”
Jeugdidool
In Sneek richt Salko in 2018 zijn eigen Judo Club Sato op, genoemd naar de legendarische judolegende Nobuyuki Sato (1944) uit Japan die in 1967 en 1973 wereldkampioen werd. Sato won drie keer de Japanse kampioenschappen en was een jeugdidool van Salko Rokic, Nog altijd roepen hij en z’n leerlingen enthousiast ‘Sato!’, als iemand een resultaat ‘gooit’. Maar dat terzijde.
Ik zeg altijd: ‘Niet naar het verleden kijken’. Vóóruit met nieuwe talenten, die zijn er genoeg
Passie en bevlogenheid
Heeft Salko een verklaring voor het teruglopende ledenaantal van de judosport in Nederland en de magere resultaten tijdens de afgelopen Olympische Spelen?
Salko Rokic: “Laat ik beginnen met het ledenaantal van onze eigen club. Toen ik in 2018 begon waren er meteen een twintigtal judoka’s die al op aardig niveau meededen. Ze kwamen niet alleen uit Sneek en omgeving, maar ook uit bijvoorbeeld Zwaagwesteinde. Ouders van deze kinderen hadden het er voor over om een uurtje te rijden. Ze wisten wat zij aan mij hadden als judotrainer. Op dit moment hebben we zo’n vijftig tot zestig leden, verdeeld over vier wedstrijdgroepen. Judo leeft hier écht in Sneek!
![]()
Vader Salko Rokic en zijn kinderen - Foto Henk van der Veer
Het landelijk teruglopend aantal leden heeft zeker te maken met het beleid van de Judobond, net als die magere resultaten op de Olympische Spelen. Als judotalenten buiten de boot vallen in Papendal, waar de centrale trainingen plaatsvinden, dan stoppen ze vaak helemaal. Daardoor verliest de Nederlandse Judobond steeds meer seniorenleden. Doodzonde vind ik dat. Gelukkig blijft het ledenaantal bij de jeugd vrij stabiel. En hier in Sneek zeker. Waar het bij ons om gaat is de passie, de bevlogenheid. Ik hamer altijd op respect en mentaliteit. De lessen hier zijn van een hoge kwaliteit. Ik wil jonge judoka’s binden. En dat wij successen behalen is daar een gevolg van.”
Niet naar het verleden kijken
“Als je in Nederland over judo begint, dan gaat het nog steeds over Anton Geesink, Henk Grol en de familie Van der Geest. Dat waren andere tijden. Prima, om zo terug te kijken naar wat zij gepresteerd hebben, maar je moet er niet in blijven hangen. Nog altijd denken wij in Nederland dat wij de besten zijn, dat is arrogant. Ik ben ook Nederlander, hè. Net als bij voetbal, het was 1988 toen ‘we’ Europees kampioen zijn geworden. Dat was toen en helaas nooit meer sinds 1988. Ik zeg altijd: ‘Niet naar het verleden kijken’. Vóóruit met nieuwe talenten, die zijn er genoeg. Met goede begeleiding kom je ver, maar het is voornamelijk samenwerken en elkaar iets gunnen.”
![]()
Trainingsgroep woensdag - Foto Henk van der Veer
Over passie gesproken, hoe zien de werkweken van Salko eruit?
“Ik werk van maandag tot en met vrijdag bij De Vries. Op maandag ben ik na mijn werk in Groningen, waar de regiotrainingen worden gegeven. Daar doen onze kinderen ook aan mee. We trainen daar tot ongeveer halftien. Dinsdag, woensdag en donderdag trainen we in Sneek. Vrijdag zijn we dan vrij, maar ook niet echt. Dan ook nog ben ik met judo bezig, de administratieve dingen regelen, en voorbereiden op toernooien of ernaartoe gaan.
Louise vindt het schitterend en gaat altijd mee naar de toernooien. Ik heb het getroffen met zo’n vrouw. En we doen het allemaal pro deo; het kost alleen maar geld, maar we krijgen er zoveel voor terug. Ik ben gelukkig! Als ik in de dojo kom, leg ik met plezier de 91 matten uit om even later te zien hoe blij de kinderen zijn als team te judoën bij onze club. Na de trainingen ga ik weer met voldoening richting huis. Dat is voor mij het belangrijkste wat er is.”
Tekst en foto’s Henk van der Veer












