Column: Maurits en Maarten, een wereld van verschil

0

Iedere ( Groot) Sneker weet het. Als de straatklinkers van de Marktstraat niet meer plakken aan je schoenzolen, de geur van verschaald bier is weggewaaid en de klanken van de Putkapel en andere feesttoeteraars verstommen, start het nieuwe sportseizoen. De eerste officiële voetbalwedstrijden staan alweer op de agenda, zaalsporters zijn voorzichtig in training gegaan en de zogenaamde cultuursporters zijn bijna in ruste of leggen zich weer toe op het reguliere werk.

De zomer bracht weer de nodige sportieve hoogte- en dieptepunten. Reactievoetbal overheerste tijdens het WK in Rusland waarbij het “schakelmoment” definitief heilig is verklaard door de heren trainers. De hockeydames zijn wereldkampioen geworden in Londen, voornamelijk vanwege het feit dat vrijwel geen enkele land vrouwenhockey nog serieus neemt, uitgezonderd in Olympische jaargangen. Het enige jaar dat de sport nog uittilt boven de korfbalstatus van “Alleen op de wereld”. Ook mochten we tijdens de nieuw vormgegeven EK-week weer veel kampioenen begroeten. NOC-NSF- bobo Maurits Hendriks was er uiteraard als de kippen bij om de successen te benoemen. Hij sprak over een medailleregen. Dat past natuurlijk mooi in zijn straatje omdat zijn organisatie aan een Haags infuus ligt van het Ministerie van VWS. Toch kun je hierbij wel enkele kritische noten plaatsen. Alleen het zwemmen was bijvoorbeeld al goed voor maar liefst vijftig(!) afstanden met dus 150 te winnen medailles. Moet je dan blij zijn met hier en daar wat brons en zilver? Ons land heeft, zeker gezien de beperkte mogelijkheden in landen in Oost- en Zuid- Europa, ongekende faciliteiten en een prima infrastructuur. Mag je dan ook wat verwachten? De sportjournalistiek over vrijwel de hele breedte liet zich deze zomer weer eens van haar slechte kant zien. Opgeklopt enthousiasme over Nederlandse sporters, maar weinig objectieve informatie. Soms verlang je naar de tijden van Theo Reitsma en Kees Jansma. Met de huidige juichaapjes heb ik niet zoeveel.

De Tour de France leverde ook dit jaar weer mooie VVV-beelden op. Kabbelende bergbeekjes, imposante bergen, stoffige kasseienstroken in the ‘middle of nowhere’ en windgevoelige kustplaatsen met mooie kerken. Bovendien kon iedereen met de winnaar vrede hebben. De Fransen en het zich wielerfan noemend tuig langs de weg die Chris Froome drie weken lang de huid vol scholden en hem niet in de gele trui wensten te zien; Team Sky omdat de beoogde winst toch behaald werd en zelfs Tom Dumoulin die vanaf de start een soort “Sjeng Schalkenachtige” uitstraling tentoonspreidde met als motto dat een top vijf klassering ook al een hele mooie prestatie zou zijn. En, als ‘fijne’ afsluiter van deze zomermaand, de constatering dat het aantal clubs dat zich had geplaatst voor Europees voetbal zoals te doen gebruikelijk alweer sterk gereduceerd is. Subtoppers uit Kazachstan, Slowakije en Zwitserland… ga er maar aan staan. Dat valt ook niet mee!

Als kers op de taart hadden we het voorrecht om te mogen genieten van een ruim drie uur lang docerende Louis van Gaal tijdens Zomergasten. De kritiek die neerdaalde op interviewster Janine Abbring, normaal toch redelijk op haar plaats in dit programma, was meer dan terecht. Abbring presteerde helaas tenenkrommend slecht, vooral vanwege het ontbreken van voetbalkennis. Ik had graag in dit speciale geval Wilfred Genee op die stoel gezien. Dan was het “op zeker” legendarische televisie geworden. Zelden zo’n kanjer gezien als interviewer, ook al is ie helaas afkomstig uit 058. Dat dan weer wel…

Tenslotte: de Sportman van het Jaar is wat mij betreft nu al bekend: Maarten van der Weijden. Ik denk dat ieder weldenkend mens het daar toch wel eens mee is!

Gerard van Leeuwen

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend