Algemeen

De Doarpswinkel van Oudega draait na twee jaar als een tierelier

Op de dag dat heel Nederland in de ban is van de maatregelen om het coronavirus te beteugelen togen we naar Oudega. Daar gingen we in gesprek met Gryt Bootsma en Janneke Hoekstra, twee van de zes vaste medewerkers van de ‘hoogwaardige gemakswinkel’. We interviewden beide dames afzonderlijk, niet vanwege het coronavirus, maar omdat het zo druk was in de winkel. “Nee, hoor dat heeft niets met hamsteren te maken”, zeggen de beide ‘froulju’ in koor.

Afbeelding
Oudega- In het voorjaar van 2018 opende de ‘Doarpswinkel’ in Oudega haar deuren voor de inwoners en toeristen in het watersportdorp aan de Brek. Hoe staat de winkel er twee jaar later voor enzijn de hooggespannen verwachtingen van het ambitieuze project ook waargemaakt.

We doen onze stinkende best

Janneke Hoekstra, allround medewerker van de ‘Doarpswinkel’ wil wel als eerste iets over ‘haar’ winkel vertellen. “Over twee weken bestaat de winkel precies twee jaar. Ik ben er vanaf het eerste moment bij betrokken geweest. Mijn ervaringen met de winkel zijn geweldig en ik ben blij dat ik hier mag werken. De dorpsmensen zijn blij dat wij er met de winkel zijn. We doen onze stinkende best om het mooi te houden, het mensen naar de zin te maken, producten te leveren waar vraag naar is. Het is écht prachtig om dit werk te mogen doen”, zegt de 34- jarige medewerkster.

Geen opvolging

Even terug naar oktober 2017, toen Pier Reijenga van de Troefmarkt aankondigde dat hij zijn winkel voorgoed zou sluiten. Reijenga had geen opvolger, vandaar. Het was voor de Recreatiestichting en Dorpsbelang Oudega reden om op zoek te gaan naar een alternatief. De samenwerking resulteerde in een enthousiaste werkgroep die het plan had om een ‘hoogwaardige gemakswinkel’ te realiseren, want een dorp zonder winkel was voor de Oudegaasters geen optie. Op 28 maart 2018 was er open huis en een dag later konden de inwoners en recreanten winkelen in hun eigen ‘Doarpswinkel’.

Janneke Hoekstra

“Rudi Bouma is hier een half jaar geweest om ons op te leiden, omdat wij geen van allen zijn opgeleid als ‘winkelvrouw’. Ik ben zelf sociaalpedagogisch medewerker. Wat ik vooral van Rudi heb geleerd is wat er achter de schermen nodig is om een winkel draaiende te houden. Voordat ik hier kwam, had ik geen flauw benul van wat er allemaal gebeurde. Zo heb ik geleerd om bestellingen te doen. Op het eerste gezicht lijkt dat vrij eenvoudig, maar de bestellingen zijn geen week gelijk. Je krijgt steeds meer ervaring en houdt rekening met factoren als het weer en de drukte. Als het 30 graden wordt, dan drinken mensen meer. Is het hoogseizoen qua vakanties? Wordt het een barbecue-weekend? Extra vleespakketjes bestellen. Kortom overal rekening mee houden”, weet Janneke Hoekstra inmiddels.

Dingen uit handen geven

In de afgelopen twee jaar heeft de winkelmedewerkster niet alleen veel dingen geleerd, maar ook afgeleerd. “Loslaten, iedereen in ons het team heeft z’n eigen taak. In het begin deed ik de bestellingen alleen, maar ondertussen doen we bijvoorbeeld de vers bestellingen, zoals zuivelproducten en groenten met z’n drieën. Prima om dingen uit handen te geven, daardoor krijg je ruimte voor jezelf.”

Ontmoetingsplek

Gryt Bootsma

Gryt Bootsma, ook vanaf het eerste uur bij de Doarpswinkel betrokken, is erg enthousiast over de belangrijke dorpsvoorziening: “We hebben zelf een bedrijf gehad, maar door gezondheidsproblemen van mijn man moesten we dat verkopen. Toen er twee jaar geleden mensen werden gevraagd om in de winkel te komen werken, heb ik die kans met beide handen aangegrepen. Heerlijk, om weer onder de mensen te zijn en het klanten naar hun zin te maken. Wij vinden het heel belangrijk dat de winkel een ontmoetingsplek voor de mensen is.

We merken dat de dorpsbewoners en de toeristen zich hier blij voelen en dat ze ook met dat gevoel de winkel uitgaan. Dat hebben we voordat we met de winkel begonnen moeten missen, die sociale functie. We hebben zes weken de winkel van Pier moeten missen. Toen pas merkte je goed wat het is om geen dorpswinkel meer te hebben. Er waren mensen die zeiden dat het juist goed is geweest dat we een half jaartje zonder winkel moesten. Omdat ze daardoor gretig waren dat er weer een dorpswinkel was. Dat vond ik een beetje ‘over de top’. Maar zo’n dorpswinkel is voor de ‘mienskipsin’ zondermeer goed.”

Kwaliteit wint altijd

“De kracht van deze ‘Doarpswinkel’ is dat wij kwalitatief goede producten hebben. We verkopen goed spul, daar komen de mensen graag voor terug. Het is echt zo dat kwaliteit wint! Hierdoor voel ik mij als een vis in het water, het voelt echt alsof het mijn eigen winkel is. Dat zeggen we trouwens allemaal: ‘ús winkel’. Het is toch bijzonder dat je met zes dames zo’n winkel kunt runnen. We werken allemaal 16 tot 20 uren per week, iedereen werkt ongeveer evenveel uren en ook eerlijk verdeeld over de verschillende tijden van de dag. Het is wel aardig dat we de namen van de andere vier vrouwen ook even noemen: Aeltsje Bosscha, Geartsje (‘Gup’) Ykema, Wiep Posthuma en Tjitske Santema. Onze neuzen staan dezelfde kant op, iedereen heeft z’n eigen taak en het loopt voortreffelijk doordat we de zaken altijd goed aan elkaar overdragen. Er is ook geen bedrijfsleider; degene die aan het werk is lost eventuele problemen op. Verder kunnen we altijd rekenen op de geweldige inzet van onze jeugdige medewerkers.”

Dat er in de ‘Doarpswinkel’ van watersportdorp Oudega een groot verschil is in klandizie tussen de zomermaanden en de winters moge duidelijk zijn. Tijdens de piek in de zomervakantie staan de dames ’s morgensvroeg om halfzes al met de zweetdruppels op het voorhoofd de broodjes af te bakken. De toeristen staan dan vaak in rijen te wachten op de warme broodjes.

“We mogen dan misschien een seizoenbedrijf zijn, maar we vinden dat het dorp op de eerste plaats komt. We doen dit voor alle gasten die er zijn, maar uiteindelijk moeten we het ’s winters van de dorpelingen hebben en die zijn minstens zo belangrijk. We ervaren dat ook van de Oudegaasters, die halen hun versproducten bij ons”, zegt Gryt.

De verse producten die in de ‘Doarpswinkel’ verkocht worden, komen bij lokale ondernemers vandaan. Vanaf het eerste uur levert Ypma uit Heeg het brood en banket, zorgt Thijs van der Meer uit Workum voor kwaliteitsvlees. Groente en fruit van de Cranberry uit Joure. De kruidenierswaren worden betrokken van groothandel Van Tol. ‘De Nijlander’ brengt de kazen en wie zin heeft aan een lekker wijntje kan terecht in de unieke wijnkelder van de ‘Doarpswinkel’, en voor wie nog een leuk cadeautje wil kopen staan in de kelder de prachtige producten van Sterk&sVeer uit Sneek en cadeauartikelen van Wolthús uit Oudega.

Al die producten zijn terug te vinden in het door Akkelien Reitsma ontworpen logo van de Doarpswinkel, waarbij de drie banen verwijzen naar Aldegea, Idzegea en Sânfurd.

Tekst: Henk van der Veer

Foto’s: Laura Keizer

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding