Familie Salverda schenkt oudste zilveren skûtsje aan Fries Scheepvaart Museum
Kinderen van Cor Salverda en Klaas van der Meulen bij de overhandiging van het zilveren skûtjse

Vanaf de zomertentoonstelling over het 75 jarig bestaan van de SKS is het skûtsje te bewonderen in het Fries Scheepvaart Museum.
Hoofdprijs SKS Skûtsjesilen
Albert Salverda tekent namens het gezin Salverda de schenkingsovereenkomst
Het skûtsjesilen is omgeven met veel tradities. Eén daarvan is dat de hoofdprijs bestaat uit een zilveren scheepsmodel van een skûtsje. Bij de Sneekweek was men gewend aan kostbare zeilprijzen, in de vorm zilveren scheepsmodellen.
Klaas van der Meulen was schipper op het skûtsje van zijn zwager Cor Salverda. In 1946 won hij de prijs voor de eerste keer. Het zilveren skûtsje was toen nog niet klaar. Een jaar later was hij opnieuw winnaar. Het zilveren skûtsje kon toen voor het eerst in de starttoren worden bewonderd. De journalist van de Leeuwarder Courant schreef vol bewondering over “een prijs zoals er maar weinig of niet zijn (…) een kunststuk, waar niets aan ontbreekt”.
Na de uitreiking ging het skûtsje niet mee met de schipper, maar werd op advies van de Sneker commissie geplaatst in het Fries Scheepvaart Museum. Het zou te groot zijn voor de roef van schipper Salverda.
In 1948 wonnen Salverda en Van der Meulen de Sneker prijs voor de derde keer, tot ontzetting van de Sneker commissie. De journalist die de wedstrijd van 24 juli 1948 versloeg schreef:
“In de Sneekweek zijn er prijzen, waarvan de Snekers zich afvragen of zij ze ooit kwijt zullen raken. De geschiedenis van het zilveren skûtsje is kort geweest en met tranen in de ogen nam de voorzitter van het Snitser Skûtsjesilen er afscheid van, toen hij de prijs zaterdag uitreikte aan schipper Klaas van der Meulen, die het voor Salverda in ontvangst nam.”
De prijs ging nu wel mee naar Stavoren en bleef daar ook. Cor Salverda en zijn vrouw hebben de kostbare prijs 71 jaar lang gekoesterd.
Foto’s Freerk Bokma

















