Paul Betten ziet ze vliegen - “Het is kicken als ze op twintig meter hoogte met 600 kilometer per uur over je heen vliegen”

Door: Richard de Jonge 6 apr 2024, 20:07 Algemeen
Foto: Richard de Jonge
Afbeelding

SNEEK - Sinds zijn bezoek aan een open dag op de vliegbasis van Soesterberg is Paul Betten, geboren en getogen in Sneek, spotter van militaire vliegtuigen en heeft hij als zodanig bijna alle continenten en alle landen in Europa bezocht. Australië staat nog op zijn verlanglijstje, net als het vliegen in een F16. Dat laatste laat wellicht nog even op zich wachten, want dat is nogal kostbaar.

“Kijk,” zegt Paul Betten (60), bij het betreden van de woonkamer wijzend op een rijtje modelvliegtuigen op de schoorsteenmantel, “hier is het mee begonnen. Die kocht ik bij Yme Bakker.” Paul maakt deel uit van een redelijk vast groepje spotters die de wereld over trekt om vliegtuigen te fotograferen. Intussen is zoon Dennis ook besmet met het virus en vaak van de partij. Net als partner Inge, die op de bank ons interview met Paul met één oor volgt.

“Dan trilt het op je op je borstkas”
“Die eerste open dag van een vliegbasis kan ik me nog goed herinneren. In die tijd had je nog een grote diversiteit aan vliegtuigen: Franse Mirages, Amerikaanse Tornado’s, Starfighter, F15’, F1 Phantoms, een mooie Lockheed marine Neptune, geweldig. Tijdens de vliegshow klapte een F15 op de grond, zo door zijn landingsgestel heen, de 80-0007 BT”, schudt Paul Betten het registratienummer uit zijn mouw.

Daarmee was het zaadje geplant, want vanaf dat moment sloeg Paul geen open dag en/of vliegshow meer over, gevolgd door het bijwonen van militaire oefeningen. Na Nederland volgden landen als België, Duitsland, Frankrijk, maar ook Japan, Bahrein, Brazilië, en - “natúúrlijk”, zouden bijna zeggen - ook Amerika. De lijst is te lang om op te noemen. “Heel veel grote oefeningen organiseren ook spottersdagen”, vertelt Paul verder. “Daar heb je mediapassen voor nodig. Die kun je aanvragen als je werk hebt gepubliceerd, in boeken bijvoorbeeld. Dan sta je er echt bovenop. Dan sta je hier en rijden de straaljagers door de straat”, maakt hij een armgebaar naar buiten. “Je ruikt de kerosine, het lawaai van de motor en als ze gas geven, dan trilt het op je borstkas. Dat is geweldig. Elke keer weer.”

Walhalla
Hij pakt zijn mobiel en laat ter illustratie filmpjes zien waarin gevechtsvliegtuigen voorbij rijden en vervolgens opstijgen. Goed te zien, te horen en te voelen is wat voor geweld daarmee gepaard gaat. Paul: “De oefeningen zijn eigenlijk het leukst. We gaan straks weer naar Las Vegas, onder andere naar Nellis, een grote vliegbasis. Dan sta je met tien man midden in de woestijn tussen twee startbanen in en staan er gewoon tachtig tot honderd kisten om je heen. Het is kicken als ze soms op vijftien tot twintig meter hoogte met 600 kilometer per uur over je heen vliegen. Dat is wel ongeveer het Walhalla.”

Trappetje
“In Brazilië sta je tussen Brazilianen, Colombianen, mensen uit Ecuador en Uruguay, Amerikanen en Canadezen, maar ik was ook in Maleisië en dan komen alle omringende landen daarnaartoe. Japan, daar ben ik twee weken doorheen gecrost. Op vliegbases geweest. In Japan weet je zeker dat je gecontroleerd wordt en neem je een stapel kopietjes van je paspoort mee. Zo mooi, dan ben je druk aan het fotograferen en staan ze rustig te wachten tot je van je trappetje komt en tijd hebt.”

“Je ruikt de kerosine, hoort het lawaai van de motor en als ze het gas opdoen, trilt het op je borstkas. Dat is geweldig. Elke keer weer.”

