IM Joop Doevendans, een icoon is Sneek ontvallen

0

Sneek – Op zaterdagmorgen 15 september om vijf uur, heeft Joop Doevendans, Ome Joop, Doefke, op negentigjarige leeftijd in zijn huis aan Pampuskade voorgoed afscheid genomen van ‘sien stadsje Sneek’. Een Sneek- chauvinist van het zuiverste water is ons ontvallen. Wij wensen zijn vrouw Alie, zijn ‘Klavertje vier’, de overige familieleden, vrienden en bekenden veel sterkte toe. Als hommage aan “ome Joop’ hieronder het integrale interview dat Wim Walda drie jaar geleden met hem had voor de GrootSneek krant.

Joop Doevendans: “Als het aan mij had gelegen was ik

toneelspeler of conferencier geworden”

De inmiddels 87-jarige Joop Doevendans, samen met zijn Alie woonachtig in een prachtig appartement aan de Pampuskade, ontwikkelde zich vanaf het moment dat hij kon praten, tot een Sneek-chauvinist van het zuiverste bloed. Sneek in het algemeen, maar in het bijzonder de zakenlieden, de Sneekweek, het skûtsjesilen, cultuur, voetbal, en volleybal profiteerden daar ruimschoots van.

De toneelspeler en verenigingsman in hem bleef zijn hele leven lang bestaan, maar in het dagelijks leven werd hij samen met zijn twee oudere broers Karst en Theun verantwoordelijk voor de drukkerij die vader Hendrikus Doevendans in 1920 op een zolder aan de Oude Koemarkt op 24-jarige leeftijd begon. Daarnaast telde de familie nog twee dochters, Feikje en Hinke. De Drukkerij verhuisde later naar de Singel en de ‘Doefkes’, zoals ze in de volksmond heetten, werden uitgever van het Sneeker Nieuwsblad. Aanvankelijk was schraalhans keukenmeester. “Pa Hendrikus werkte zich drie keer een slag in de rondte. Voor zichzelf, voor ons en voor de gemeenschap, want hij kon slecht tegen onrechtvaardigheid en in die jaren waren er nogal wat mensen die het, zacht gezegd, niet al te breed hadden.

Verenigingen

Pa Hendrikus was een echt verenigingsmens en zijn drie zonen zetten die traditie met veel enthousiasme voort. De Doevendansen raakten steeds meer verweven in het Sneker verenigingsleven. Karst als voorzitter, later erevoorzitter en KNVB Bondsridder bij de VV Sneek, Theun bij de visvereniging en Joop bij de Zakenlieden, het voetbal, volleybal, de Sneker Zeilclub, het skûtsjesilen, waarbij eigenlijk niet. Het leverde ze enerzijds zakelijk orders op, maar veel belangrijker nog, ze waren genetisch belast en vonden het veel te leuk om in verenigingsverband in die tijd mooie dingen voor ‘hun stadsje’ te doen.

“ ‘t Zeilen hew ik fan Pake Greidanus”

In 1934 werd de eerste Sneekweek gehouden, met 177 deelnemers. Oud-skûtsjeschipper pake Greidanus zeilde toen met beppe in de 16m2 in de gemengde klasse. “Ik vond het zeilen prachtig en ging wanneer mogelijk met Pake mee. Die man kon tot op de minuut nauwkeurig zeilen, ondertussen mooie verhalen vertellend over de wind, de wolken en de golven. Ik heb veel van hem geleerd, vooral de liefde voor het zeilen”. Dat resulteerde in de vijftiger jaren in Joops eerste boot, de ‘Dorus’, een kajuitzeiljachtje van jachtwerf Moed. Later maakte de Dorus plaats voor een Draak, maar het echte werk begon met de Regenboog 63, ‘De Vrouwe Wijgertje’.  “Wat een plezier hebben we toen beleefd. We stonden met een rij tenten op het Starteiland, de toen beruchte en beroemde Regenboogstraat. Puck de Vries, Hennie Röfekamp, Tom Swart en Alie en ondertekende”.

In 1966 verhuisde de familie naar de Napjusstraat. Het ‘Klavertje Vier’ bestaande uit Henk, Janke, Ype en Wiesje was inmiddels compleet en het werd tijd voor een moederschip. Het werd een motorpraam met de naam….’Klavertje Vier’. Een schip overigens dat een paar jaar later al plaats moest maken voor een skûtsje met opbouw en weer wat later de SK101, een Sneker Kotter die werd gebouwd door Jentsje de Jong.

Bestuurlijk

Inmiddels was Joop Doevendans ook bestuurlijk bij de Sneekweek betrokken. Eind vijftiger jaren werd notaris Hoekstra Voorzitter van de Sneker Zeilclub, Uiltje de Bruin wordt secretaris. Een paar jaar later wordt Joop gevraagd door Vester Jorna of hij misschien…….Het wordt uiteindelijk de generatie die het fundament neerlegt voor de Sneekweek in zijn huidige vorm. Burgemeester Rasterhoff speelde daarbij een belangrijke rol. Hij gaf ‘sien jonges’ Joop Doevendans en Dicky van der Werf opdracht om de Sneekweek een ‘eigen gezicht’ te geven’. In 1954 verhuist de opening van de Sneekweek definitief naar de eerste zaterdag van augustus, er wordt vanaf 1954 jaarlijks een ‘Schipper in  de orde van de Sneker Pan’ (Panschipper) benoemd, het Starteiland wordt Sneekweekterritorium. In 1973 overschrijdt de Sneekweek voor het eerst de magische greens van 1000 deelnemers. In 1976 wordt het nieuwe Startschip overgedragen aan de voorzitter van het Sneekweekcomité en er komt een gloednieuw Foarûnder met behoorlijke sanitaire voorzieningen. Forza…mee in de vaart der volkeren.

