Frits Barend sprak in Turns in een druk bezochte herdenkings-en bevrijdingsdienst op zondag 3 mei.
TURNS - Het voelt nog steeds als thuiskomen voor Frits Barend als hij in Friesland komt. Hoewel hij na de oorlog geboren is, draagt hij het verhaal van de onderduik van zijn ouders en broer Bert met zich mee. Zijn ouders met de kleine Bert waren in de laatste jaren van de oorlog 1943 -1945 ondergedoken bij Jelle en Jeltje de Vries uit Oudega (De Fryske Marren). Voor zijn moeder was het bijna verkeerd afgelopen.

Zij werd in het laatste jaar van de oorlog bij een huiszoeking opgepakt en naar kamp Westerbork gestuurd. Gelukkig reden er toen geen treinen meer naar de vernietigingskampen. Tijdens deze huiszoeking waren vader Flip Barend en de kleine Bert met heit Jelle in het land aan het werk. Zij werden snel gewaarschuwd door dorpsgenoten en konden ergens anders ondergebracht worden. Na 14 dagen kon Bert, die niets anders deed dan huilen, weer terug naar heit en mem Jelle en Jeltje.
Voor hem was het veilig, want Bert stond namelijk ingeschreven in hun trouwboekje als Bert de Vries en hij was niet te onderscheiden van andere Friese jongetjes. Hij had blond haar en sprak alleen maar Fries met zijn heit en mem. Zijn eigen vader en moeder spraken Nederlands en die spraken ook niet met hem. Dat was te gevaarlijk. De kleine Bert wist niet beter dat Jelle en Jeltje zijn heit en mem waren. Na de oorlog toen zijn eigen ouders weer herenigd waren, vertrokken ze met Bert terug naar Amsterdam. Voor Jelle en Jeltje de Vries een hele strijd om hun kleine Bert af te staan. Jelle, een stoere Friese man, huilde toen de boot van Lemmer naar Amsterdam vertrok. En ook voor Bert was het een trauma, dat hij gescheiden werd van heit en mem. Gelukkig kwam hij later, toen hij wat ouder werd, weekends en in de vakanties naar Oudega. Frits Barend, die na de oorlog geboren werd, kreeg als tweede naam Jelle, als eerbetoon aan onderduik heit Jelle.
Frits Jelle Barends levensmotto is: Denk niet in hokjes, overal zijn goede en slechte mensen. Zo werden zijn vader, moeder en broertje verraden door een Nederlander en gered door een Duitser.
Waar liefde is tussen de mensen, blijven de banden stevig. Dat is niet afhankelijk van een bloedband. Dat hebben Bert en Frits wel bewezen tegenover onderduik mem Jeltje, tot aan haar dood bleven ze haar om beurten bezoeken in het bejaardentehuis te Sneek.
Na de dienst is er nog nagepraat in het dorpshuis “Ús Boppeslach” in Turns onder het genot van een kopje koffie met een broodje.


