Een trappetje, nodig om over het hek heen te kunnen fotograferen, maakt net als een camera met een flinke telelens deel uit van de vaste uitrusting van een vliegtuigspotter. “Het eerste wat we doen als we in een land als Japan zijn, is met de huurauto naar de lokale Gamma, trappetjes kopen.”

Condooms op het nachtkastje
“Japan is een geweldig land. Het mooiste land ter wereld en dat heeft met de cultuur en met de mensen te maken. Noem maar eens een land waar een cola-automaat die aan een gevel is gehangen, niet vernield wordt. Dergelijke automaten heb je daar bij bosjes. Dat kan in Japan. De mensen zijn supervriendelijk en het eten is geweldig. Ze spreken alleen nauwelijks Engels. Dat is in Taiwan ook zo. Daar is de hele boel in de war als je daar een restaurant binnenstapt. Dan boek je een hotel, is het een love-hotel en liggen de condooms op het nachtkastje”, lacht hij breeduit.

Agenten met getrokken pistolen
Door de jaren heen is er wel wat veranderd en is voorafgaand aan het betreden van een vliegbasis behoorlijk wat papierwerk gemoeid, weet Paul. “Als je in de jaren negentig aan de poort vroeg of je wat foto’s mocht maken, was dat vaak geen probleem. Dat is nu heel anders en schrijven we heel wat heen en weer voordat we toestemming hebben. Elke vliegbasis heeft een public affairs kantoor. Daar moet je zijn.”

Dan, uit het niets, zegt hij: “Ik heb trouwens ook wel eens over de motorkap van een auto gelegen. Dachten ze dat we met raketwerpers aan het eind van de startbaan stonden. Dat was op Barksdale, op een B-52 veld. Ik leunde wat tegen een telefoonpaal en ineens uit het niets drie onopvallende politieauto’s. Agenten eruit met getrokken pistolen. Handen omhoog, over de motorkap, fouilleren. Het waren jonge agenten. Het was snel voorbij toen er een wat oudere agent poolshoogte kwam nemen en zag dat we vliegtuigspotters waren. Bleek dat ze een melding hadden gehad dat er mensen met raketwerpers stonden. Dat waren onze lange lenzen. Typisch Amerikanen: enthousiast, maar heel paranoia,” lacht hij,

“Níét naar Iran”
Gevraagd naar zijn favoriete vliegtuig kan hij moeilijk kiezen. “De Saab 37 Viggen, de Mirage F1, de F4 Phantom en de F14 Tomcat, een Amerikaanse marinejager. Die vliegt alleen nog in Iran. Maar daar durf ik niet naartoe, want dan kom ik Amerika niet meer in.”

Een van zijn mooiste eigen vliegervaringen is die in een Bell UH-1 Iroquois, die we vooral kennen onder de naam Huey, bekend uit de Vietnamoorlog. “Als je daarmee vliegt, krijg je respect voor de mensen die er tijdens de Vietnamoorlog in vlogen. Beide zijdeuren open en alleen een heupgordeltje. Ik had nog weleens mee gewild met een Mig 29 tweezitter. Dat kon indertijd in Rusland, maar nu in verband met de oorlog niet meer.”

We vliegen heel wat af

Twintigduizend foto’s
Vliegtuigspotten is een voortdurende honger naar meer. Ondanks de ruim twintigduizend (!) foto’s, en dan tellen we alleen de digitale varianten, kan Paul er maar geen genoeg van krijgen. “Er zijn nog zoveel plekken waar ik naartoe wil: Zuid-Korea, Alaska, Australië. De plannen zijn dat we binnenkort naar Australië gaan. Dan bezoeken we eerst een grote oefening in Darwin en van daar reizen we door naar Melbourne. Daar woont de zoon van Inge.”

Inge kijkt op van de bank en neemt het laatste woord in dit interview, Ze heeft een aardige uitsmijter als besluit. “Dat vliegtuigspotten en dan vooral een hele dag in de woestijn, is erg vermoeiend, hoor. We staan er met het eerste licht en gaan pas weg als het te donker wordt. Slapen doen we maar een paar uurtjes en in zo’n land bezoek je natuurlijk zoveel mogelijk bases. We vliegen heel wat af.”

Foto: Richard de Jonge
Tekst: Richard de Jonge