“Kiek my an as ik teugen dei praet earpel”

Vlootschouw

Op 16 juli 1974 tekent heel samenwerkend Sneek voor de oprichting van een organisatie die de toeristische activiteiten in Sneek moet gaan coördineren, organiseren en initiëren: Sneek Promotion. Met aan de basis een man die we in Sneek al in vele hoedanigheden zijn tegengekomen, Joop Doevendans. Een paar jaar eerder waren ‘Doefke’ en Dicky van der Werf samen met nog een paar Sneekweekwerkers van het eerste uur tot de conclusie gekomen, dat de opening van de Sneekweek teveel tot een BoBo-feestje verworden was. Het moment van de hoogwaardigheidsbekleders, terwijl de Sneekweek toch voor heel Sneek en de zomergasten bedoeld was als een onvergetelijke ervaring. Het idee voor een splitsing van de openingsceremonie was geboren. Naast de officiële opening en benoeming van de Panschipper voor genodigden in de stadhuistuin, een prachtig publieksspektakel door de grachten van Sneek in het donker, met een afsluitend vuurwerk. De vlootschouw was geboren. Eveneens in 1974 vond de eerste editie plaats.

De Commissaris van de Koningin als Vlootvoogd, van elke deelnemende wedstrijdklasse een representant, de wedstrijdbootjes in sleepjes door de Sneker grachten, feeëriek verlicht met fakkels, de Panschipper aan boord van de ‘Boot van het Jaar’. Joop zwerft als regisseur heen en weer tussen de drukkerij, de Kolk bij de Waterpoort en het Stadhuis aan de Marktstraat. De eerste Vlootschouw, die tienduizenden mensen naar de kaden van de Sneker grachten trekt, wordt een doorslaand succes en is sinds die tijd traditie. Zelfs werd de Vlootschouw in 1980 nog eens dunnetjes overgedaan in Leeuwarden, tijdens het bezoek van de Koningin. Iedere gemeente had een paar minuten voor haar presentatie (dat waren er in die tijd nog een stuk of veertig). Joop wist de organisatie op een heel charmante manier aan het verstand te brengen dat je de hele Friese watersport niet in een paar minuten kon proppen. Het eind van het liedje was dat Sneek voor Hare Majesteit in Leeuwarden een uitgebreide vlootschouw verzorgde. Joop stond er glunderend bij, mede omdat Sneek prominent op de kaart werd gezet, in Leeuwarden nota bene.

Volleybal

Niet alleen bij de SZC, in 1981 gefuseerd met KWVS tot de Koninklijke Watersportvereniging Sneek, was ‘Doef ‘ een aanjager met zijn ideeën. Ook bij het toenmalige Olympus, waar dochter Wiesje deel uitmaakte van het vlaggenschip, dat zeven jaar lang heerste over de nationale en veel internationale volleybalvelden. Maar liefst 200 wedstrijden bleven de Sneker dames ongeslagen.

De Canadezen brachten het volleybal samen met de bevrijding naar Nederland. De gymnastiekverenigingen Advendo en TGP bouwden het uit. In ‘Ons Gebouw’ aan de Westersingel kon precies één veld worden uitgezet. Gangmakers waren Henk Röfekamp, Jan Zwart en Appie Oppenhuizen. Bij de vrouwen Tineke Boomsma, Janneke Bok en Tineke Groenland, de moeder van de huidige trainster Petra Groenland van landskampioen VC Sneek. In het begin waren er nog al wat clubjes, maar uiteindelijk bleven er twee over, Animo bij de mannen en Olympus bij de vrouwen. Paul van Sliedrecht werd de droomcoach bij de mannen. Wethouder Dick Berg en Joop Doevendans haalden Hans van Wijnen maar Olympus en met hem, Martje de Vries en Jantien Berg. De volleybaltrein was op gang en bleek niet meer te stuiten. De Sneker sporthal kreeg dankzij de Sinterklaasloterij van de Sneker Zakenlieden haar speciale vloer om aan de eisen voor eredivisie wedstrijden te kunnen voldoen. Voor elke wedstrijd moest deze worden gelegd en erna weer weggehaald. Joop voelt nog eens aan zijn rug terwijl hij het verhaal vertelt. Sneek was niet alleen watersportstad, maar ook Volleybalstad geworden.

“Wat bistou un leuk mokkeltsje. Fan wy bistou ien”

Terugblik

Tevreden kijkt hij terug op de voorbije driekwart eeuw, waarin hij zich voor Sneek op vele fronten niet onbetuigd heeft gelaten op een voor hem kenmerkende manier. Met een ploegje vaste maten in hele korte tijd ideeën realiseren die voor een stadje als Sneek veel te ambitieus leken. In 1974 werd hij daarvoor benoemd als Waterpoorter, in 1981 kreeg hij de eremedaille in goud van de Orde van Oranje Nassau en in 1985 werd hij Schipper in de Orde van de Sneker Pan. Veel van zijn initiatieven, gepaard aan emotionele, spannende en humoristische verhalen, veel van de activiteiten (SKS, voetbal, cultuur, Indonesië -periode) zijn onbesproken gebleven. Maar dat hoeft ook niet om deze karakteristieke Sneker in een portret neer te zetten.

Zoals zijn trouwe vrienden Dicky van der Werf en Vester Jorna het treffend zeiden: “Hy  het un hartsje dat net su klein is as sien bek groat. En sonder sien Alie had Jopie ut noait oprêden”.

Joop Doevendans, drukkerijdirecteur, aanjager, zeiler, toneelspeler, conferencier, sportman en …………….niet te vergeten regisseur, want net als alle andere Doevendansen wil hij wel graag de touwtjes in handen houden.

Goede reis Joop.

 

 

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend