Welkom in de wereld van Marijn Oostland, de bijenkoning van Sneek: “Het moment dat je een kast opent en de bijen ziet werken, is bijna hypnotiserend”
Het is een rustige vrijdagmiddag in Sneek als ik bij Marijn Oostland aan tafel schuif in zijn woning aan de Commanderij, die hij deelt met vrouw Hannah en drie kleine kinderen. Het zachte gezoem van bijen uit de tuin lijkt zelfs in de woonkamer bijna hoorbaar. Marijn leunt achterover, glimlachend, omdat hij weet dat we over bijen gaan praten. “Bij de bijen sluit ik me helemaal af van de rest van de wereld”, zegt hij. “Het is pure rust.” Een portret van de bijenkoning van Sneek…

Marijn Oostland, geboren op 4 april 1988 in Groningen, is de oudste van vier kinderen van Henk Oostland en Wineke Boer. Zijn jeugd in een flatje in Groningen en de levendigheid van een groot gezin hebben hem gevormd tot wie hij is: een beetje onrustig, maar dat heeft hij tegenwoordig goed onder controle. Dankzij de bijen. Marijns werkweek is een zorgvuldig samenspel van werk, gezin en de zorg voor de bijen. Hij werkt drie dagen per week bij een jachtwerf op It Gês in Sneek. Na zijn werk thuis zorgt hij met z’n vrouw Hannah, die werkzaam is in de zorg, voor hun drie kinderen. Pas daarna pakt hij de fiets en rijdt langs zijn bijenkasten. “Mijn week is strak gepland.”
De vonk van fascinatie
Marijns fascinatie voor bijen begon tijdens een vakantie met z’n ouders in het Zwarte Woud in Duitsland. Op 14-jarige leeftijd stond hij voor het eerst oog in oog met een bijenvolk en voelde hij meteen de magie van de geordende chaos. “Iedereen ziet alleen een vliegende bij, maar het hele systeem erachter is fascinerend”, vertelt hij met een glinstering in de ogen. Die vonk van fascinatie hoopt Marijn ook over te brengen op hun oudste dochter van zeven. Regelmatig loopt hij met haar naar de bijenkasten om haar kennis te laten maken met de bijzondere wereld van het bijenvolk.
Marijn zelf raakte geïnspireerd door zijn vader, die enkele jaren met bijen werkte, en in 2021, tijdens de coronapandemie, begon hij zijn eigen imkerij in Sneek. Hij herinnert zich levendig hoe hij zijn eerste bijenvolk aanschafte. Hij belde een lokale imker in Nijland en kon het volk binnen enkele dagen ophalen. "Ik had nog nooit zoiets gezien, maar vanaf het moment dat ik die kast opende, was ik verkocht", vertelt hij. De eerste inspecties waren spannend; hij leerde hoe je voorzichtig de ramen losmaakt, de rookpot gebruikt en de bijen observeert zonder ze te storen. “Het eerste moment dat je een kast opent en het gezoem hoort, de bijen ziet werken, is bijna hypnotiserend.” Deze ervaring legde de basis voor zijn manier van werken vandaag.
Zes locaties, zestien bijenvolken
De bijenkasten van Marijn strekken zich uit over zes locaties. Naast de bijen van de lokale vereniging bevinden zijn bijenvolken zich onder andere op het Volkstuincomplex Nut en Genoegen in de Noorderhoek. Met zes locaties, zestien volken en een tomeloze energie is Marijn Oostland een bekend gezicht in de imkersgemeenschap van Sneek.
Het werken met bijen is weersafhankelijk, legt hij uit. Onder de 13 graden Celsius werkt Marijn niet, en regen of storm kunnen een dag óók volledig blokkeren. “Het beïnvloedt niet alleen mijn werk met de bijen, maar belemmert ook de bijen zelf en dus de honingopbrengst.” Het zwermseizoen loopt van eind april tot eind juni, een periode van hoge concentratie en veel reizen tussen zijn locaties. Na het zwermseizoen bereidt hij de volken voor op de winter met suikerwater en extra voorraad, zodat ze veilig de kou kunnen overleven.
Naar buiten
Marijn vertelt op deze zonnige vrijdagmiddag niet alleen, maar neemt ons ook mee naar buiten. Ik mag zelf een heus beschermend imkerpak aantrekken. “Kom een stapje dichterbij, luister naar het gezoem en ervaar de magie van de bijenwereld zelf”, zegt hij glimlachend, terwijl hij ook zelf een imkerpak aantrekt en het gezoem van zijn bijenkasten lijkt na te bootsen. Tijdens de inspectie achter in zijn tuin waar enkele kisten staan, kijkt Marijn naar alles: de vliegplank, de koningin, de darren en de larven. "Ik let erop of er speeldoppen zijn, of er schermcellen voor een nieuwe koningin ontstaan. Zo kan ik afleggers maken en zwermen voorkomen. Ik kan soms een uur bij één enkel volk doorbrengen, luisterend naar het gezoem, ruikend aan de rook en mij volledig afsluiten van de buitenwereld.”
