Face to face met Appie Postma: “Het gezin is altijd nummer één”

25 dec 2024, 09:42 Algemeen
Appie Postma
Appie Postma

Appie Postma (65) is de tweede generatie in het familiebedrijf Diervoeders Postma in Gauw. Als klein jongetje hielp hij al mee en inmiddels zijn zijn eigen zonen en zijn vrouw Tineke ook werkzaam in het bedrijf. Wij spraken Appie, een goedlachse familieman die met veel plezier zijn klanten bedient en zich trouw inzet voor de dorpsgemeenschap.

Op een winderige decembermorgen stappen we het terrein van Postma Diervoeders in Gauw op, waar kerstbomen in allerlei maten te vinden zijn. In de winkel is de kerstsfeer doorgetrokken met talloze kransen en mooie kerststukken voor de verkoop. Het is een drukke tijd voor het bedrijf, maar eigenaar Appie (Abe) Postma maakt met liefde tijd voor ons vrij in zijn agenda. “Ik vind het leuk om mee te werken, ik lees zelf ook graag in de krant de verhalen achter de mens”, licht hij toe. “Dus zal ik dan maar beginnen?”

Start van foeragehandel 

“Ik ben in Sneek geboren in 1959, maar eerst opgegroeid in IJlst samen met twee jongere zussen: Froukje en Foekje. Mijn pake Abe en beppe Foekje hadden daar een groentezaak, maar kregen de gelegenheid om een boerderij te huren. Daar gingen ze wonen en werken, maar pake en beppe werden eruit gezet toen de zoon van de eigenaar had besloten tóch de boerderij over te nemen. Daarop kochten ze een kleine boerderij, een ‘ko melkerij’, maar daar was voor mijn vader – ook een Abe – te weinig werk. Hij toog vervolgens met mijn moeder Sjoerdtje naar Den Haag, waar ze een SRV-winkel met woonruimte erboven en een SRV-wagen konden kopen. Maar mijn moeder wilde dat niet. Toen kwam er een foeragezaak in Offingawier te koop van een man op leeftijd die stopte. Er was een probleem: er zat geen woonruimte bij. Dat werd opgelost door een kleine woning met een schuurtje in Gauw te kopen. De klanten en de goodwill namen mijn ouders over van de vorige eigenaar. Dat was de start van foeragehandel Postma in 1960.”

Rode pick-up truck

Er volgden mooie ontwikkelingen. Vader Abe begon met het vervoer van veevoer en kocht daarvoor een pick-up truck. Appie laat trots een grote foto zien waarop hij als klein jochie staat, samen met zijn vader. “Het was een mooie rode VW, al kun je dat niet zien op deze zwart-wit foto”, zegt hij. “Samen met mijn moeder en zus Froukje zat ik voorin, ik vond het fantastisch. Later kwam er een busje waar we alle vijf in konden. De zaken gingen zó goed, dat er na een paar jaar een chauffeur aangenomen werd. Ik ging graag mee met de vele ritjes die er gemaakt werden. Ik herinner me nog heel goed dat we de eerste keer over de Afsluitdijk reden. Man, wat was dat een belevenis!”

Weekje vakantie 

In 1974 verhuisde het gezin naar het huidige pand in Gauw, naar de voormalige kleuter- en lagere school. Appie: “We waren een warm en hecht gezin. De zaak was belangrijk, maar het gezin was altijd nummer 1. In de schaarse vrije tijd die er was, was het bezoek aan de hervormde kerk op zondag een vaste waarde binnen ons gezin. Als kinderen gingen we eerst naar de zondagsschool, toen we wat ouder waren werd dat catechisatie. En ondanks de drukte in het bedrijf gingen we ook elk jaar een weekje met vakantie. Een paar keer naar Appelscha, later werden dat kampeeruitjes met de caravan. Slagharen was ook een geliefd dagje uit. We hadden het heel fijn met zijn allen als gezin, maar mijn ouders vonden ook de dorpsgemeenschap belangrijk. Mijn moeder zong bij het koor in Gauw en bekleedde de nodige kerkelijke functies, net als mijn vader. Naast het bedrijf waren ze daarom ook vaak ’s avonds nog bezig met vergaderingen en zo voort. Ze voelden zich verantwoordelijk en zetten zich trouw in voor de gemeenschap.”

Veevoerzakken sorteren

Appie hielp thuis steeds meer mee in het bedrijf. De woensdag- en zaterdagmiddagen sorteerde hij bijvoorbeeld veevoerzakken. “Elke voederfabriek had zijn eigen formaat zakken”, legt Appie uit. “Er zat statiegeld op en daarom leverden we de zakken weer in. Dat was een mooi klusje voor mij om te doen en ik ontlastte mijn vader daarmee.” De handel zat Appie al jong in het bloed en daarom ging hij na de lagere school naar de LDS en vervolgens naar de MDS. “Het was een hele leuke opleiding, we hadden een kleine school en ik ging er met plezier naar toe. Economie en marketing – en dan met name goede acties bedenken – waren mijn favoriete vakken. Ook Duits vond ik mooi, dit in tegenstelling tot reclametekenen, dat vond ik echt vreselijk.”

‘Rundveespecialisten’

Toen Appie in 1978 met vlag en wimpel voor zijn MDS-diploma slaagde, kwam hij thuis in het familiebedrijf. Inmiddels was er weer een vrachtauto bij gekomen waarop hij ging chauffeuren, ook deed hij de in- en verkoop samen met zijn vader. In 1980 leerde hij bij de jeugdvereniging zijn vrouw Tineke kennen, die een jaar later ook in het bedrijf kwam. “Mijn moeder overleed in 1991 en toen verhuisde mijn vader naar de Parkflat in Sneek. Tineke en ik verhuisden toen naar de Eker in Gauw. We kregen twee dochters: Fonny en Sjoerdtje en twee zonen: Fokke en - ja alweer - Abe. Beide zonen zitten inmiddels ook in het bedrijf. Fokke doet met name de handel en Abe is chauffeur en technische man. Er zijn door de jaren heen de nodige zaken veranderd, zo betrokken wij in 1995 een nieuwe loods en maakten we van de oude loods een winkel, waar we twintig jaar lang ook bloemen verkochten. Maar dat ging op een gegeven ogenblik minder en als je met verse producten werkt, dan gaat het ook snel minder. Dus daar zijn we mee gestopt, daarvoor in de plaats breidden we de diervoeders uit. Ook werken we inmiddels met twee chauffeurs en met ‘rundveespecialisten’. Wij huren ze in, zij doen de begeleiding van de veehouders.”

Tevreden klanten

Ook al gaan de zaken best, de mestproblematiek raakt ook Postma Diervoeders. “Het gaat natuurlijk altijd met ups en downs”, relativeert Appie. “In 1984 hadden we een moeilijk jaar vanwege de superheffing. Een kwart van de koeien moest weg en dat merkten wij direct, we hadden echt veel minder handel. En anno 2024 hebben we te maken met stoppende veehouders vanwege de mestproblematiek. Maar we krijgen gelukkig meer nieuwe klanten erbij dan er stoppen. De hele problematiek volgen we op de voet, dat houdt ons bezig. Je moet in dit vak wel tegen de ups en downs kunnen. Ik heb hierdoor geleerd om door te zetten, er komen altijd weer betere tijden. Het mooiste aan dit vak vind ik het contact met klanten, dat ze tevreden zijn. De meesten komen hier uit de regio, maar we willen onze klantenkring verder uitbreiden, ook al zijn we zeer gehecht aan onze trouwe klanten en leveranciers. Het is een wisselwerking. Wij steunen hen, zij steunen ons, daar kom je in mindere tijden wel achter.”

Kortlopende projecten

Net als zijn ouders zijn Appie en Tineke volop betrokken bij de dorpsgemeenschap. “Het bedrijf is druk, maar we hebben ook zeker ons privéleven”, licht hij toe. “We zijn actief bij de kerk betrokken of betrokken geweest. Ik kies wat vaker voor kortlopende projecten zoals het 4 en 5 mei comité, viering 80 jaar bevrijding. En Ik heb onlangs Sinterklaas nog met de vrachtwagen naar de basisschool in Gauw gebracht. We wonen hier graag, de mensen zijn aardig en zeer gemoedelijk.”

Traditie

Met de feestdagen voor de deur is het een drukke tijd door de kerstboomverkopen. “Afgelopen weekend was het enorm druk”, zegt hij enthousiast. “Het wordt elk jaar ook meer, het is echt genieten. Klanten zijn vrolijk en hebben zin in kerst. Als kers op de taart, rijd ik op kerstavond vanaf half zeven tot laat in de avond door de streek met de vrachtauto, met daarop allerlei muzikanten uit de Lege Geaën. We stoppen dan in alle dorpen en we spelen er kerstliedjes. Als gezin hebben we ook zin in kerst. De beide kerstdagen zijn we vrij, dan hebben we tijd voor de kinderen met hun partners en onze vijf kleinkinderen. We gaan gezellig met elkaar eten, die traditie houden we erin. En met die kleintjes erbij wordt het alleen nog maar leuker. Sint Maarten, Sinterklaas, ik ging altijd mee met onze kinderen. Tineke en ik hebben hetzelfde motto als mijn ouders: Het bedrijf is belangrijk, maar het gezin is altijd nummer één.”