Jilles Bandstra en z’n vrienden maakten een wrak tot Vrouwe Jantje
Pas als je met hem gaat praten over het wel en wee van het Iepen Frysk Kampioenskip Skûtsjesilen (IFKS), dan komt er enthousiasme in zijn stem. Hij heeft namelijk geloof in de skûtsje-organisatie. Daarvóór hebben we het eigenlijk alleen maar gehad over dat hij en vier vrienden een stuk ijzer, wat nog een heel klein beetje op een skûtsje leek, verbouwden tot een van de mooiste schepen van de IFKS vloot: de Vrouwe Jantje. In dat verhaal is bescheidenheid het motto van Jilles Bandstra. “We ha ús bêst dien.”

Bescheidenheid over het goed afgeronde avontuur wat het vijftal negentien maanden geleden aanging, is echter niet nodig. Trots wel. Het is een geweldige prestatie geweest. De oude hellingbazen uit Fryslân draaiden zich vol bewondering om in hun graf. Zij zouden het indertijd tot woonschip verbouwde skûtsje, dat in de Amsterdamse grachten voor zinken lag, hebben afgeschreven en naar de toen nog Hoogovens hebben gevaren. “Dêr kin je neat mear mei”, zouden ze zeggen.
Vijf jongens en ‘n ouwe schuit
Jilles Bandstra (35) uit Stavoren keek evenwel al enkele jaren geleden naar het model van het bijna afgezonken skûtsje. Hij werd in eerste instantie teleurgesteld, omdat het schip niet te koop bleek. Hij zag met weemoed dat het wrak naar Leeuwarden verhuisde, naar de helling van de gebroeders Los. Daar gebeurde er niets mee. Uiteindelijk kwam het toch in de handel. Toen sloeg Bandstra toe. In 2020 mislukte het; in 2023 kwam het rond. Vorig jaar nog huurden hij en zijn vrienden het skûtsje de Lonneke. Daar maakte heit Jappie Bandstra indertijd nog furore mee in de topklasse van de IFKS. Dat schip was evenwel niet ‘eigen’. “Ik woe wat oars.”
Jilles wist de vier vrienden van hem - Willem Atsma. Franke Atsma, Joop Boltjes en Hidde Mous - warm te maken voor een op het oog idioot plan. Elke vrije minuut waren de vijf te vinden in loods van Boltjes straalbedrijf in Bakhuizen. Uit de luidsprekers schreeuwde De Hûnekop. Ernaast stonden steevast een paar kratten bier. Daar werd dat skûtsje-wrak een mooi schip. En omdat ze intussen met de Lonneke ook nog onverwacht promoveerden naar de A-klasse, gaan ze nu met die vernieuwde Vrouwe Jantje de topklasse van de IFKS binnen. Niek de Jong vaart nu de Lonneke in de C-klasse.
![]()
Fotografie Jelly Mellema
Vrouwe Jantje
“Ja, sa hat it skip eartiids ek hjitten, dat woenen we wer”, zegt Jilles Bandstra. Dat spraken ze met elkaar af, zoals ze alles goed van tevoren afspraken. Van het allemaal zo en zoveel geld inleggen tot hoe het skûtsje moet worden. Hoe dik moesten de dekken? En als je het nu zo en zo eens deed, dan...
“It moaie wie dat we fansels wat handiger waarden”, vertelt Bandstra nu. Ze konden allemaal wel wat; met twee ervaren scheepsbouwers en wat technisch inzicht kwam het goed. En nu spreekt hij over wat ze met de kimmen deden, en dat ze klinken geslagen hebben en dat ze dat en dat ‘geklopt’ hebben. De echte termen vliegen over tafel. Dan weet je dat het project geslaagd is.
Als gevolg van voortdurend overleg? “Ach, dat betsjutte net mear as dat we sa no en dan efkes sieten om ôf te praten dat we it sa en sa dogge.” Bandstra is blij met de collegiale manier waarop alles werkte. De vreemde situatie is overigens wel, dat straks, als de wedstrijden aan de gang zijn, Jilles Bandstra de schipper van de Vrouwe Jantje is. Die zegt dat het zo en zo moet. Bandstra knikt bedachtzaam. “Ja, sa is it.” De oude schipperswaarden worden dan weer in acht genomen.
Oude waarden
Die oude waarden zijn het belangrijkste voor JiIles Bandstra. Want in de skûtsjewereld wordt zo nu en dan wel eens gemompeld dat als je wilt dat alle skûtsjes even snel zijn, dat je dan alle skûtsjes opnieuw moet bouwen via de computer. Digitale skûtsjes. Dan is het voor iedereen gelijk. Bandstra: “Miskien wol, mar ik soe der net in goed gefoel by ha”. Skûtsjesilen is een cultureel historisch evenement. Je laat dat zien door met die schepen zoals ze eertijds werden gebouwd te zeilen. Daarna komt pas het verhaal om alles er zo goed mogelijk op te zetten om zo hard en hoog mogelijk te zeilen.
Nu is het opvallend dat de Vrouwe Jantje indertijd, in 1914, werd gebouwd in Rohel. Rohel? Werden daar dan ook skûtsjes gebouwd? Ja, maar niet zo heel veel. Drie. Op het hellinkje, dat over land moeilijk bereikbaar was, tussen de Kooten en Strobos aan het ‘grote’ water, het latere kanaal dus. De Groninger Eduard Roelf Kuiper zwaaide daar de trommelstok. In eerste instantie bouwde hij pramen en bokken, maar in 1911 kwam het eerste skûtsje daar op stapel te staan. Kuiper bouwde er nog twee, waarvan de laatste in 1914 voor Dirk van der Meer uit Herbayum was. “It is wat goedkeap bout, der siet net iens safolle materiaal yn”, zeg Bandstra. Het schip kwam van de helling met een lengte van 18.41 meter en was 3.89 meter breed. De tonnage was indertijd 43,7 ton. De latere SKS skûtsjeschipper Aldert Hoekstra uit Earnewâld voer er later als schipper mee. Koen uit Heerenveen werd de tweede eigenaar. In 1936 werd het skûtsje verbouwd tot woonschip en verdween naar Amsterdam.
![]()
Fotografie Jelly Mellema
Kont en holte
Het schip ziet er nu allemaal wat anders uit. Het is ietsje langer geworden en is nu 20.39.meter. Het had al een lekkere breedte, want in de ogen van Bandstra zijn de skûtsjes die wat stevig zijn, een goede holte hebben én breed zijn, dé prijswinnaars in de komend jaren.
Een ding is goed bewaard gebleven: de lijn van het skûtsje. En dan met name het achtereinde van het schip. Wel drie of vier keer in het gesprek looft Bandstra scheepsbouwer Kuiper voor het laten bouwen van een schip “mei sa’n moaie kont. En de holte fan it skip, sa goed. Dat ha we hielendal sitte litten.” Het is skûtsje-taal voor een schip, voor wie ergens anders aan zou denken. Hoewel: met deze woorden verklaart Jilles Brandsma bijna al z’n liefde aan Vrouwe Jantje.
En daarmee eigenlijk ook z’n liefde voor alles wat er op het water gebeurt. Zijn werk is op de kustvaarders van Douwe ‘Grou’, zoals Douwe Visser word genoemd om hem te onderscheiden van neef Douwe ‘Snits’. En als heit Jilles nodig heeft op de Frisius van Adel, de grote Staverse klipper, waarop je zelfs kunt trouwen, of op de Lemster aak Brandende Liefde, dan doet hij dáár z’n werk. Z’n leven en werk is op het water. Ook in zijn vrije tijd, want dan moet je skûtsjesilen.
Experimenteren
In april dronken ze de laatste kratjes bier leeg, zetten De Hûnekop uit en schoven de Vrouwe Jantje het water in. Theo Kuiper, een fan die de meeste avonden ik ‘het hok’ in Bakhuizen meemaakte, mocht het schip dopen. Ze zetten het nieuwe tuig van 180 vierkante meter op het schip en zijn gaan oefenen met de oude bemanning van de Lonneke. Ze hebben de wedstrijd Lemmer Ahoy rond Hemelvaartsdag gehad, de eerste krachtmeting met de andere IFKS-skûtsjes. “Ja, dat kin better”, zegt Bandstra hierop terugkijkend. Ze kunnen de hoogte nog niet goed krijgen, ze experimenteren nog. “Ekstremen sykje, dan witte we mear.”
IFKS tv
En dan flonkert de stem van Jilles Bandstra een dimensietje meer, als we het hebben over de ‘nieuwe’ start die de IFKS dit jaar maakt. Een eigen tv kanaal! IFKS tv! Ja, het is misschien nog wat rommelig met al die promotie/degradatie, nieuwe schippers, nieuwe schepen, maar het eigen tv kanaal (via YouTube of IFKS internetside te volgen - red.) van de IFKS zal volgens hem tonen dat de publieke belangstelling voor het doen laten van de schippers heel groot zal zijn.
Jilles Bandstra heeft gelijk, en hij z’n vrienden zijn hét voorbeeld over hoe je skûtsjesilen moet beleven.
Tekst Eelke Lok
Foto’s Jelly Mellema