Met de rookpot in de hand opent hij zorgvuldig de bijenkasten, blaast een paar pufjes rook onder de houten ‘bijenwoningen’ en haalt de honingkamer weg om te inspecteren. Elk raam wordt gecontroleerd op eitjes, larven en koninginnen en soms worden kunstzwermen gemaakt om zwermen te voorkomen.
Discipline, geduld en voldoening
Marijn benadrukt dat imkeren een hobby is die discipline, geduld en liefde voor de natuur vereist. “Het is de natuur die me trekt. De verbinding met de bijen, het observeren van hun ritme en het wonderlijke leven in een volk vormen de kern van mijn motivatie. Imkeren helpt mij om mijn concentratie te richten en geduld te oefenen. Elke kast, elk raam, elke bij vraagt aandacht en respect.”
De hobby vraagt ook financiële investeringen. Een goede kast kost ongeveer € 300-. Een bijenvolk kost € 35- en er zijn kosten voor bestrijding van parasieten, zoals de tropilaelaps-mijt, een kleine, maar zeer agressieve parasitaire mijt die honingbijen belaagt. De tropilaelaps-mijt is een een Aziatische mijt die via globalisering in Nederland is opgedoken. Ook de opkomst van de Aziatische hoornaar, een invasieve soort, houdt hem alert. “Het is een dure hobby” geeft Marijn lachend toe “maar de voldoening die je ervoor terugkrijgt is onbetaalbaar.”
Afnemende biodiversiteit; een gevaar voor de bijenstand
Marijn maakt zich zorgen over de bijenstand en de afnemende biodiversiteit. Door intensieve landbouw, monoculturen en beperkte bloemenweiden vinden bijen steeds minder voedsel. “De gemeente Súdwest-Fryslân doet veel aan biodiversiteit in bijvoorbeeld de bermen. Kijk maar eens hoe kleurrijk het tegenwoordig allemaal is. Het gele raapzaad, de klaproosjes en noem maar op. Prachtig voor de bijen en andere insecten. Heel wat beter dan de steriele raaigraslanden. Wilde bijen hebben het daar zwaar”, weet hij.
Toch ziet de Sneker imker hoop in kleine dingen die iedereen kan doen. Hij geeft praktische adviezen door aan iedereen die bijen wil helpen. “Plant inheemse bloemen, maak bijenhotels of laat stukken van de tuin rommelig en natuurlijk. Het hoeft niet groot te zijn; een hoekje van een of twee vierkante meter kan al een verschil maken. Kleine acties kunnen al een grote impact hebben.”
Nieuwe technologieën
Marijn besteedt veel aandacht aan routine en precisie. Hij inspecteert de vliegplank, observeert darren en controleert de koningin. Bij tekenen van zwermdrift plaatst hij kunstvolken, zodat bijen niet ongecontroleerd wegzwermen. “Het is alsof je met een klok werkt, maar de bijen hebben hun eigen ritme”, legt hij uit.
Hij kijkt ook vooruit. Hij wil zijn imkerij uitbreiden, een aparte ruimte creëren voor honingextractie en bijenonderhoud. Nieuwe technologieën gebruiken om de gezondheid van zijn volken te monitoren. Naast het onderhouden van zijn volken, volgt Marijn innovaties zoals sensortechnologie in kasten, waarmee temperatuur, gewicht en geluid gemeten worden. Hij blijft echter benadrukken dat niets ervaring kan vervangen. “Daarom mocht je het pak ook even aantrekken!”, legt hij me uit.
De natuur begrijpen en beschermen
Zijn verhaal laat zien dat imkeren veel meer is dan honing oogsten: het is een manier om de natuur te begrijpen, te beschermen en van te leren. Marijn geeft zijn kennis over bijen ook door aan de volgende generatie. Zijn doel is om respect en waardering voor de natuur over te brengen, zodat kinderen leren dat bijen essentieel zijn voor onze omgeving.
Zijn oudste dochter loopt soms mee, leert over larven en honing en ziet hoe observatie en geduld hand in hand gaan en Marijn heeft ook al eens de Simon Havingaschool, waar hun drie kinderen naar toe gaan, bezocht om over bijen en het imkeren te vertellen. “Het maakt wel indruk als ik een klaslokaal binnenstap in mijn imkerpak. Kinderen mogen de kasten van dichtbij bekijken, ruiken aan de bijenwas en de honing proeven. Ze stellen honderd vragen."
Kennismakingscursus
Voor beginnende imkers heeft hij een duidelijke boodschap: “Begin met een kennismakingscursus, leer de basis en heb geduld. Het is een hobby die tijd, aandacht en liefde vraagt, maar die ook rust, voldoening en verbondenheid met de natuur biedt.”




















