Column: Weg met het kunstgras
Ook onze gemeente is bezig om een visie te schrijven op dit gebied. Wethouder Gea Wielinga beloofde in het voorjaar dat deze na de vakantie het licht zou zien. Het is inmiddels eind oktober, dus lang kan het niet meer duren. Diverse verenigingen hebben verzoeken ingediend om (extra) kunstgrasvelden. Niet alleen in Sneek maar ook leven er wensen in bijvoorbeeld Bolsward.

Het teleurstellen van verenigingen staat niet bovenaan het lijstje van welke wethouder dan ook, maar ik denk dat dit onvermijdelijk zal zijn. Er schijnen in onze gemeente vijftien kunstgrasvelden te liggen. Een eenvoudige optelsom leert dat je dan rond een miljoen jaarlijks moet reserveren om dit aantal in stand te houden.
Persoonlijk vind ik, en daarin sta ik bepaald niet alleen, kunstgras vooral mooi omdat je altijd kunt trainen. Ook voor de allerkleinsten is het geschikt om de techniek aan te leren. Maar competitievoetbal hoort op gras. Ook staat het vast dat ‘het spelletje’ anders is dan op natuurgras. Ondanks het feit dat fabrikanten de matten steeds verder perfectioneren blijft de bal anders reageren op een artificiële mat. Vanuit nostalgisch perspectief gaat er in mijn optiek niets boven modderige tenues, gras in het haar en doorweekte keepers.
Voor het voetbal is het te hopen dat men, onder leiding van de nieuwe top bij de KNVB, nu eens ‘ballen’ en daadkracht toont. We zijn een paria in Europa. Op een paar uitzonderingen na in de perifere gebieden als Malta, Gibraltar en Rusland zie je dat er gespeeld wordt op kunstgras, maar dat is het dan ook wel. Dus bobo’s: doe je ding!
Gerard van Leeuwen













