Ingezonden: Nog eens het ondernemersfonds SWF
IJlst – De inhoud van het ingezonden stuk onder de kop “tegengas voor stemmingmakerij rond Ondernemersfonds SWF” vraagt om een reactie, dan wel verduidelijking.

Hoe de schrijver van dit artikel tot een conclusie komt dat Hagenouw zijn zin in de adviesraad niet zou hebben gekregen is de grote vraag. Belangrijker nog is de nadere uiteenzetting die volgt.
Daar waar de heer Van Egmond spreekt over “louter de zegeningen van het Ondernemersfonds” in Skuzum, past de nuance dat de instroom in Skuzum, exclusief de gelden van de vrijgestelde agrariërs, € 45 bedraagt. Het is prachtig dat al(!) dit geld, opgebracht door het fonds, goed is besteed, maar laten wij zaken wel in perspectief plaatsen!
De tekst in de LC is een verkeerde interpretatie van de feiten geweest en een nuance is daarom op de plaats. Het gaat niet om 55 ondernemersverenigingen en bedrijven, sterker nog, het gaat juist om meer dan 50 kernen (met al haar bedrijven!) en meerdere grote bedrijven uit kernen die wel deelnemen. Dit aantal groeit nog steeds. Zij allen hebben gezamenlijk een document ondertekend welke aan het college en de raadsleden van de gemeente Súdwest Fryslân is gegaan.
Van Egmond stelt in zijn verhaal dat naast Sneek, Bolsward, Workum, Heeg en Makkum, ook Hieslum, Easterein, Schraard en Tjalhuizum deelnemen als “kleinere kernen”. Ook hier wordt gemakshalve vergeten dat, met alle respect, bijvoorbeeld Hieslum (inbreng 2017: € 15,79), Schraard (inbreng 2017: € 436,76) en Tjalhuizum (inbreng 2017: € 126,90) niet vergelijkbaar zijn met de grotere deelnemende kernen voor wat betreft de hoogte van de inbreng in het Fonds, exclusief LTO-leden die vergeten zijn retributie aan te vragen. Dit laatste ligt voor de hand, aangezien de WOZ-beschikking van de gemeente SWF ontvangen niet expliciet vermeld voor welk bedrag men is aangeslagen in het kader van het Ondernemersfonds. (Alleen op pagina 2 van de beschikking staan de percentages linksboven op de pagina in het klein en moet men zelf rekenen).
De opmerking van Van Egmond als ware het een tendentieuze wijze om de stemming te beïnvloeden wordt ten zeerste bestreden. Het is feitelijk andersom, waarbij rapportages vanuit het fondsbestuur naar de gemeente juist te positief worden opgesteld, zonder nadrukkelijk in te gaan op de grieven vanuit het overgrote deel van de kernen uit SWF.
Cijfers van Stichting Ondernemersfonds SWF zelf, aangevuld met handtekeningen van kernen die tegen dit gemeente brede fonds zijn staven de beweringen van de tegenstanders. Natuurlijk is het zo dat het aantal bedrijven in Sneek en Bolsward in aantal en bijdrage aan het fonds absoluut het hoogste is. Daarom is juist het invoeren van een BIZ 2015 voor deze grote kernen van groot belang en hiermee de free-riders mee te laten betalen. Met de BIZ 2015 kan men ook nog eens een eerlijker systeem van afdracht (in hoogte en per afgebakend gebied) inrichten. Voor een gemeente breed fonds, moet er immers ook gemeente breed draagvlak zijn en die ontbreekt juist aantoonbaar.
De lagere organisatiegraad van de ondernemers in het buitengebied, de onduidelijke WOZ-beschikking van de gemeente en het gedoe om per kern aan het fondsbestuur duidelijk te maken dat men retributie wil zijn er debet aan dat de retributie stroef loopt. Van de € 943.660 (inclusief € 194.167 voor agrariërs, dus effectief € 749.493) die jaarlijks met het fonds beschikbaar is wordt € 150.000 tot € 200.000 niet gebruikt en die pot groeit elk jaar. Zie hierin ook een voorbeeld van het falen van dit fonds.
In Súdwest Fryslân zijn veel bedrijven (industrie en recreatie) met hoge WOZ-waarden. Die moeten daardoor een onevenredig hoge bijdrage leveren aan het fonds, zo vinden de tegenstanders van het gemeente brede ondernemersfonds. Terwijl alle ondernemers evenveel stemrecht en dus zeggingskracht hebben. Of ze nou € 50 bijdragen, € 500 of € 2000. Maar dat wordt juist niet genoemd.
Het huidige Ondernemersfonds is vooral voordelig voor middenstand met relatief lage en gelijkwaardige WOZ-waarden. Dit is begrijpelijk. In dorpen met veel verschillende soorten bedrijven zorgt het fonds voor verdeeldheid. Zowel Van Egmond, als het bestuur van Stichting Ondernemersfonds SWF stellen dat grote betalers geen problemen zouden hebben met dit fonds. De betreffende ondernemers zelf, de respectievelijke besturen van ondernemersverenigingen, als ook de politiek weten wel beter.
Wat Van Egmond ten slotte ook vergeten is te benoemen is dat voor de komst van het fonds meer dan 90% van de projecten al gefinancierd werden vanuit de Mienskip of andere vormen van sponsoring. Juist door bijdragen van “de tegenstanders”. Dus dat kleinere kernen nu daadwerkelijk het risico lopen om van financiering van initiatieven te worden afgesneden is maar zeer de vraag…
Roger Hagenouw, IJlst







