Algemeen

Gaat Badpaviljoen Hindeloopen ten onder aan de willekeur van één man?

Hindeloopen - Afgelopen week was er in GrootSneek een artikel te lezen over de teloorgang van het Badpaviljoen Hindeloopen dat inmiddels de twijfelachtige eer heeft ‘gekregen’ om met stip te belanden in de top-tien van meest bedreigd cultureel erfgoed van Nederland. Hierbij werd wellicht ten onrechte de indruk gewekt dat overheidsambtenaren navelstarend drukker bezig waren met het in stand houden van hun eigen baan dan met de redding van dit eens majestueuze stukje erfgoed bij Hindeloopen. Dat is niet terecht, omdat er achter de schermen veel pogingen zijn gedaan om eigenaar Douwe van der Meulen te bewegen het badpaviljoen te restaureren, hetzij te verkopen aan de gemeente Súdwest-Fryslân. Het   ondoorgrondelijke gedachtegoed en het schijnbaar willekeurige gedrag van de recreatieondernemer echter is er debet aan dat er tot op de dag van vandaag nog niets is gebeurd.

Afbeelding
Hindeloopen - Afgelopen week was er in GrootSneek een artikel te lezen over de teloorgang van het Badpaviljoen Hindeloopen dat inmiddels de twijfelachtige eer heeft ‘gekregen’ om met stip te belanden in de top-tien van meest bedreigd cultureel erfgoed van Nederland. Hierbij werd wellicht ten onrechte de indruk gewekt dat overheidsambtenaren navelstarend drukker bezig waren met het in stand houden van hun eigen baan dan met de redding van dit eens majestueuze stukje erfgoed bij Hindeloopen. Dat is niet terecht, omdat er achter de schermen veel pogingen zijn gedaan om eigenaar Douwe van der Meulen te bewegen het badpaviljoen te restaureren, hetzij te verkopen aan de gemeente Súdwest-Fryslân. Het   ondoorgrondelijke gedachtegoed en het schijnbaar willekeurige gedrag van de recreatieondernemer echter is er debet aan dat er tot op de dag van vandaag nog niets is gebeurd.

Plannen

In 2001 is het paviljoen gekocht door de huidige eigenaar, Douwe van de Meulen. Het pand had toen al veel van zijn oude allure verloren door eerdere bestemmingen, waaronder een discotheek. Na een paar slappe jaren sluit de huidige eigenaar zijn horecavoorziening en geeft een architect opdracht om een restauratieplan te maken, met meer opslag in het dijklichaam. Dit plan is ingediend voor subsidie bij de toenmalige Gemeente Nijefurd, het Rijk en de Provincie.

In maart 2010 zet de Bond Heemschut het paviljoen op de lijst met meest bedreigde rijksmonumenten, nadat het verval al flink heeft toegeslagen. Het Rijk verleent in oktober 2010 subsidie op basis van de Tijdelijke subsidieregeling restauratie speciale projecten. Aan de subsidieregeling is de verplichting verbonden dat de werkzaamheden in 2010 starten en uiterlijk 31 december 2013 gereed zijn. Door de Provincie wordt informeel een bijdrage toegezegd, maar uiteindelijk niet verleend, bij gebrek aan vertrouwen in de eigenaar dat hij daadwerkelijk gaat restaureren. Terecht, zo blijkt want uiteindelijk voldoet de eigenaar niet aan de gestelde deadlines.

Het weghalen van de verloederde arken langs de arken als wisselgeld voor medewerking van SWF aan verandering van het bestemmingsplan voor Camping Schuilenburg.

Wisselgeld

De toenmalige gemeente Nijefurd poogt de eigenaar alsnog zo ver te krijgen met de restauratie te starten. Hiervoor hebben zij in 2010 twee overeenkomsten met de eigenaar afgesloten. In ruil voor medewerking vanuit de gemeente aan het omzetten van de camping van de eigenaar naar een recreatiepark met 191 woningen (Lees: aanpassen Bestemmingsplan), belooft de eigenaar een deel van zijn winst en de toegezegde subsidies in te zetten, om het paviljoen te restaureren. Inmiddels is de gemeente Nijefurd opgegaan in de nieuwe gemeente Súdwest-Fryslân. In 2012 komt de Bond Heemschut ter ore dat de gemeente het Bestemmingsplan gaat aanpassen. De Bond heeft de gemeente een brief gestuurd, met het verzoek uitleg te geven over wat er met de subsidies is gebeurd en de gemeente erop te wijzen dat zij hun laatste middel uit handen zouden geven als zij, zonder nieuwe eisen te stellen aan de eigenaar, het plan zouden aanpassen.

Wethouder Maarten Offinga (r) en Douwe van der Meulen (l). Toen nog vol vertrouwen dat: ‘Alles sal reg kom’

In een gesprek met de gemeente heeft de Bond getracht de gemeente te adviseren op het gebied van juridische mogelijkheden om de eigenaar aan te schrijven. Inmiddels is het plan wel aangepast, maar is de restauratie niet uitgevoerd. Achteraf blijkt dat de gemeente achter de schermen al bezig was met een ultieme poging om het Badpaviljoen aan te kopen, met behulp van externe partijen (zie artikel LC, 9-1-2013). Daarbij werd recreatieondernemer Van der Meulen een aanzienlijk bedrag geboden. Hij is hier echter niet op in gegaan, maar kon wel beginnen aan de ontwikkeling van zijn buitendijks gelegen recreatiepark, omdat de gemeente vroegtijdig haar troeven had uitgespeeld door medewerking te verlenen aan de wijziging van het bestemmingsplan.

Op dit moment wil hij met niemand meer contact hebben over het Badpaviljoen. Anno 2015 blijkt de Gemeente achter de schermen in gesprek te willen blijven met de eigenaar, maar dit is tot nu toe op niets uitgelopen. Uit angst voor vandalisme, schijnt het pand nu bewoond te worden door zijn dochter en is het pand vanaf de straat niet meer te bereiken door de plaatsing van hekken.

Met dank aan de Erfgoedvereniging Heemschut voor de aanvullende informatie.

Onderhoudsplicht

Kan er dan helemaal niets worden gedaan aan de onwelwillende houding van de recreatieondernemer die het rijksmonument willens en wetens lijkt te verwaarlozen door stelselmatig over alle mogelijke opties die hem worden geboden weigert in overleg te gaan? Monumententoezicht zegt hierover: Aan een eigenaar van een monument kan in beginsel niet de verplichting worden opgelegd zijn monument te onderhouden. De wetgever heeft er expliciet voor gekozen om geen onderhoudsplicht voor (rijks)monumenten in te stellen. Gevolg hiervan kan zijn dat een eigenaar het pand zodanig laat aftakelen dat op het moment dat een sloopvergunning wordt gevraagd, het bevoegd gezag niet anders kan dan de sloopvergunning voor het monument verlenen.

Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat het wel mogelijk is conserverende maatregelen af te dwingen bij (ernstige) verwaarlozing van (schade aan) het monument. In een brief van de minister van OCW over onrendabele monumenten is aangegeven dat ‘de beschikbare wettelijke procedures rondom sloop, maar ook herstel van monumenten, voldoen indien ze consequent en tijdig worden ingezet’. Het is dus zaak bij verval van monumenten tijdig handhavingsmaatregelen te nemen.

Buiten de monumentenwetgeving bestonden al wel mogelijkheden op te treden tegen vervallen panden. Burgemeester en wethouders kunnen soms handhavend optreden bij strijd met het Bouwbesluit, strijd met de erfgoedverordening en via de Woningwet, of ernstige strijd met criteria uit de welstandsnota.

Als het dan niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Ten slotte mag slecht gedrag niet beloond worden met een eventueel door de eigenaar gewenste sloopvergunning van het Rijksmonument.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding