Sneker Fokko Dam: “Ik bliëf un jonge út de binnenstad dy’t gek fan múzyk is”
Het is de maandag na het Dweilorkestenweekend als we met Fokko Dam, één van de organisatoren van het muziekspektakel in de Sneker binnenstad, dit interview hebben. Op de keukentafel liggen nog de programmaboekjes van het Dweilorkestweekend. Gastheer Fokko vraagt wat we willen drinken. Water! Zelf neemt de bakkerszoon een kop koffie. Hij oogt een beetje vermoeid na een drukke periode, maar dat mag, hij is tenslotte 65+, al zie je dat laatste niet aan hem af.

Voor we het interview starten, blikken we eerst even met Fokko van Dam terug naar het afgelopen Dweilorkestenweekend. Daarna kunnen we wel verder met het portretteren van deze rasechte Sneker.
Elf keer Sneeker Dweildag
“Het is dit jaar een zeer geslaagde aflevering van de Sneeker Dweildag geweest, en dat alweer voor de elfde keer”, vertelt Fokko. “De berichtjes die we van de verschillende kapellen krijgen zijn stuk voor stuk positief. Dat kan bijna ook niet anders want ze worden echt in de watten gelegd en dat moet ook, vinden wij. De meeste kapellen moeten twee tot drie uur rijden om hier te komen. We hadden dit jaar voor het eerst een Duitse kapel. Die hebben we ondergebracht in de Stadsherberg bij de Waterpoort. ‘Sie haben schon wieder gebucht’. Er komen kapellen die er een heel weekend van maken in Sneek. Daarom hadden we vrijdag ook een feestavond voor hen georganiseerd, aan boord van De Toerist VI van Menno van der Werf. Top! Een groot succes!
Wij zijn afhankelijk van sponsoring en subsidie. Zou dit wegvallen, dan heeft de Sneeker Dweildag geen bestaansrecht meer. En vergeet vooral niet onze trouwe 150 vrijwilligers die er alles aan doen om er samen met ons een geweldige muzikale dag van te maken.”
Een fantastische jeugd
Fokko Dam, zoon van Henny en Nan Dam, wordt op 28 september 1955 geboren in het hartje van de stad Sneek, in de Peperstraat. Zeven jaar later volgt zijn broertje Rudy en is het bakkersgezin Dam compleet. “Een fantastische jeugd”, volgens Fokko. Nadat hij bij juffrouw Wedeven op de kleuterschool heeft gezeten gaat Fokko naar de Eben Haëzerschool aan de voet van de Grote Kerk. De bakkerszoon is er vriendje met Gerben Hofstra (nog altijd trouwens), Henkie Kort en Dicky Londema. Na de lagere school volgt de mulo op het Kaatsland en later de Rehoboth aan de Lindelaan. Het papiertje van de mulo bemachtigt Fokko na een herkansing, ook wel de roemruchte Bezemklas genoemd. Vervolgens gaat Fokko naar de Middelbare Detailhandelsschool, maar dat diploma komt niet in het bezit van de Sneker.
Huzaren van Boreel
Na een blauwe maandag bij z’n vader in de bakkerij draagt Fokko ‘s Konings wapenrok als TD’er in de Kromhoutkazerne in Utrecht. Die diensttijd zal echter niet lang duren, tot grote spijt van Fokko. “De dirigent van Advendo had geregeld dat ik al vrij snel als slagwerker bij de Huzaren van Boreel, Het Trompetterkorps van de Cavalerie kon komen. Na een maand kreeg ik een herkeuring en werd ik op mijn ogen afgekeurd. Met één oog zie ik bijna niets, terwijl ik tijdens de schietoefeningen wel een van de beteren was. En wees nu eerlijk: een trommelslager hoeft toch niet veel met z’n ogen te doen? Maar regels zijn regels en ik mocht weer naar huis.”
Muziek als rode draad van het leven
Weer thuis in Sneek gaat Fokko naar de Muziek Pedagogische Academie in Leeuwarden. Daarmee pakt hij de rode draad in z’n leven weer op: muziek maken. Op zijn cv staat een indrukwekkende lijst van muzikale activiteiten, die in 1968 begint als hij zich aanmeldt bij De Harmonie van Sneek, wat tot de dag van heden voortduurt. Fokko vertelt enthousiast in het Snekers over hoe het allemaal begon.
“Ik wurdde altyd gek at der múzyk in’e stad was. At ut nou Advendo, ut Stedelek òf de Harmonie was, ik moest der naartoe. Thús kreech ik al gau groate blikken út’e bakkerij en met stokken en lepels trommelde ik dêr dan op. Myn tante Ursie, dy’t bij oans werkte, fond dat prachtech. Fan har kreech ik un blikken trommeltsje en ik sjoude deur de bakkerij. Harkema, dy’t ok bij oans werkte, speulde tuba bij de Harmonie. Harkema sei toen teugen myn ouwelui: ‘Dy jonge mut bij de Harmonie’. En su is dat toen gaan. Ik kwam as twaalfjarech jonkje bij de drumband fan’e Harmonie, wêr’t ik les kreech fan Jan Brens. Ik weet mij nòch goëd te herinneren dat we un útfoering in Amicitia hadden. Stond ik naast un jonge die blykber un soad flair en show had. Toen ik myn ouders froech hoe’t se ut optreden fonden, seiden se dat dy jonge naast mij ut geweldech deed. Nou, ik sal dy fertelle, dat hij der niks fan kon! Ik was gewoan wat te beskeiden òf te ferlegen. Dat is later deur ut speulen in un band en de Blauhúster Dakkapel wel feranderd.”
Blauhúster Dakkapel en de koninklijke familie
Met het noemen van de fameuze Blauhúster Dakkapel komt Fokko helemáál op de praatstoel. De ene anekdote na de andere wordt verteld. Als Fokko Dam in 1978 lid wordt van de Blauhúster (die op 24 juni 1972 ontstond nadat op het dak van bejaardenhuis ‘It Teatskehûs’ in Blauwhuis het wereldrecord van drie uren en een kwartier nonstop blaasmuziek was gevestigd) blijft hij dat tot november 2012 als het beroemdste dweilorkest van Nederland het slotconcert geeft. Uit de hele reeks van hoogtepunten, waaronder veel buitenlandse trips, optredens tijdens het EK en WK schaatsen in het Thialfstadion en optredens in het Abe Lenstra Stadion (met dwergpoedel en struisvogel!) vertelt Fokko hoe het er aan de vooravond van het huwelijksfeest van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan toe ging.
“Eerder, bij een bezoek van het koninklijk paar aan Leeuwarden, waar wij ook bij waren, had Eppo Silvius onze Blauhúster ambassadeur, Willem-Alexander al een sticker gegeven. ’Die moet u goed bewaren, anders komt u niet in de hemel’, had Eppo gezegd. Niet veel later werden we door iemand van het Koninklijk Huis opgebeld of wij een week voor de bruiloft wilden optreden in de ontvangsthal van Madurodam. Eerder hadden we ook al eens een verzoekje gekregen, maar we wilden niet als muzikaal behang fungeren, dat we wimpelden het af. Nu was het anders. Nico Silvius zette een heel programma in elkaar. We zijn er met een bus naar toe gegaan. Bij aankomst stond er een batterij fotografen klaar en wij speelden daar uiteraard op in door gekke bewegingen te maken. Het was van rikke-tikke-tik. Allemaal foto’s. Het was een privé-feest, binnen mocht er ook geen pers bij, en wij waren de enige muzikanten.
Toen we opkwamen met de Triomfmars uit de Aïda van Verdi was het meteen een gekkenboel. Ongelofelijk. Iedereen deed mee en Mr. Pieter van Vollenhoven had de tranen over de wangen biggelen van het lachen. Willem-Alexander stond naast mij. Op een gegeven moment zeg ik tegen hem: ‘Jij kan de bordjes wel even doen!’ ‘De bordjes?’, vraagt hij. ‘Ja, ik geef wel aan wat je moet doen’, zeg ik. Hij ging boven op een stoel staan en toen ging het los. ‘Zakke! Springe!’ Nico hield zich helemaal niet meer aan het geplande programma, het werd gewoon een spontaan feest. Prachtig. Het duurde geen tien minuten maar drie kwartier! Na afloop kwam er nog een dame die mij bij de arm pakte: ‘Wat een fantastisch stukje muziek!’ Was koningin Beatrix.”
Fokko en Trea
Als Fokko Dam deze verhalen en anekdotes vertelt, twinkelden z’n ogen. Het is onbegonnen werk om al zijn activiteiten in kort bestek weer te geven, temeer ook omdat hij bij ieder item wel weer een mooi verhaal heeft. “Ik bliëf un jonge út de binnenstad dy’t gek fan múzyk is”, zegt hij samenvattend. De dag na ons interview appt hij een lijstje waarop alle muzikale activiteiten staan (“Mar ik sal fast wel un paar fergeten weze”). Al die activiteiten, Fokko is de eerste om het toe te geven, zou hij nooit hebben kunnen realiseren zonder zijn vrouw Trea Elsinga (“Sij fond mij altyd al leuk. Ja, onferstelber nou?), aan z’n zij. Fokko en Trea zijn sinds 1988 al bij elkaar”. Ambtenares Zus Slippens-Poiesz trouwde het stel een jaar later, op 3 augustus. Het echtpaar heeft drie kinderen: Patrick, Josefien en Jeroen. Er zijn inmiddels twee kleinkinderen: Fayén van Patrick en Lisa en Fenna van Josefien en Peter.
Hoe Fokko Dam zichzelf verder zou portretteren? “Ik ben feestvierder op het podium, maar in gezelschap niet. Daar heb ik ook nooit het hoogste woord.” Wat de woorden over die ‘feestjes’ betreft: misschien zijn ‘de memoires van Fokko Dam’ een optie?












