In bedrijf Branded Content

TOLO Werkt: Een baan in de logistiek begint niet bij een vacature

Door: Sonja Harkema

SNEEK - Te weinig jongeren kiezen voor een opleiding in de logistiek om de huidige én toekomstige vraag naar personeel op te vangen. Daarom besloot TOLO in 2020 het logistieke onderwijs anders aan te pakken: aantrekkelijker, praktischer en toegankelijk voor een bredere doelgroep. Inmiddels maakten meer dan 225 mensen via het initiatief de stap naar de sector. Projectleider en adviseur Johan Steenbeek ziet vooral de samenwerking als kracht: “Het tekort hebben we met z’n allen. Dan moeten we het ook met z’n allen aanvliegen.”

TOLO student
TOLO student

De logistieke sector kampt al jaren met personeelstekorten. Met TOLO, Toekomst in Logistiek, werd daarom gekozen voor een aanpak waarin jongeren, zij-instromers en volwassenen leren en werken vanaf de start combineren.

Zo wordt de opleiding tot logistiek medewerker gegeven bij Hoekstra in Sneek, in een lokaal boven het magazijn. Deelnemers krijgen één dag per week les en werken de andere dagen bij een logistiek bedrijf. “Daarmee maak je de stap naar scholing voor iemand van dertig veel kleiner”, vertelt Steenbeek. “Je zit niet tussen alleen maar zestien- of zeventienjarigen in een schoolgebouw. De praktijk is altijd dichtbij.”

Samen opleiden

TOLO is een samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Onder meer het Sectorinstituut Transport & Logistiek, Firda, Dinkla Verkeersopleidingen, transport- en logistiekbedrijven, Werkcentrum Fryslân en JOOOPWerkt zijn betrokken.

Die samenwerking is volgens Steenbeek noodzakelijk. Eén werkgever kan simpelweg niet zelf een volledige klas vullen. Bovendien schiet de sector weinig op met bedrijven die bij personeelstekorten vooral werknemers bij elkaar proberen weg te trekken. “Je hebt samen een tekort. Dan moet je ook samen kijken hoe je nieuwe mensen voor de sector opleidt.”

TOLO doet daarbij meer dan alleen opleidingen organiseren. Deelnemers worden begeleid bij het vinden van een erkende leerwerkplek die echt bij hen past. Er wordt gekeken naar wie iemand is, waar diegene woont, welke werktijden haalbaar zijn en welk type bedrijf aansluit. Ook tijdens het traject blijven deelnemer en werkgever in beeld. Als extra ondersteuning nodig is, kan aanvullende jobcoaching via JOOOPWerkt worden ingezet.

Johan Steenbeek, projectleider en adviseur ToLo
Johan Steenbeek, projectleider en adviseur ToLo

Volgens Steenbeek is juist die persoonlijke match belangrijk. “Bij logistiek denken mensen al snel aan een vrachtwagen. Maar het vakgebied is veel breder.” Veel werk speelt zich achter de schermen af, waardoor mensen niet altijd weten welke functies er zijn. Terwijl het volgens hem aantrekkelijk werk kan zijn voor een brede groep: praktisch en actief, maar ook werk waarbij je moet nadenken, vooruitkijken en rekening houden met planning, veiligheid en het logistieke proces.

Van jongere tot zij-instromer

Die brede doelgroep is terug te zien in de deelnemers. Jongeren kunnen rechtstreeks vanuit het vmbo instromen, maar ook jongeren die ontdekken dat een andere opleiding niet bij hen past vinden hun weg naar TOLO. Daarnaast zijn er werkzoekenden, zij-instromers en volwassenen die zich willen omscholen of alsnog kiezen voor een richting die hen altijd al trok.

Ook het beeld van wie bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeur wordt, verandert. Steenbeek ziet steeds meer vrouwen instromen. Sommige deelnemers wilden vroeger al chauffeur worden, maar maakten die keuze destijds niet, kregen de mogelijkheid niet of werden daarin niet gestimuleerd. Op latere leeftijd pakken zij die ambitie alsnog op. Dat geldt volgens Steenbeek overigens niet alleen voor praktisch opgeleiden; ook hogeropgeleiden kiezen soms later alsnog voor het vak dat hen altijd al trok.

Inmiddels hebben meer dan 225 deelnemers via TOLO de stap richting transport en logistiek gemaakt. Dat aantal is voor Steenbeek mooi, maar niet de belangrijkste maatstaf voor succes. Een traject is voor hem vooral geslaagd wanneer iemand weer perspectief ziet. Hij ziet deelnemers regelmatig onzeker binnenkomen en gedurende het traject veranderen. “Bij een diploma-uitreiking staan ze er zó trots. Dan zie je hoeveel iemand in zo’n jaar kan groeien.” Zelfs als een diploma uiteindelijk niet wordt gehaald, kan een traject volgens hem succesvol zijn. “Als iemand wel helemaal zijn plek op de werkvloer heeft gevonden, is dat óók winst.”

Doorgaan met wat werkt

Dat vraagt ook iets van werkgevers. Wie iemand opleidt die nog geen ervaring heeft, moet tijd vrijmaken voor begeleiding en soms wat extra geduld hebben. Volgens Steenbeek zijn er veel bedrijven die daar bewust voor openstaan.

TOLO les
TOLO les

Tegelijkertijd blijft het zoeken naar de juiste balans tussen deelnemers en beschikbare leerwerkplekken. Soms zijn er veel kandidaten en minder plekken, op andere momenten juist andersom. Ook bekendheid met TOLO blijft een aandachtspunt.

Aan belangstelling ontbreekt het op dit moment in ieder geval niet. Deze maand starten twintig nieuwe deelnemers met de opleiding Logistiek Medewerker, verspreid over twaalf verschillende bedrijven. Het is inmiddels het zevende achtereenvolgende jaar waarin een logistieke groep van start gaat. In oktober volgt alweer de elfde chauffeursgroep.

Voor de komende jaren ligt de ambitie niet per se in zo groot mogelijk worden. Steenbeek ziet liever dat TOLO stabiel doorgaat, de groepen goed gevuld blijven en er voldoende passende werkplekken zijn. “Uiteindelijk moet het met elkaar in balans blijven. Je kunt wel veel mensen willen opleiden, maar er moet ook voor iedereen een goede plek zijn.”

Voorlopig ligt de focus dus vooral op doorgaan met wat werkt: nieuwe deelnemers bereiken, bedrijven betrokken houden en zorgen dat mensen niet alleen worden opgeleid voor de logistiek, maar er ook een plek vinden die bij hen past. Voor meer informatie, kijk op www.tolowerkt.nl.

Tekst en beeld: Sonja Harkema

Dit artikel is een bijdrage van Zuidwest Werkt