Hens aan Dek bij de Sneker Pan: Hilbert Jan Kroon

0

Sneek- De achtste aflevering van Hens aan Dek: Hilbert Jan Kroon, met als positie aan boord die van lieren/trim.

“Ik zit bij de lier; dat is het werktuig waarmee je de zeilen omhoog hijst. Met de lier trim je de zeilen zo optimaal mogelijk op de omstandigheden. Als je harde wind hebt, is de hoogte van de het grootzeil en de fok lager; als je minder wind hebt is die stand hoger. Daarnaast bedien ik ook de lier op de giek. Daarmee bedien ik de onderkant van het zeil. Ik maak de onderkant vlakker of juist boller. Bij licht weer moet de onderkant boller; bij zwaar weer vlakker. In samenspel met de jongens van de grootschoot speel ik continu met het onderlijk en de nok om een zo hoog mogelijke koers te kunnen varen. Trimmen is werken met de winddruk. Soms help ik ook Jacko bij de hals. Zeker met een wind zoals vandaag, dan kan hij dat niet alleen.”

Logboek is naslagwerk
“ ’s Ochtends vòòr de wedstrijd bespreek ik met Jappie wat -gezien de weersvoorspelling- de beste stand voor die dag is. Soms betekent dit, dat Jappie met een stoeltje omhoog gehesen wordt om de stroppen van het zeil aan te passen. Vandaag was het best lastig trimmen. De voorspelling was windkracht drie, maar dat werd meer. Dan moet je schakelen tijdens de wedstrijd.  Dat is waar het om draait: kun je schakelen tijdens de trim?  Ik doe dat deels op gevoel en deels op kennis. Gedurende het seizoen houd ik een logboek bij. Een naslagwerk waarin ik van alle omstandigheden noteer welke zeilen er op staan, hoeveel schakels er op de fok staan, wat de stand van de zwaarden is en nog veel meer.”

Pakken van de vlagen
Het werk van een lierenman is een druk bestaan. “Met licht weer ben je continu bezig met het pakken van de vlagen. Met harde wind staat alles strak en dan is het meer een kwestie van spelen met de nok: moet er een tandje bij of een tandje af. Alleen voor de wind kan ik af en toe om me heen kijken; dan hoef ik niet zoveel te trimmen. Dan staat alles hoog en zo ver mogelijk uit. Die tijd gebruik ik om even wat water te drinken en alvast vooruit te kijken naar het volgende rak. Want aan het einde van een voordewinds rak moet alles weer goed staan voor het aandewindse rak.

Centrale positie
“Ik zit in het midden van het schip; heb veel overzicht. Ik krijg van zowel voor als achter veel mee. Ik zie wat er bij de fok en het grootzeil ontstaat. Als ik verschil in ritme tussen beide zeilen constateer, neem ik dat naderhand mee in een 1:1 gesprek of in de groepsbespreking. Tijdens de wedstrijd kijk ik veel naar Jappie. Als ik zie dat hij zwaar stuurt, probeer ik dat te corrigeren binnen de mogelijkheden die ik heb. Bijvoorbeeld door het voorlijk aan te passen. Bij het skûtsjesilen is geen dag hetzelfde. Ik doe het goed als ik niets hoor van de schipper. Ik wil zo weinig mogelijk van hem horen dat het anders moet.”

Naar het zin op nieuwe positie
“Dit jaar zit ik op verzoek van Jappie op een andere positie dan vorig jaar. Van te voren wist ik niet hoe ik dat zou vinden: Wat houdt het in? Wat moet ik doen? Ik heb contact gezocht met een oud bemanningslid endaar met hem over gesproken. Ook ben ik gecoacht door Douwe tijdens de training. Die zei dan: kijk eens naar de achterkant van het zeil. Die vorm die je nu ziet, is dat wat je wilt? Pas het eens aan; hoe is het nu? Een zeil is als een vleugel. Kennis over hoe een vleugel werkt, past goed bij mij met mijn technische achtergrond. Ik kan zien dat wat we in het voorseizoen hebben opgepakt, effect heeft: Als het hard waait, gaan we minder scheef.”

“Morgen hebben we een rustdag. Dan kijk ik de beelden terug van de wedstrijd. Ik wil alles zo goed mogelijk doen.  Volgend jaar ga ik voor een plek in de top vijf.“

Voor de betekenis van bepaalde onderdelen van een skûtsje, klik hier.

Tekst: Riemie van Dijk

Foto: Richard de Jonge

 

 

 

 

 

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend