Cultuur en uitgaan

Appie Hoogstra en John Schut over een halve eeuw muziekgeschiedenis aan de Kerkgracht: “We zijn trots op vijftig jaar het Bolwerk”

SNEEK - Poppodium het Bolwerk in Sneek bestaat dit jaar een halve eeuw. Sinds 1975 vonden er ruim drieduizend optredens plaats. Ik blik in dit artikel terug op vijftig jaar het Bolwerk met Appie Hoogstra en John Schut én kijk met hen vooruit. “Bijna alle poppodia in ons land vind je in de grote steden”, zegt John Schut. “Dat Het Bolwerk hier al vijftig jaar bestaat, is dan ook bijzonder. Daar mogen we trots op zijn.”

Appie (links) en John poseren bij twee panelen van de historische Bolwerk-expositie
Appie (links) en John poseren bij twee panelen van de historische Bolwerk-expositie Foto: Broer Feenstra

Herman Brood, Echo & the Bunnymen, Kobus Gaat Naar Appelscha, Richard Thompson, Tom Verlaine, Bad Manners, Brendan Croker, John Cale, Tröckener Kecks, Townes van Zandt, Kees en Kasper van Kooten, Sprung aus den Wolken, Stiff Little Fingers, Danny Vera, Douwe Bob, Blaudzun en vele anderen. Als frequente bezoeker maakte ikzelf vanaf mijn jeugd tot op de dag van vandaag talloze memorabele optredens mee in het Bolwerk, hét poppodium aan de Sneker Kerkgracht, dat al een halve eeuw in een muzikale behoefte in de regio voorziet.

Achter die lange reeks concerten staan mensen die het poppodium in Sneek door en door kennen. In het kader van het vijftigjarig bestaan laten twee van hen, geluidstechnicus Appie Hoogstra (61) en per 1 januari 2026 afzwaaiend manager en vrijwilligerscoördinator John Schut (64), hun licht schijnen over heden, verleden en toekomst van Het Bolwerk.

Van probleemjongere tot geluidstechnicus

“Ik ben hier ooit op mijn zeventiende jaar als probleemjongere binnengekomen, op zoek naar vertier”, begint Appie Hoogstra zijn verhaal. “Ik werd vrijwilliger, raakte betrokken bij geluidstechniek en kon in die rol na verloop van tijd eerst als zzp’er en later fulltime aan de slag. Ik ben hier de vaste geluidsman én manusje-van-alles die onderhoudsklussen in en aan het gebouw uitvoert. In de loop der jaren heb ik in het Bolwerk veel jongeren opgeleid tot geluidstechnicus.”


Optreden van Danny Vera in het Bolwerk, nog voor zijn grote doorbraak - Foto: Bolwerk/Ankie Rusticus

Appie zag het Bolwerk door de jaren heen veranderen. “Tot 2009 waren we nog een multicultureel centrum met onder andere bingo en gymnastiek als dagactiviteiten. Popconcerten waren maar een onderdeel van het centrum. Sinds de verbouwing zijn we een volwaardig poppodium geworden. Dat maakte ons herkenbaarder en professioneler.”

Van subculturen naar breed programma

John Schut begon in 1996 als jongerenwerker en programmeur in het Bolwerk. “We hadden zes à zeven optredens per maand. Mijn eerste producties waren bluesmuzikant Jimmy Rogers en hardcoreband Mucky Pup. Het Bolwerk had toen nog bij de buitenwereld het imago van ‘dat donkere hol waar werd geblowd en gedronken’. We programmeerden vooral voor subculturen: punk, hiphop, metal en aanverwante genres”, kijkt hij terug.

Na de renovatie en de heropening in 2009 veranderde de koers. Waar het Bolwerk vroeger vooral een verzamelplek was voor subculturen, is het poppodium nu muzikaal breder georiënteerd. Met succes. John: “Het bezoekersaantal stijgt nog ieder jaar; we programmeren sinds de heropening breder en trekken publiek van alle leeftijden. We zijn een centrum dat zoveel mogelijk muziekstijlen wil brengen. Het ene concert wordt beter bezocht dan het andere, maar dat heeft gelukkig geen invloed op onze keuzes. We proberen een balans te vinden, zodat commerciële acts bijdragen aan niet-commerciële acts. En doordat we met vrijwilligers werken, kunnen we de concerten betaalbaar houden voor een grote groep concertliefhebbers.” Een bredere programmering met een gezonde begroting vindt hij daarom een goed uitgangspunt.

Van grootste naar kleinste poppodium van Friesland

Appie en John hebben de muziekscene door de decennia heen sterk zien veranderen. John: “Waar opkomende buitenlandse en ook Nederlandse bands vroeger nog spontaan langskwamen als hun tourschema dat toeliet, spelen ze tegenwoordig minder shows en daarbij kiezen ze vooral voor de grote steden met grotere concertzalen waar veel publiek in kan. Sneek valt hierdoor uiteraard sneller buiten de boot. Dat heeft ons daarom gedwongen om actiever en creatiever te programmeren. Sommige bands die hier ooit stonden, zijn ons inmiddels ontgroeid. Ze zijn simpelweg te groot geworden voor een podium als Het Bolwerk. Denk aan DeWolff of Danny Vera. We waren ooit het grootste poppodium van Fryslân, maar inmiddels zijn we de kleinste: Iduna in Drachten kan 600 mensen kwijt, De Neushoorn in Leeuwarden 750. Uit financieel oogpunt – ze kunnen daar meer tickets verkopen - kiezen bands daarom vaak eerder voor deze twee podia dan voor ons en dat is best weleens jammer.”

Tóch relevant voor artiesten én publiek

Toch blijft het Bolwerk relevant voor talloze artiesten én bezoekers. John: “We waren altijd een podium voor opkomend talent en willen dat nog steeds zijn, maar we bieden ook ‘old school-bands’ en publiekstrekkers zoals Blaudzun, Triggerfinger, Fun Lovin’ Criminals en Buffalo Tom. Tributebands zijn momenteel enorm populair. Ze trekken veel publiek en staan dus ook bij ons op de bühne. Al blijven we ook bij tributebands voor kwaliteit gaan, want er zit in het aanbod veel middelmatigs tussen.”

Dutch disease

Waar beide mannen zich wél enorm aan kunnen ergeren is de zogeheten ‘Dutch disease’: bezoekers die tijdens concerten voortdurend staan te praten. John: “Bij Douwe Bob ben ik zelfs geïrriteerd de zaal uitgelopen. Mensen bleven er maar doorheen kletsen. Daar hebben ze dan dertig euro entree voor betaald. Bij zulke types denk ik dan: koop een krat bier en zet thuis muziek op, dan ben je goedkoper uit en vergal je het concert niet voor anderen. Of ga in het aangrenzende Bolwerk-café staan, zodat anderen er geen last van hebben. Helaas kom je dit fenomeen dat in de voorbije tien jaar is opgekomen ook tegen in andere Nederlandse popzalen.”


Di-Rect als beginnende band in het Bolwerk. De jonge Spike deelt handtekeningen uit. - Foto: Bolwerk

Appie knikt instemmend. “Als geluidsman vind ik dat gekwebbel in de zaal ook zeer irritant. Ik probeer het geluid bij ieder optreden zo subtiel mogelijk af te stemmen, zodat bezoekers geen gehoorbeschadiging oplopen. Maar dan gaan mensen er tijdens het concert overheen praten. Uit pure woede ben ik weleens naar mensen toegelopen met de vraag of ze hun bek eens konden houden, maar in het algemeen kun je er helaas weinig tegen doen, of een artiest moet uit protest gewoon stoppen met spelen.”

Van Bolwerk-café tot kleinschalig podium

Plannen voor de toekomst zijn er volop. Zo staat een verbouwing van het aan de zaal grenzende Bolwerk-café op de wensenlijst. Hier moeten kleinschalige optredens komen. John: “Vroeger hadden we zo’n ruimte, waar beginnende bands voor een klein publiek konden optreden. Onder andere De Kik en DeWolff, bands die ons inmiddels zijn ontgroeid, stonden daar op de bühne. Zo’n klein podium voor talent missen we nu. Het zou geweldig zijn als dat terugkomt.”


Bolwerk in 1978 - Bolwerk

Zelf maakt hij dat als personeelslid niet meer mee. “Per 1 januari ga ik met vervroegd pensioen, maar ik kijk terug op mooie jaren.” Appie moet nog even door tot aan zijn pensioen. “Ik doe het geluid nog steeds met plezier. Dit werk houd je jong”, zegt hij. John besluit: “Het Bolwerk voorziet in een duidelijke behoefte en heeft een belangrijke functie in Sneek en de regio Súdwest-Fryslân. En dat al vijftig jaar!”

Cultureel Kwartier Sneek 
De voormalige Bolwerkschool (gebouwd in 1876) werd in 1975 omgevormd tot jongerencentrum, waar al snel concerten plaatsvonden. Ook de finale van De Kleine Prijs van Sneek, later de Friese Popprijs en de Kleine Prijs van Fryslân, had er jarenlang zijn thuisbasis. In 2009 werd het Bolwerk onderdeel van koepelorganisatie Cultuur Kwartier Sneek (CKS). Volgens John Schut was die stap cruciaal: “Zonder CKS was de overlevingskans van het Bolwerk niet groot geweest”, meent hij. Het pand werd volledig gerenoveerd en transformeerde tot een modern poppodium.

Het vijftigjarig bestaan werd afgelopen najaar gevierd met een expositie, samengesteld uit dozen vol teruggevonden posters, foto’s en knipsels.

Tekst: Broer Feenstra
Foto’s: Broer Feenstra, Bolwerk, Ankie Rusticus